Archeologisch onderzoek op woningbouwlocaties Den Burg-Nesland en Den Burg-Verzetstraat, gemeente Texel
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-237-7as5
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Projectomgeving en procesIn het kader van woningbouw aan de westzijde van Den Burg op het eiland Texel is in opdracht van de gemeente door Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie in samenwerking met ADC Archeoprojecten in december 2012 op de locatie Nesland en in januari 2013 op de locatie Verzetstraat archeologisch onderzoek verricht. Beide locaties liggen ten noorden van de Keesomlaan en ten zuiden van de plek waar in de zeventiger jaren van de vorige eeuw grootschalig nederzettings-onderzoek in de omgeving van de Beatrixlaan heeft plaatsgevonden. Aanleiding voor het onderzoek vormde de melding van amateurarcheoloog G.J. van Noort uit Den Burg die ter plaatse in een reeds uitgegraven bouwput archeologische sporen ontdekte. Na de melding heeft de gemeente direct actie ondernomen met de genoemde opgravingen tot gevolg. Bodemkundige situatiePodzoleringsverschijnselen onder de deklaag concentreren zich op de locatie Nesland op de noordflank van de dekzandrug. De deklaag is in dit gebied gemiddeld genomen dikker dan 50 centimeter. Nog verder naar het noorden, de putten van de Verzetstraat, is er deels nog sprake van een profiel dat als beekeerdgrond gekarakteriseerd kan worden. Verder naar het zuiden en het noordwesten op de locatie Nesland verdwijnt de podzolering uit het profiel en is er sprake van een zogenaamd AC-profiel. In de zuidelijke deel van Nesland is het profiel vrijwel volledig verstoord. De zone met een combinatie van een dikkere deklaag en sporen van podzolering lijken overeen te komen met de zone waarin de grootste dichtheid aan sporen (en vondsten) is aangetroffen.Datering van de aangetroffen sporenIn de sporen is in het totaal meer dan 12 kilogram handgevormd prehistorisch aardewerk aangetroffen. De scherven zijn relatief groot, soms lijken ze te behoren een groot deel van één en dezelfde pot, maar veelal betreft het vermoedelijk slecht een of enkele scherven van een pot en ontbreekt de rest. Deels kan dit verklaard worden doordat het ‘opgravingsvlak’, - de bodem van de bouwput -, te diep in het oude reliëf reikte waardoor alleen de onderkant van de prehistorische sporen kon worden onderzocht. Het aardewerk dateert op basis van de versiering met het vroege streepband motief uit de 2e eeuw v. Chr. Er kunnen geen fasen worden onderscheiden. Een kuilenkrans dateert uit de Vroege IJzertijd en een waterkuil uit de Vroege Middeleeuwen.SporenDe oudste structuur betreft de gepodzoleerde kuilenkrans uit de Vroege IJzertijd. Het overgrote deel van de sporen bestaat echter uit greppels, kuilen, cirkelvormig en rechthoekige greppels, lange greppels en paalkuilen/-gaten. Een deel van de paalsporen is tot gebouwen te herleiden. Genoemde sporen dateren op basis van het aardewerk uit de 2e eeuw v. Chr. (vroege streepband-periode). De greppels worden in verband gebracht met drainage werkzaamheden op de noordflank van de dekzandrug. De cirkels met landbouwkundige activiteiten op de top van de rug. Verder is er een als waterkuil geïnterpreteerde kuil uit de Vroege Middeleeuwen aangetroffen. GebouwenOp basis van de aardewerkanalyse is binnen de dateringsperiode van de eerste helft van de Late IJzertijd geen nadere fasering van de sporen aan te brengen. De grote hoeveelheid aardewerk wijst in ieder geval op bewoning ter plaatse. Dit wordt bevestigd door palenclusters die deels te herleiden zijn tot gebouwplattegronden. In sporencluster N in put 1 in Nesland is de structuur van een gebouw te onderscheiden. Het betreft de staanders van vijf gebinten, tussen de buitenste gebinten wordt een afstand van circa 7,2 m overbrugd. De afstand tussen de staanders binnen een gebint bedraagt circa 2,8 m. In een aantal paalkuilen is het paalgat goed te onderscheiden, de diepte van de sporen is vaak nog 20-30 cm onder het opgravingsvlak. Van de wand van het gebouw zijn op de diepte van het opgravingsvlak geen sporen bewaard gebleven. Paalsporencluster O, eveneens in put 1 in Nesland, levert mogelijk ook aanwijzingen