five

Zaltbommel Poederoijen Slot Loevestein

收藏
DataCite Commons2025-04-02 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-z2t-x56v
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
ADC ArcheoProjecten heeft een proefsleuvenonderzoek (Fase 1), een definitieve opgraving (Fase 2) en een archeologische begeleiding uitgevoerd (Fase 3) op Slot Loevestein.Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in verband met de nieuwbouw van twee gebouwenblokken (D en bij F+L), de verbetering en aanleg van het leidingentracé en aanleg van enkele speeltoestellen (exhibits) op het vestingterrein van Loevestein. Deze werkzaamheden maken onderdeel uit van het Masterplan fase 1 voor de herinrichting van het complex. De hiermee gepaard gaande bodemingrepen bestaan uit sloop en nieuwbouw en ontgravingen. Deze werkzaamheden zouden naar verwachting een bedreiging vormen voor eventueel aanwezige archeologische waarden.Het onderzoek is uitgevoerd conform de vereisten van de KNA 3.2 en de voor het onderzoek opgestelde PvE’s. Het archeologisch onderzoek bestaat daarbij uit drie fasen.De eerste fase omvatte de aanleg van een proefsleuf op de locatie van de nieuwbouw ter hoogte van de blokken F en L. Op basis van de resultaten van het archeologische proefsleuvenonderzoek bleek dat de funderingen van de barakken nog goed geconserveerd waren in de ondergrond. Daarom werd in de tweede fase ter plekke van de bouwkuip van de blokken F en L een opgraving uitgevoerd.Vervolgens werden in de derde fase door middel van een archeologische begeleiding de aan te leggen leidingentracés en de ontgravingen ter plekke van de te plaatsen speeltoestellen in kaart gebracht. Het proefsleuvenonderzoek werd uitgevoerd op 14 en 15 mei 2012, de opgraving van 10 tot en met 20 september 2012, en tot slot de archeologische begeleiding tussen mei 2012 en oktober 2013.Op afb. 0.7 en afb. 0.8 is de ontwikkeling van Slot Loevestein weergegeven. Te zien is dat de in 1576 nog aanwezige gracht in de daaropvolgende fase gedeeltelijk is gedempt, waarna aan het einde van de 16e en het begin van de 17e eeuw twee rijen soldatenbarakken en diverse andere gebouwen op het terrein binnen de vestingwerken verschenen. Toen moet ook de toegang tot het kasteelterrein zijn gewijzigd.Tegen het einde van de 17e eeuw was ook bebouwing aanwezig op delen van de locaties van de blokken D en L.Rond 1700 onderging het aangezicht van het kasteel binnen de wallen na de vrijwel algehele demping van de slotgracht een aanzienlijke wijziging. De militaire bezetting van vesting Loevestein ontwikkelde zich tot een militair dorp, waar ook de gezinnen van de compagnie woonden. Men verving de soldatenbarakken op de voorhof door de soldatenhuisjes zoals die er nu nog staan. In de rij huisjes bevonden zich ook de woningen van de predikant en de veerman. De hier tegenover gelegen rij woningen bood onderdak aan de lagere officieren. De nieuwe plannen voorzagen in de afbraak van een groot gedeelte van de voorburcht, terwijl de gracht om de hoofdburcht in de vorm van een rechthoek werd gebracht. Ten noorden van de gedeeltelijk geslechte voorburcht bouwde men een rijtje huisjes, waar onder meer een laboratorium, een schoolmeesterswoning met school en een ruimte voor een vroedvrouw waren ondergebracht (Blok F en L).De Gracht Tot de oudste tijdens het archeologische onderzoek aangetroffen archeologische resten behoren de sporen van de gracht die rondom het Slot en de voorburcht lag. Deze gracht werd rond 1361 gegraven.De aanwezigheid van de gracht werd zowel in de profielen, boringen als in één van de werkputten van de archeologische begeleiding waargenomen. De gracht is ingraven in natuurlijke rivierafzettingen