Geo-archeologisch onderzoek naar de ligging van getijdekreken behorende tot het Laagpakket van Wormer in vijf polders rond Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen
收藏DANS Data Station Archaeology2016-09-12 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XH6-ESZ5
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>De gemeente De Ronde Venen beschikt over een gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2011 die momenteel door Vestigia wordt geactualiseerd. Aandachtspunt daarbij is het uitgebreide stelsel van fossiele geulruggen in een voormalig waddenmilieu uit het vierde millennium v.Chr. dat in de polders ten westen van Mijdrecht zo goed als aan het oppervlakte ligt.</p><p>Aanleiding voor het uitgevoerde onderzoek is de vraag of het te rechtvaardigen is de zeer gedetailleerd voorgeschreven archeologische onderzoeksplicht in zijn huidige vorm te handhaven of dat voor een meer generieke benadering kan of moet worden geopteerd. De gemeente De Ronde Venen heeft dan ook opdracht gegeven om in elk van de vijf polders rond Mijdrecht waar het geulenstelsel aanwezig is door middel van een raai geo-archeologische boringen ter plaatse van ‘representatieve’ geulruggen deze problematiek te verkennen. En op basis van de resultaten van dit onderzoek de beleidskaart van nieuwe input te voorzien.</p><p>De vijf boorlocaties zijn evenredig verdeeld over de vijf polders in de gemeente De Ronde Venen en uitgekozen op basis van de omvang van de verschillende kreeklichamen. De variatie binnen de gemeente aanwezige kreekruggen is relatief groot en varieert van enkele kreken met een breedte, van oeverwal tot oeverwal, van meer dan 100 of zelfs 200 meter, tot kreekruggen die niet breder zijn dan 20 meter. </p><p>Het booronderzoek heeft uitgewezen dat op locaties is 4 en 5, aan de ‘rand’ van het systeem, sprake is van een kreek van zeer beperkte omvang, ontwikkeld in laag-energetisch, lagunair gebied, waardoor de kleine oeverwallen van deze kreek nauwelijks in korrelgrootte verschillen van de omliggende komklei. Dergelijke oeverwallen, in dit geval opgebouwd uit matig slappe tot slappe klei, hebben grotendeels onder water gelegen, en bieden daardoor weinig mogelijkheden voor gebruik door de mens.<br>Locaties 1, 2 en 3 zijn hoger gelegen, meer gerijpte en er is een iets grovere oeverafzettingen aangetroffen, direct onder de bouwvoor. De top van de oeverwal is in de bouwvoor opgenomen. Gezien de landschappelijke omstandigheden zijn de oeverwallen meer geschikt geweest voor (ten minste kortstondig) gebruik door de mens in de prehistorie. </p><p>Ten tijde van het opstellen van de waarden- en verwachtingenkaart en beleidskaart in 2011, was slechts de eerste generatie van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) voor het grondgebied van de gemeente De Ronde Venen beschikbaar. Bij het verschijnen van de kaart kwam de tweede generatie AHN beschikbaar. Het aantal metingen was inmiddels gestegen van gemiddeld bijna 1 punt per vierkante meter naar 6 tot 10 punten per vierkante meter. Dit creëerde ook de ruimte om grids met een hoger oplossend vermogen samen te stellen (het 50 cm-gridbestand), waardoor de potentiele zichtbaarheid van kleinere landschappelijke eenheden toenam. Inmiddels is voor De Ronde Venen de derde generatie beschikbaar (AHN3).</p><p>Een analyse met behulp van het genoemde AHN3-bestand, verschillende set luchtfoto’s, oude en nieuwe boorgegevens maakt duidelijk dat de locatie van de geulvertakkingen, de breedte van de oeverwallen en de mogelijkheid voor menselijke bewoning in krekengebied in werkelijkheid niet voldoende nauwkeurig worden gerepresenteerd door de geulen en de randzones (en de als afgevlakt aangeduide percelen) zoals opgenomen op de beleidskaart uit 2011. </p><p>Op basis van voortschrijdend inzicht kan worden gezegd dat het geulsysteem wel degelijk met de daarmee verbonden kans op menselijke activiteit aanwezig is, maar dat het afgebeelde geulsysteem als indicatief moet worden aangemerkt en niet een-op-een meer mag worden vertaald naar verschillende categorieën vrijstellingen in het kader van de ruimtelijke ordening. Dit betekent dat aan het krekengebied in beleidsmatige zin op dit moment alleen een algemene, vlakdekkende archeologische verwachting kan worden gekoppeld. Verfijning van het verwachtingsbeeld tot op kreek- en oeverwalniveau (en eventueel van niveau van degradatie/afvlakking) kan vooralsnog niet zonder voortgezet bureau- en veldonderzoek worden doorgevoerd.</p><p>Opgemerkt kan nog worden dat bij archeologisch bureau- en veldonderzoek in het kader van de verlening van een omgevingsvergunning alle genoemde bronnen kunnen worden ingezet om voor het desbetreffende plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen voor de aan- of afwezigheid van kreken en oevervallen en de daaraan te koppelen verwachting op menselijke activiteit.</p>
提供机构:
Vestigia BV
创建时间:
2016-09-13