voor eenzelfde type plattegrond, die echter door de rechthoekige greppelstructuur M is verstoord.ParallellenVoor parallellen voor de bebouwing kan verwezen worden naar de opgraving aan de Beatrixlaan: de iets oudere gebouwen R, S, T en in mindere mate gebouw Y op site XIII. De plattegronden dateren volgens de opgraver uit de tweede helft van de Midden-IJzertijd. De gebouwen worden als boerderijen geïnterpreteerd. In de periode van de bewoning van Nesland/Verzetstraat in de 2e eeuw v. Chr. is aan de Beatrixlaan nauwelijks bewoning bekend. De verklaring daarvoor is dat aldaar toen op veel plaatsen zandverstuivingen optraden, mogelijk als gevolg van een grondwaterstandverlaging. Alleen in het uiterste noordwesten van het opgravingsterrein van de Beatrixlaan is in sporencluster I vroeg streepbandaardewerk aangetroffen. In de cluster zijn twee delen van elkaar (deels) overlappende huisplattegronden met een afstand van 3 m tussen de staanderrijen waargenomen. Landbouwkundige activiteit en drainageGezien de oversnijdingen lijkt zich bij de greppels in de tweede eeuw v. Chr. een oriëntatiewisseling te hebben voorgedaan. De NNW-ZZO lopende greppels in put 1 worden veelvuldig doorsneden door min of meer loodrecht daarop staande greppels. Toewijzing van de kringgreppels en rechthoekige greppels tot deze ‘eerste’ of ‘tweede’ fase lijkt op basis van de greppeloverschrijdingen alleen in individuele gevallen mogelijk. Aangezien de oriëntatie van de rechthoekige greppels zich voegt naar de beide loodrecht op elkaar staande greppelsystemen, lijken de greppels en de cirkelvormige en rechthoekige greppels dus met elkaar in verband te staan Ze zijn veelal niet toe te wijzen aan een van beide ‘fasen’. BestaanseconomieIn de botanische monsters van Nesland uit het begin van de Late IJzertijd zijn naakte en bedekte gerst, emmertarwe, haver en lijnzaad aangetroffen. Het is opmerkelijk dat er in deze periode nog naakte gerst wordt gebruikt. Deze vorm wordt in de rest van Nederland in de Bronstijd vervangen door de bedekte vorm. Ook voor de Vroege en de Midden-IJzertijd is naakte gerst aangetoond op Texel. Op basis van de aangetroffen zaden van wilde planten kan worden gesteld dat de akkers op de dekzandruggen lagen en mogelijk werden bemest. Er waren ook vochtige tot natte delen in de akkers aanwezig. Een andere mogelijkheid is dat er ook akkers op de lagere delen van het landschap lagen.De samenstelling van de geselecteerde monsters uit de verschillende IJzertijd-contexten komt grotendeels overeen. Ze zijn opvallend rijk aan zaden van wilde planten (88,7-95,2%). In combinatie met lage percentages kafresten (0,5-2,5%) is een interpretatie als dorsafval niet direct voor de hand liggend, al kan het vanwege de geringe grootte van het grootste deel van de zaden wel gaan om materiaal dat uit de oogst is gezeefd. De wilde planten zijn afkomstig uit een grote verscheidenheid aan standplaatsen: akkeronkruiden, planten van vochtige en natte plaatsen, graslanden en heiden, zelfs waterplanten en een soort uit zilte milieus komen voor. Of het uitsluitend om de vegetatie van de akkers gaat, waarschijnlijk met bijmenging van soorten uit de als brandstof gebruikte heide, is niet duidelijk. Een andere mogelijkheid is dat het afval van gemengde herkomst betreft. Naast dorsafval werd (verkoold) materiaal aangetroffen waar (muizen)keutels in zaten (voorraad/huisafval?) en mogelijk materiaal van de vloer en/of de stal (strooisel, plaggen). Omdat het materiaal uit de verschillende contexten zo gelijkvormig is, is het niet zeker of het botanisch onderzoek informatie geeft over de functie ervan. Alleen de kuilenkrans lijkt een wat afwijkende assemblage te hebben met de aanwezigheid van waterplanten, al komt er ook één zaad van fonteinkruid voor in een cirkelvormige greppel uit de Late IJzertijd (greppel G).In de mogelijke waterkuil uit de Vroege Middeleeuwen zijn gerst en haver aangetroffen. Waarschijnlijk werden in het vroegmiddeleeuwe Nesland ook andere cultuurgewassen gebruikt, maar deze zijn in dit relatief arme monster niet aanwezig. Van de haverkorrels kan niet worden aangetoond of het van het cultuurgewas of van het akkeronkruid oot afkomstig was.
创建时间:
2024-01-31