en is grotendeels op natuurlijke wijze verland. De vulling van gracht bestaat uit verschillende pakketten.Op de bodem van de gracht bevindt zich een zandig pakket, met daarboven een mestig pakket (F). Dit materiaal (beer) kan afkomstig zijn van de latrine die zich aan deze zijde van de voorburcht bevond.Vanwege de aanwezigheid van gerstkorrels in dit pakket zou verder mogelijk een verband gelegd kunnen worden met de nabij gelegen brouwerij. Op basis van de beschikbare datering wordt dit pakket tussen 1324-1439 gedateerd.Het hierboven liggende pakket, dat bestaat uit donkergekleurd veen (E), wordt op basis van de beschikbare gegevens tussen 1425 en 1623 gedateerd.Het pakket D dat bestaat uit kalkrijke zand- en zandige kleilagen, is gevormd als gevolg van overstromingen. In dit pakket zijn vrijwel geen archeologische indicatoren aanwezig.Hierboven ligt pakket C, dat bestaat uit een afwisseling van matig tot sterk zandige kleien die eveneens als overstromingsafzettingen worden geïnterpreteerd. Tussen deze lagen zijn zwart gekleurde venige lagen aanwezig die de grachtbodem vertegenwoordigen tijdens perioden waarin het water in de gracht tot rust kwam. In deze perioden kon organisch materiaal bezinken en werd afval in de gracht gegooid.Opvallend zijn de hoefafdrukken die hier in de verschillende kleiige lagen zijn waar te nemen. De dieren hebben waarschijnlijk door de bijna dichtgeslibde gracht gelopen. Het vondstmateriaal uit deze lagen van de grachtvulling (pakket C) is te dateren in de periode tussen 1600 - 1625/1650. Het bovenste deel van de grachtvulling bestaat uit voornamelijk zandig materiaal, dat op de locatie van de voormalige gracht ter egalisatie is aangebracht om het terrein geschikt te maken voor de bouw van de eerste barakken. Op basis van de datering van de AMS monsters en de datering van het vondstmateriaal in de onderliggende lagen is de eerste bebouwing ter plekke van de opgraving ook pas rond 1625 gebouwd. Mogelijk heeft de gracht dus nog iets langer open gelegen en lag de bebouwing die rond 1600 verschijnt op afb. 0.9 nog naast een nog watervoerende gracht.In de gracht zijn vier houten palen aangetroffen, onzeker is of het restanten van een brug of steiger betreffen.De eerste barakken eind 16e/begin 17e eeuw Uit historische bronnen is bekend dat binnen de vesting Loevestein aan het einde van de 16e eeuw de eerste barakken verschenen. Vermoedelijk betrof het in eerste instantie bebouwing die in het begin van de straat heeft gestaan (nabij de huidige toegangspoort). Hier zijn tijdens eerdere opgravingen de restanten aangetroffen van een dubbele rij huizen. Aangegeven wordt ook dat in 1627 de barakken aan vernieuwing toe zijn en door de commissarissen van de Fortificatien van Holland de opdracht gegeven wordt nieuwe barakken te laten bouwen.Tijdens de begeleiding van de leidingsleuven werden funderingen aangetroffen die ook aan de eerste bouwfase gekoppeld zouden kunnen worden. Op een reconstructie van de situatie rond 1651 is ter plekke van de huidige straat een dubbele rij barakken aanwezig. Bij de vernieuwing van de barakken rond 1730 verdwenen deze barakken onder het straatniveau.Ter plekke van de opgraving is de situatie iets anders. Op basis van de resultaten van de beschikbare dateringen van de monsters en het vondstmateriaal van opgraving lijkt de eerste bebouwing hier pas na het dichten van de slotgracht gebouwd te zijn: rond 1625. Tot de oudste tijdens de opgraving aangetroffen bebouwing behoort het laboratorium. Sporen van oudere bebouwing (uit een eerdere fase) zijn niet aangetroffen. Het laboratorium zou op grond van de toegepaste baksteen in de tweede helft van de 16e eeuw gedateerd kunnen