Transect-rapport 2212: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Overveen, Zeeweg 5. Gemeente Bloemendaal.
收藏DANS Data Station Archaeology2019-05-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X67-PUMK
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In mei 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Zeeweg 5 in Overveen (gemeente Bloemendaal). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag voor een omgevingsvergunning ten behoeve van de sloop van de huidige bebouwing en de nieuwbouw van een verenigingsgebouw.<br>In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2013 (geconsolideerde versie)’ een dubbelbestemming Waarde Archeologie 3. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang (670 m2) en de diepte (360 cm -Mv) van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is.</p><p>Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase.</p><p>Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. </p><p>Het doel van de verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O).</p><p>• Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied zich bevindt in het kustgebied, waarbij de ondergrond bestaat uit duinafzettingen. Vermoedelijk zijn de Jonge Duinen deels afgegraven, zoals blijkt uit analyse van het AHN en onderzoeken in de omgeving van het plangebied. Indien intact, vormt de top van het Jonge Duinzand het relevante niveau voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. In de diepere ondergrond (ca. 3 tot 5 m +NAP) zijn afzettingen aanwezig behorende tot Oude Duinen. De top hiervan vormt het relevante niveau voor de periode Neolithicum – Vroege Middeleeuwen. <br>• Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is het plangebied kan de archeologische verwachting van het plangebied naar beneden worden bijgesteld. In het plangebied zijn vanaf het maaiveld (dan wel onder een verstoord en opgebracht pakket) duinafzettingen aangetroffen. De top hiervan is tot een diepte van tussen 10 en 130 cm -Mv verstoord. Daarnaast blijkt dat de Jonge Duinen grotendeels zijn afgegraven, waarmee het relevante niveau voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd niet meer intact zal zijn. Oudere afzettingen (Oude Duinen) zijn gezien de grote diepteligging niet bereikt. Deze bevinden zich op basis van het bureauonderzoek op ca. 3 tot 5 m +NAP. Daarom kan de verwachting voor de periode Neolithicum – Vroege Middeleeuwen niet worden getoetst.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-05-31



