five

Archeologisch onderzoek kabelverbinding GT150-GT380 Geertruidenberg, gemeente Geertruidenberg

收藏
DataCite Commons2025-11-10 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/MEHKQV
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van TenneT B.V. heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd voor de aanleg van twee nieuwe 150 kV-kabelverbindingen tussen hoogspanningsstations GT150 en GT380 te Geertruidenberg, gemeente Geertruidenberg. Het huidige onderzoek betreft enkel de aanleg van de kabelverbinding tussen de twee hoogspanningsstations. Het plangebied ligt op de rand van de Archeoregio Zeeuws kleigebied met het Brabants zandgebied. De stad Geertruidenberg ligt op een uitloper van een dekzandrug die zich verder uitstrekt naar het westen. Het dekzandgebied is gedurende de laatste IJstijd gevormd, met name tijdens het Weichselien (70.000 – 10.000 v. Chr.). Boringen uit het verkennende booronderzoek laten zien dat het plangebied in een overstromingsgebied ligt dat mogelijk verband houdt met de Sint-Elisabethsvloeden uit het begin van de 15e eeuw. Deze heeft zich afgezet bovenop op het amorfe veenpakket dat zich hieronder bevindt. Mogelijk zijn er ook delen van het veen weggeslagen, aangezien in een aantal gevallen er een vrij scherpe overgang naar het veen is geobserveerd. Onder het veen bevindt zich dekzand met een intacte podzolbodem, met uitzondering van de locaties ter hoogte van boringen 2 en 9. Er lijkt sprake van een dekzandopduiking. In het zuidoosten van het plangebied bevindt zich dekzand op 170 cm onder maaiveld en in het noordwesten van het plangebied bevindt het dekzand zich vrijwel aan het maaiveld. Er is binnen het plangebied een archeologische verwachting op archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Gezien de vernatting van het landschap, is het mogelijk dat de lagere delen van het plangebied vanaf het Neolithicum al minder aantrekkelijk werd voor bewoning. De trefkans op het aantreffen van archeologische resten vanaf het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen is dan ook lager voor het zuidwestelijke deel van het plangebied. Tijdens het verkennende booronderzoek is aangetoond dat enkel in de eerste drie boringen er geen veenpakket is aangetroffen. Dit betekent dat een veel groter deel van het tracé minder aantrekkelijk voor bewoning moet zijn geweest. Daarbij is er sprake van aftopping, in slechts 1 boring is er een intacte podzolbodem gevonden en in de rest direct bouwvoor op C-horizont van het dekzand. De trefkans op het aantreffen van archeologische sporen is dan ook laag. Archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum zouden kunnen worden aangetroffen in de top van het dekzand, maar aangezien er sprake van veenvorming in het plangebied ten tijde van het Neolithicum, kan deze verwachting voor een groot deel worden bijgesteld naar Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum. Voor een deel van het plangebied geldt op basis van eerder archeologisch onderzoek een hoge verwachting op archeologische resten uit de Late Middeleeuwen (zie Figuur 2, groene zone). De reeds aangetroffen structuren bestaan uit een omgrachte hofstede en andere fundamenten, terwijl uit historische bronnen bekend is dat hier een kapel heeft gestaan en mogelijk een klooster of pesthuis heeft gelegen. De omgrachte hofstede werd afgedekt door een kleipakket dat samenhangt met de Sint-Elisabethsvloeden van de vroege 15e eeuw, en de nederzetting lijkt destijds te zijn verlaten. De oude Stadsweg ter hoogte van de huidige Peuzelaar is ten minste 450 jaar oud en gaat mogelijk deels terug op de dijk langs de Grote of Zuid-Hollandse Waard vóór de grote overstromingen van de 15e eeuw. Tijdens het verkennende booronderzoek is er aftopping in de boringen waargenomen in het deel met een hoge verwachting op archeologische resten uit de Middeleeuwen. Daarbij is de bodem een stuk natter geweest dan voorheen geacht. Hierdoor is de trefkans op het aantreffen van intacte archeologische resten uit de Middeleeuwen laag. Ook voor archeologische resten uit de Nieuwe Tijd geldt een hoge archeologische verwachting voor een deel van het gebied. Deze verwachting hangt voor het zuidelijke deel samen met de Koeschans (voorheen Steelvliet/Steelhoven) waar zowel in 1593 als in 1793 om gestreden is. In het noorden kunnen mogelijk resten worden aangetroffen van de verschansingen van Prins Maurits uit 1593, die zich ten westen van de splitsing van de oude Stadsweg en