five

Bureauonderzoek Tracé Best - Son en Breugel PIMS (gemeenten Best, Eindhoven en Son en Breugel)

收藏
DataCite Commons2026-03-30 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/7QOMH5
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In februari 2025 is in opdracht van Hurkmans Groep door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het tracé Best – Son en Breugel (gemeenten Best, Eindhoven en Son en Breugel). Aanleiding voor het onderzoek is het project Proactief Investeren in Middenspanningsnetten (PIMS) waarvoor een aantal middenspanningsnettracés verzwaard dienen te worden, waaronder het tracé Best – Son en Breugel. Bij de aanlegwerkzaamheden kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. Een bureauonderzoek is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ, zie bijlage 2). Voor het plangebied geldt een onderzoeksplicht conform het beleid van de gemeenten Best en Son Breugel. • Waar kunnen (eventuele) archeologische resten zich bevinden? • Welke verschijningsvorm kunnen deze hebben? Op de gradiëntzones van de dekzandruggen in het gebied, vooral deze nabij oude waterlopen kunnen resten van kampementen van jagers en verzamelaars verwacht worden. Op de dekzandruggen en – welvingen kunnen resten van bewoning door boerensamenlevingen (neolithicum tot en met nieuwe tijd) verwacht worden. In het plangebied betreft dit de zones ter hoogte van de Planetenlaan en bij Ekkersrijt. Voor de omgeving Planetenlaan werd op basis van KLIC-gegevens vastgesteld dat deze locatie naar verwachting reeds verstoord is. In de omgeving van Ekkersrijt is bij eerdere onderzoeken reeds bewoning uit het mesolithicum, bronstijd, ijzertijd, Romeinse tijd, middeleeuwen en nieuwe tijd aangetoond. Het kan niet uitgesloten worden dat er ook in het plangebied sprake is van bewoningsresten. De historische kaarten tonen een bewoningskern uit de nieuwe tijd ter plaatse van het tracé. Het is mogelijk dat hier ook oudere bewoningsresten aanwezig zijn. • Is verder onderzoek noodzakelijk? Zo ja, hoe kan daar systematisch naar gezocht worden? Voor tracédelen die uitgevoerd worden door middel van gestuurde boringen (HDD) is verder onderzoek niet noodzakelijk. Voor tracédelen in zones die naar verwachting reeds verstoord zijn, is verder onderzoek niet noodzakelijk. Voor tracédelen, die reeds op basis van eerder onderzoek (Zaakid. 2026930100) zijn vrijgegeven, is verder onderzoek niet noodzakelijk. Voor tracédelen in zones die op basis van geomorfologische en bodemkundige informatie een lage verwachting hebben, is verder onderzoek niet noodzakelijk. Voor deze delen kan de AMZ-cyclus voor deze werkzaamheden worden afgesloten. Omdat er een hoge kans is op het aantreffen van archeologische resten binnen een deel van het plangebied (zie Afbeelding 15), adviseert Antea Group om op de locaties een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, uit te voeren op de locaties waar graafwerkzaamheden dieper dan 30 centimeter -mv gepland zijn. De methode – een verkennend booronderzoek bestaande uit 6 boringen per hectare - is er niet primair op gericht om archeologische resten aan te treffen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om: 1) de aard van bodemopbouw en 2) de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw inclusief de potentieel aanwezige archeologische sporendragende niveaus te bepalen. Op basis van de huidige tekeningen en bovenstaand advies dient te worden uitgegaan van circa 11 boringen tot 1,8 meter -mv (of tot minimaal 30 centimeter in de onverstoorde C-horizont). Dit is een advies. Het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan het bevoegd gezag, in deze de gemeenten Best, Eindhoven en Son en Breugel.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-03-27
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务