Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek karterende fase (booronderzoek) Project ‘Groene Beemd’ te Lithoijen Deelgebied oost: woonerven 1A, 1B en 2 nabij de Stuwstraat te Lithoijen Gemeente Oss
收藏Mendeley Data2024-02-12 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/SRGMYB
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
in het oosten van de geplande woonwijk Groene Beemd is een karterend booronderzoek uitgevoerd en een nadere landschappelijke verkenning ter hoogte van de geplande riooltransportleiding buiten de op te hogen woonerven. De oeverafzettingen die vanaf het maaiveld voorkomen zijn onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren door middel van een karterend booronderzoek. Ter hoogte van de akker is in aanvulling daarop ook een oppervlaktekartering uitgevoerd. Tijdens het booronderzoek is het algemeen voorkomende insluitsel baksteenpuin waargenomen. Ook is in enkele boringen een spikkel houtskool waargenomen in en direct onder de bouwvoor. In één boring is meer houtskool aangetroffen in combinatie met nog herkenbare verkoolde planten/gewasresten. Aangezien tijdens de oppervlaktekartering geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen en het aangetroffen houtskool in de boringen wordt toegeschreven aan verkoolde gewasresten van recente oorsprong wordt het houtskool in de boringen niet gezien als archeologische indicator. De hoge archeologische verwachting voor de periode vanaf de Romeinse tijd tot en met de Nieuwe tijd wordt door het ontbreken van archeologische indicatoren die duiden op een vindplaats bijgesteld naar een lage verwachting. Ter hoogte van de geplande riooltransportleiding, buiten de geplande op te hogen woonerven is een aanvullend intensiever verkennend booronderzoek uitgevoerd tot 3 m-mv om te bepalen waar en vanaf welke diepte crevasse-afzettingen van de (Pre-)Lith stroomgordel aanwezig zijn. Ter hoogte van de nieuwe riooltransportleiding tussen de twee meest noordelijk gelegen woonerven 1B en 2 zijn crevasse-afzettingen niet aanwezig. Tussen de twee oostelijk gelegen woonerven 1A en 1B en tussen woonerf 1A en het over een paar jaar te ontwikkelen woonerf 3 komt de top van deze vaak dunne afzetting voor vanaf 140 à 190 cm -mv / 3,53 à 2,97 m+NAP. Er is net als in 2021 geen humeuze top in deze dieper gelegen afzettingen waargenomen. De hoge archeologische verwachting voor de perioden Neolithicum (indien Pre-Lith stroomgordel) en Bronstijd – IJzertijd (indien Lith stroomgordel) blijft ongewijzigd. Op grond van het ontbreken van archeologische indicatoren die duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats wordt de archeologische verwachting voor nederzettingsresten uit de periode Romeinse tijd tot en met Nieuwe tijd in de oeverafzettingen bijgesteld naar een lage verwachting voor het oostelijk deelgebied. In de diepere ondergrond is echter een crevasse-complex aanwezig. Deze is in het oostelijk deelgebied waargenomen vanaf 140 cm -mv, waardoor rekening houdend met een buffer van 30 cm, ingrepen tot 110 cm -mv (383 m+NAP) vrijgesteld kunnen worden van archeologisch onderzoek. Voor het nieuwe bestemmingsplan wordt voor het oosten van het plangebied een dubbelbestemming geadviseerd waarbij bij ingrepen over een oppervlak groter dan 100 m² en dieper dan 110 cm beneden de maaiveldwaarden op het AHN4 (dieper dan 3,83 m+NAP) archeologisch onderzoek nodig is. Dit is een algemeen advies voor het oostelijk deelgebied, wat in Figuur 5 nader is gespecifieerd per riooltracé. Er wordt een gravend archeologisch onderzoek geadviseerd zodra de bemaling is aangelegd (zie par. 4.3)
创建时间:
2024-02-12



