five

Plangebied Meije 5 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk. Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Plangebied Meije 5 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk. Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) .

收藏
DANS Data Station Archaeology2025-04-27 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/RWRCW6
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Prostafeed B.V. heeft RAAP in februari-maart 2024 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Meije 5 te Bodegraven in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning.<br>Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: - Op basis van het bureauonderzoek gold een hoge verwachting voor de periode vanaf de vroege middeleeuwen voor sporen van bewoning op basis van het nabijgelegen terrein met vermoedelijke motteburcht. Sporen van bewoning werden vanaf het maaiveld verwacht binnen een eventueel aanwezige cultuur- of ophogingslaag. Tijdens het veldonderzoek zijn geen cultuur- of ophogingslagen aangetroffen en zijn eveneens geen archeologische indicatoren aangetroffen die duidelijk verband houden met het nabijgelegen motteterrein uit de middeleeuwen. Op basis van deze gegevens kan de archeologische verwachting voor de periode vanaf de vroege middeleeuwen van hoog naar laag worden bijgesteld.<br>- Voor de oeverafzettingen van de Meije gold op basis van het bureauonderzoek een middelhoge verwachting voor bewoningssporen uit de late ijzertijd en Romeinse tijd (mogelijk vanaf het neolithicum-bronstijd). In het onderzoeksgebied zijn in alle boringen oeverafzettingen aangetroffen afkomstig uit de voormalige stroomgordel van de Meije. De top van de oeverafzettingen is vermoedelijk opgenomen in de bovengelegen verstoorde grond en/of bouwvoor. In boring 9 zijn op een diepte tussen 60 en 70 cm -mv (1,97-2,07 m -NAP) een cluster van houtskool brokjes en een sterk verweerd fragment aardewerk aangetroffen. Het fragment aardewerk heeft een grootte van 1,5 cm en dateert binnen de periode van de Romeinse tijd – middeleeuwen. Alhoewel het hier mogelijk archeologische indicatoren betreft zijn deze niet waargenomen in afzettingen waaruit de aanwezigheid van een archeologisch niveau blijkt. De oeverafzettingen waarin de indicatoren zijn aangetroffen zijn wel kalkloos en gerijpt, maar verdere aanwijzingen voor een archeologisch niveau (vegetatiehorizont/humeus niveau/fosfaatvlekken) ontbreken. Zodoende wordt het aannemelijker geacht dat deze indicatoren niet aanwezig zijn binnen een bredere context zoals een vindplaats, maar in dit geval eerder een losse puntvondst/context aangeven. De sterke verwering van het fragment aardewerk draagt bij aan deze interpretatie, wat mogelijk aangeeft dat het fragment als gevolg van transport (door de rivier) is verweerd alvorens het is afgezet in het oeverpakket. Bij lokale depositie van het aardewerk zal doorgaans minder verwering van het vondstmateriaal optreden. Op basis van deze gegevens wordt daarom de archeologische verwachting voor de periode van het laat neolithicum t/m Romeinse tijd van middelhoog naar laag bijgesteld.<br>Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt de kans gering dat in het onderzoeksgebied archeologische resten bedreigd worden: tot de maximale boordiepte (300 cm -mv) zijn geen lagen met een middelhoge of hoge archeologische verwachting in het onderzoeksgebied aanwezig. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2024-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务