Europaplein, Heemskerk. Gemeente Heemskerk. Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase.
收藏DANS Data Station Archaeology2024-01-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z8R-T8XQ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van DreefBeheer B.V. zijn in mei 2020 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan het Europaplein in Heemskerk, gemeente Heemskerk. De noodzaak tot het archeologisch onderzoek komt voort uit het bestemmingsplan. De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied in het verleden waarschijnlijk een afwisseling heeft gekend van relatief droge periodes waarin gebruik en bewoning mogelijk was en relatief natte periodes waarin dat niet het geval was. Vergelijkbaar met de nabijgelegen locatie “De Vlinder” wordt verwacht dat het plangebied bruikbaar was voor agrarische activiteiten in de Late Bronstijd en in de Late IJzertijd en Romeinse tijd. Uit deze perioden mogen met name akkerlagen worden verwacht. In de 10e tot 12e eeuw werd het gebied waarschijnlijk ontgonnen, hoewel het ook incidenteel nog overstroomde. Vanaf 1250 werd het gebied beleend aan Wouter van Egmond, wiens kleinzoon hier mogelijk rond 1330 het huis Meerestein heeft laten bouwen. Het huis zelf stond waarschijnlijk ten noorden van het plangebied, en het plangebied zelf lag ter plaatse van de tuinen en een brede waterpartij. Mogelijk stond er bebouwing. De kans dat deze resten verstoord zijn geraakt na de afbraak van Meerestein in 1773, de aanleg van de woonwijk Oosterwijk in de tweede helft van de 20e eeuw en de bouw van het winkelcentrum aan het einde van de 20e eeuw is groot. Het veldonderzoek onderbouwt de hoofdlijnen van de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek, maar er zijn ook duidelijke verschillen. Uit de boringen blijkt niets over drogere periodes in het ontstaan van de natuurlijke afzettingen. Op basis van de aangetroffen sedimenten wordt aangenomen dat het landschap nat en moerassig was gedurende de periode IJzertijd tot en met de Middeleeuwen. Dit onderbouwt echter de verwachting dat eventuele archeologische resten uit die periode alleen gerelateerd zullen zijn aan landbouwactiviteiten. Uit de boringen blijkt ook dat het plangebied inderdaad lag binnen het kasteelterrein met het huis Meerestein ten noorden van het plangebied, maar dat het plangebied veel dichter bij dit huis lag en dat één van de waterpartijen in het plangebied de gracht was rondom het huis. De verwachting voor archeologische waarden uit de periode 14e-18e eeuw is dus veel hoger dan geformuleerd in het bureauonderzoek. Uit de boringen blijkt ten slotte ook nog dat er veel verstoringen voorkomen in het plangebied, maar dat die vooral gerelateerd zijn aan het kasteelterrein en niet aan de gebouwen van het winkelcentrum. Doordat voorafgaand aan de bouw van de woonwijk en het winkelcentrum het terrein is opgehoogd zullen de meeste verstoringen, veroorzaakt door deze bebouwing, niet dieper reiken dan dit ophoogpakket. Een groot deel van de archeologische waarden zullen daarom relatief ongeschonden aanwezig zijn in het plangebied. In het plangebied geldt een lage verwachting voor archeologische resten uit de periode IJzertijd tot en met de Middeleeuwen in de top van de natuurlijke getijde-afzettingen. Deze resten zullen eventueel aanwezig zijn in de vegetatiehorizont die voorkomt tussen 1,3 en 1,6 m -mv ofwel tussen ongeveer -1,1 en -1,5 m NAP. Daarnaast heeft het plangebied een hoge verwachting voor archeologische waarden die horen bij het huis Meerestein uit de 14e tot en met de 18e eeuw. Deze resten worden verwacht direct onder de ophooglagen op een diepte van ongeveer 1,1 m -mv ofwel -1,0 m NAP. Aangezien de geplande aanleg van een parkeerkelder tot een diepte van 3,5 m -mv dieper reikt dan de gestelde voorwaarde adviseert IDDS Archeologie om voor het plangebied aan het Europaplein een aanvullend archeologisch onderzoek te doen. Geadviseerd wordt om na de sloop van de bestaande bebouwing een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Het gaat om een tweetal proefsleuven, haaks op de verwachte gracht (bijlage 3), met een totale oppervlakte van ongeveer 250-300 m2 en tot een diepte van ongeveer 1,5 m -mv. Omdat de bestaande funderingen niet dieper worden verwacht dan slechts de ophooglagen, wordt niet geadviseerd om de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden.</p>
提供机构:
IDDS Archeologie
创建时间:
2021-02-01



