Archeologisch bureauonderzoek Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Landgoed Klein Stoephout, Wassenaar Gemeente Wassenaar
收藏DataCite Commons2025-04-14 更新2025-05-10 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/FPWXHO
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
IDDS Archeologie heeft in juni 2023 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd voor het Landgoed Klein Stoephout in Wassenaar, gemeente Wassenaar. De doel- en vraagstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Met het inventariserend veldonderzoek wordt deze verwachting getoetst en zo nodig aangevuld. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het onderzoeksgebied waarschijnlijk is gelegen op een strandvlakte tussen twee strandwallen. Die twee strandwallen zijn beiden gedateerd tussen 2750 en 2525 voor Chr. De strandvlakte wordt waarschijnlijk afgedekt door achtereenvolgens een veenpakket en een door de wind afgezet zandpakket (stuifzand). De top van het veen, en de mogelijk aanwezige bodem onder het veen, in de top van de strandvlakte, betreffen potentiële archeologische niveaus voor waarden uit respectievelijk de Bronstijd tot en met de Romeinse tijd en het Laat Neolithicum tot Bronstijd. De archeologische verwachting voor die niveaus is echter laag omdat het veelal gaat om natte landschapstypen en omdat er droge locaties aanwezig zijn in de nabijheid (strandwallen). In de top van het veen of de top van de strandvlakte worden vooral resten verwacht van landbouwactiviteiten zoals eergetouwkrassen, greppels, en kuilen. De vondsten kunnen bestaan uit aardewerk, bewerkt vuursteen, bot en in het veen uit bewerkt hout en andere organische resten. De archeologische verwachting voor waarden in de top van het stuifzandpakket op het veen is laag aangezien er op basis van historisch kaartmateriaal geen aanwijzingen zijn voor bebouwing in het plangebied. Indien er archeologische waarden aanwezig zijn dan kunnen die dateren tot de Late Middeleeuwen en/of de Nieuwe tijd, en gerelateerd zijn aan land- of tuinbouwactiviteiten. Archeologische sporen zoals greppels, kuilen en ploegsporen of plantbedden kunnen voorkomen evenals resten van aardewerk, metaal, en steen. Bij het veldonderzoek is het verwachte veenpakket op de strandvlakte-afzettingen niet aangetroffen binnen het plangebied. Er is verder geen bodem aangetroffen in de strandvlakte-afzettingen. De archeologische verwachting voor dit niveau komt hiermee te vervallen. In het plangebied zijn daarentegen op de strandvlakte oude duinen aangetroffen. De top van het duinzand is zoals verwacht duidelijk omgewerkt, waarschijnlijk vooral gedurende de laatste 150 jaar. Deze omwerking reikt tot een diepte van 50 tot 70 cm en daarmee heeft de top van het duinzand, aan en nabij het maaiveld, nog slechts een lage archeologische verwachting. In het duinzand is, in de noordoostelijke hoek van het plangebied, een begraven vegetatiehorizont aangetroffen op een diepte tussen 1,2 en 1,7 m -mv (-0,4 tot -0,9 m NAP). Voor deze vegetatiehorizont geldt een hoge archeologische verwachting aangezien dit een oud loopoppervlak kan zijn geweest waarin nog resten van menselijk handelen kunnen zijn achtergebleven. Hoe oud deze laag exact is, is onbekend, maar waarschijnlijk gaat het om archeologische resten die kunnen dateren vanaf het Laat Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. In en onder de vegetatiehorizont kunnen archeologische waarden voorkomen die behoren tot huisplaatsen en/of losse boerderijen. Daarnaast kunnen er sporen zijn van incidenteel of agrarisch gebruik zoals perceleringsgreppels en ploegsporen. Vondstmateriaal kan bestaan uit aardewerk, natuursteen en bouwkeramisch materiaal. Te verwachten sporen zijn onder meer huisplattegronden, waterputten, paal- en afvalkuilen, greppels, erfscheidingen, paden en wegen en ploegsporen. IDDS Archeologie adviseert om aanvullend archeologisch onderzoek te doen in het plangebied indien er, in de noordoosthoek van het plangebied (zie de inschatting van de aanwezigheid van de humeuze laag in Bijlage 3), gegraven wordt dieper dan 0,9 m -mv ofwel -0,1 m NAP (hierbij is de door de RCE voorgestelde veiligheidsmarge van 30 cm toegepast, de humeuze vegetatiehorizont is aangetroffen vanaf 1,2 m -mv ofwel -0,4 m NAP). Voor ondieper reikende werkzaamheden wordt geen aanvullend archeologisch onderzoek geadviseerd.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-04-11