oude Standhazerdijk hebben bevonden. Daarnaast kunnen hier resten worden verwacht die samenhangen met oorlogshandelingen rond de voormalige Middelschans. Deze archeologische resten kunnen worden aangetroffen in de top van het kleipakket, behorende tot het Laagpakket van Walcheren. Voor het deel van het huidige tracé met een hoge verwachting op resten uit de Nieuwe tijd wordt er een gestuurde boring uitgevoerd. Hierdoor zullen er geen archeologische resten worden geschaad. Het veldwerk voor het inventariserende veldonderzoek is verricht op 1 en 2 juli. Hierbij zijn 43 handmatige grondboringen verricht met behulp van een megaboor met een diameter van 15 centimeter. De boringen zijn uitgevoerd tot 0,1 m in de C-horizont. De boringen zijn gezet in lijntracé en om de 10 meter. De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit overstromingsdek dat mogelijk verband houdt met de Sint-Elisabethsvloeden uit het begin van de 15e eeuw. Hieronder bevindt zich amorf veen. Mogelijk zijn grote delen van het veen weggeslagen door de overstromingen. Onder het veen bevindt zich dekzand. Ter hoogte van boringen 17, 19 en 20 is er wat verspoeld dekzand aangetroffen in het veen. De top van het dekzand varieert van 25 cm onder maaiveld ter hoogte van boringen 38/39 naar circa 160 cm onder maaiveld ter hoogte van boring 1. Het reliëf en het opduiken van de top van het dekzand is goed te zien in de dwarsprofielen, opgenomen in bijlage 4 en 5. In het dwarsprofiel van zuid naar noord (bijlage 4) is te zien dat het dekzand snel omhoog komt. In boring 1 bevindt het dekzand zich op 170 cm -mv en 20 m richting het noorden op 70 cm -mv. In de resterende boringen in het zuid-noord dwarsprofiel is te zien dat ter hoogte van boring 7 er een depressie zichtbaar is. Het kan zijn dat dit een met water gevulde laagte is geweest dat geschikt is voor voedsel verzamelen, bijvoorbeeld waterplanten, en jacht, zoals een drinkplaats voor vogels en grotere zoogdieren. Boring 9, met het antropogene vuursteen, ligt op de rechterflank van deze depressie. Ook het oost-west profiel in bijlage 5 laat een golvend dekzandlandschap zien met veel details. In dit profiel zijn ook enkele depressies te zien. Ter hoogte van boring 19 is een lichte depressie te zien met verspoeld dekzand in het veen, wat betekent dat er hier water heeft gelopen tijdens een bepaalde periode. Daarnaast is er ter hoogte van boringen 23 – 24 een diepe depressie zichtbaar met een dik veenpakket waarna het richting het westen weer geleidelijk omhoog loopt. Gezien de goed ontwikkelde bodem en antropogeen vuursteen, blijft de in het bureauonderzoek genoemde Steentijd verwachting behouden voor boring 9. In alle andere boringen zijn er geen aanwijzingen gevonden die indicatief zijn voor een eventuele Steentijd vindplaats. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt er voor de locatie van boring 9 vervolgonderzoek aanbevolen. Het advies is om op basis van het karterende booronderzoek een waarderend booronderzoek uit te voeren. Het waarderende booronderzoek dient te worden uitgevoerd rondom boring 9. Hiermee kan worden bepaald of het vuursteentje dat is aangetroffen, een toevalvondst betreft of dat het onderdeel is van een mogelijke vindplaats. Aangezien het om een kabelsleuf van 1,6 m breed gaat, dient er aan de oost- en westzijde van boring 9 elk één boring te worden gezet. In noordelijke en zuidelijke richting worden elk 5 boringen geadviseerd van elk één meter afstand van elkaar. In totaal dienen er 12 boringen te worden gezet. In het overige deel van het plangebied wordt er vrijgave geadviseerd voor wat betreft archeologie. Met het door het onderzoeksbureau gegeven selectieadvies, vervolgonderzoek te doen uitvoeren rondom boring 9 in de vorm van waarderend booronderzoek, kan worden ingestemd. Monumentenhuis Brabant adviseert dat het overige deel van het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorziene planontwikkeling en (bouw)vergunning wordt verleend door de Gemeente Geertruidenberg onder voorwaarde, dat bij eventuele toevalsvondsten hiervan melding wordt gedaan conform art. 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Dit kan telefonisch bij het Meldpunt Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord- Brabant (tel. 06-18303225). Voorliggend archeologisch concept-rapport kan door het onderzoeksbureau definitief worden gemaakt.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-11-04
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务