five

Bureauonderzoek en gecombineerd Verkennend en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Gravenstraat 14 te Voorst, Gemeente Voorst

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-28c-8wby
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Terra Agribusiness BV een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de geplande uitbouw van een bestaande stal ter plaatse van de Gravenstraat 14 te Voorst, gemeente Voorst. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 425 m2. Het plangebied ligt volgens de beleidskaart van de gemeente Voorst in een zone met een hoge archeologische verwachting (AV-categorie 5). Het beleid van de gemeente Voorst voor dergelijke gebieden is dat archeologisch (voor)onderzoek plaats dient te vinden wanneer de oppervlakte van de ingreep groter is dan 250 m2 én de diepte van de geplande bodemingreep meer dan 30 cm-mv bedraagt. Daarnaast ligt in het plangebied een bekende archeologische vindplaats. Daarvoor geldt dat bij bodemingrepen dieper dan 30 cmmv en plangebieden groter dan 30 m² vroegtijdig waardestellend archeologisch vooronderzoek (IVO) conform gemeentelijke richtlijn moet plaatsvinden. De geplande ruimtelijke ontwikkelingen overschrijden de vrijstellingsgrens voor onderzoek. Daarom is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied vermoedelijk op een dekzandwelving gelegen is. Bovenop dit dekzand zijn beekeerdgronden of laarpodolgronden, bestaande uit lemig fijn zand ontstaan. Op grond van de bestudeerde bronnen kan geconcludeerd worden dat het plangebied een hoge verwachting heeft voor archeologische resten uit de prehistorie tot en met de late-Middeleeuwen. Het plangebied is in de Nieuwe tijd gesitueerd op het achtererf van het historische erf Stapelvoort. De Nieuwe tijd krijgt een middelhoge archeologische verwachting op archeologische waarden die te maken hebben met het gebruik van dit historische erf. Voor de periode van de Tweede Wereldoorlog geldt een lage verwachting. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat delen van het plangebied in het verleden bebouwd zijn geweest, waardoor de bodem daar tot in het archeologisch relevante niveau reeds verstoord kan zijn geraakt. Tijdens het uitgevoerde booronderzoek zijn geen intacte bodemprofielen aangetroffen. In vijf van de zes boringen gingen de geroerde bodemhorizonten direct over in de natuurlijke ondergrond, bestaande uit dekzand (Formatie van Boxtel). Alleen in boring 2 is onder de geroerde lagen sprake van een restant van een akkerlaag. In deze laag zijn echter geen archeologische vondsten of indicatoren aangetroffen. Op basis van het uitgevoerde archeologische booronderzoek worden er binnen het plangebied geen intacte archeologische vindplaatsen meer verwacht.Selectieadvies Door de grote mate van de bodemverstoring binnen het plangebied en de afwezigheid van intacte archeologische niveaus achten wij de kans nihil dat met de geplande bodemingrepen behoudenswaardige archeologisch vindplaatsen verloren gaan. Derhalve adviseren wij om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren. Selectiebesluit Het conceptrapport van het bureauonderzoek en verkennend booronderzoek is op 3 februari 2021 door het bevoegd gezag, de gemeente Voorst en diens adviseur (drs. H.G. Pape-Luijten, regio-archeoloog Stedendriehoek) getoetst en onderschreven. Er zijn enkele opmerkingen gemaakt en deze zijn verwerkt in deze rapportage.Het is een duidelijk onderzoek, waarvan het bevoegd gezag, de gemeente Voorst en diens adviseur (drs. H.G. Pape-Luijten, regio-archeoloog Stedendriehoek) het advies overnemen. Verder onderzoek is dus niet nodig.Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de archeologisch adviseur van de gemeente Voorst (dhr. H.G. Pape-Luijten, regio-archeoloog Stedendriehoek).
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务