12085994 LIN.HAM.ARC Eindrapportage karterend booronderzoek Leutsestraat 22 en 22a te Angeren
收藏DANS Data Station Archaeology2014-10-12 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZQS-WQX8
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>Het plangebied behoord tot het terreindeel waar tijdens een dijkdoorbraak waarschijnlijk in 1769 afzettingen behorend tot de meandergordel van de NederRijn zijn geërodeerd, waarna een dik pakket overslagmateriaal is afgezet. Archeologische indicatoren zijn niet aangetroffen en werden op basis van de aangetroffen bodemopbouw ook niet meer verwacht. De aangetroffen bodemopbouw ter plaatse van de kassen aan de Leutsestraat 22a (noordelijke deel) bestaat tot op een diepte van 120 cm -mv uit een pakket met opgebrachte grond vermengd met puin. Hieronder komt een met een handboor niet doordringbare laag voor. De grond zou in 1948 opgehoogd zijn, nadat het water onder de Rijndijk door kwam.</p><p>Conclusie <br>Geconcludeerd kan worden dat de hoge trefkans op resten uit de perioden Romeinse Tijd – Nieuwe Tijd niet van toepassing is. Na de dijkdoorbraak in 1769, met de vorming van de Kolk van Borgers (een wiel) tot gevolg, heeft binnen het plangebied voor zover bekend geen bewoning plaatsgevonden. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen.</p><p>De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, wordt door het booronderzoek niet bevestigd voor zowel de verwachte bodemopbouw als de verwachte archeologie.</p><p>Op grond van de aangetroffen bodemopbouw, bestaande uit relatief recent afgezet materiaal en waarbij de laag waarin archeologische resten werden verwacht reeds geërodeerd is, adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden.<br> <br>Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Lingewaard (de heer J. Brands) en diens adviseur (de heer drs. J. Habraken, Regioarcheoloog gemeenten Duiven, Lingewaard, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Westervoort en Zevenaar) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2014-09-11



