five

Archeologisch onderzoek Maaslijn 10kV kabeltracé T03 Cuijk en T04 Boxmeer

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xth-82wv
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Gezien de ouderdom van de afzettingen binnen het tracé kunnen archeologische resten voorkomen van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum, Mesolithicum en Vroeg-Neolithicum. Het verblijf op bepaalde plekken werd in deze perioden bepaald door het seizoen en door de relatieve ecologische rijkdom van een locatie. Bewoning en activiteiten op bepaalde locaties konden dus slechts voor korte tijd (dagen) zijn of voor langere tijd (weken, maanden). De ligging van deze locaties was in de regel zeer sterk aan land-schappelijke eenheden gebonden. In vrijwel alle gevallen zijn ze te vinden op overgangen van nat naar droog (de zogenaamde gradiëntsituaties). De situering van het plangebied lijkt hierop van toepassing te zijn. De vondst van een tweetal vuurstenen afslagen, 50 m ten noorden van het westelijke deel van het tracé, ondersteunt dit.Tijdens het Neolithicum vond geleidelijk de overgang van jager-verzamelaar naar landbouwer plaats. Met de introductie van de landbouw, meer specifiek de akkerbouw, stelde de mens geleidelijk aan andere eisen aan zijn landschappelijke omgeving. De locatiekeuze werd in steeds belangrijkere mate bepaald door de geschiktheid van gronden als potentieel akkerareaal. Belangrijke parameters hiervoor zijn het grondwaterregime (niet te nat), de natuurlijke vruchtbaarheid (leemhoudende bodems) en de bewerkbaarheid van de bodem. Het gebied bevindt zich echter in een relatief lager gelegen deel ten opzichte van de directe omgeving. Dit wordt bevestigd door het voorkomen van gooreerdgronden in het westelijke deel en oude rivierkleien in terrasvlakten. Deze locaties waren in het verleden waarschijnlijk al natte locaties en waren over het algemeen geen voorkeurslocaties om te vestigen. De kans dat binnen het onderzoeksgebied derhalve vindplaatsen van sedentaire mensen (uit het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen) aanwezig zijn, wordt niet groot geacht. Het tracé wordt in het westelijke deel aangelegd op de locaties waar op basis van de geomorfologische kaart sprake is van storthopen en gedeeltelijk afgegraven terras-welvingen. Het overige deel van het tracé wordt enerzijds aangelegd in de berm van bestaande wegen en anderzijds door middel van gestuurde boringen. De aanleg van de wegen en aanwezige kabels en leidingen zal geresulteerd hebben in aantasting van het oorspronkelijke maaiveld. Met name gezien het archeologisch verwachtingsmodel waarbij een verwachting bestaat op vindplaatsen zonder sporenniveau, is de kans op intacte archeologische resten niet groot. Op de locaties waar gestuurde boringen gaan plaats-vinden, worden geen archeologische resten bedreigd. SelectieadviesOp basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat binnen het onderzoeks-gebied een archeologische verwachting bestaat op resten uit met name het Laat Paleolithicum, Mesolithicum en Vroeg-Neolithicum. Gezien bodemverstorende activiteiten die binnen het tracé hebben plaatsgevonden, wordt de kans echter klein geacht dat deze nog intact aanwezig zijn. Aanbevolen wordt om het tracé archeologisch gezien vrij te geven.Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht (vondstmelding via de bevoegde overheid).Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een besluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit besluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务