worden. Gezien de beschikbare dateringen van het dichten van de gracht, kon pas gestart zijn met de bouw van het laboratorium rond 1625. Dit betekent dus dat in vergelijking tot de reconstructietekening op afb. 0.8 het laboratorium al eerder verschijnt.Bijzonder bij dit gebouw is de wijze van funderen op houten platen met haaks daaronder planken. Gezien deze funderingswijze zal er op dat moment geen aansluitende bebouwing zijn geweest. Dit gebouw zal later meerdere malen zijn verbouwd. Niet alleen de verschillende vloerniveaus en het dichtzetten dan wel verhogen van de toegang van het laboratorium in de noordelijke voorgevel zijn hier voorbeelden van, maar ook het plaatsen van de tussenmuren bij de toegang tot de kelder.Als de plattegrond van de het laboratorium geprojecteerd wordt op de kadastrale minuut 1811-1832 en de registertekening van de vesting uit 1901 valt op dat de ligging van de aangetroffen funderingen van het laboratorium enigszins afwijkt van die van de beide tekeningen.Wat betreft het laboratorium komt de aangetroffen oostelijke zijgevel wel overeen met de tekening, de westelijke zijgevel van de opgraving ligt parallel aan een weergegeven tussenmuur van een de gang op de registertekening uit 1901. De werkelijke zijgevel ligt op de registertekening en de kadastrale minuut meer westelijk en hier is een gang weergegeven. Tijdens de opgraving zijn hier geen restanten van aangetroffen. De aangetroffen voor- en zijgevel van het laboratorium zijn in verband met elkaar opgetrokken en er zijn ook geen overtuigende restanten van een mogelijk latere aanbouw van een gang aanwezig. Wel is er binnen de noordelijke ruimte van het laboratorium een gang aangetroffen. Deze wordt echter niet weergegeven op de registertekening of de kadastrale minuut. De vraag is dus hoe hier dit verschil ontstaan is. Of dat, indien de gang toch aanwezig is geweest, deze gezien de diepte van de overige wel bewaarde funderingen, niet tot de oorspronkelijke opzet behoord heeft. In dat geval betreft het dan een relatief late wijziging, die erg ondiep was gefundeerd.Waarschijnlijk zijn in de 17e eeuw aan weerszijden van het laboratorium ook de eerste barakken gebouwd. Hiervan lijken tijdens de opgraving geen resten van te zijn aangetroffen.Verbouwing rond 1730 Uit archivalische bronnen is bekend dat omstreeks 1730 de barakken ter plekke zijn vernieuwd, waarbij de situatie is ontstaan die op het kadastrale minuutplan zichtbaar is. Van die vernieuwing resteren de funderingen aan de westzijde van het laboratorium. Hier werden de funderingen aangetroffen die behoren tot twee barakken. Van de eerste en meest westelijke barak (1) zijn de achtergevel, de oostelijke zijgevels en twee tussenmuren bewaard. Tevens ligt aan de achterzijde een latrine of privaat. Waarschijnlijk is deze privaat in de tweede helft van de 19e eeuw aan de achterzijde van de westelijke barakken geplaatst. De overige funderingen zijn bij latere sloopactiviteiten volledig verwijderd.Ten oosten van deze barak ligt een tweede barak (2). Opvallend is dat er tussen de eerste en tweede barak een tussenruimte aanwezig is die op geen van kaarten te zien is. Er lijkt dus sprake van losse gebouwen en niet, zoals op de kadastrale minuut en de registertekening van aaneen gesloten bebouwing. Wel moet worden opgemerkt dat hier slechts enkele fragmenten van de funderingen zijn aangetroffen, de mogelijkheid bestaat dan ook dat de aansluiting van barak 1 met barak 2 bij latere sloopwerkzaamheden verdwenen zijn. Van deze tweede barak zijn de funderingen van de westelijke zijgevel, de achtergevel en een zeer klein deel van de oostelijke zijgevel bewaard gebleven. Van de binnenverdeling zijn een tussenmuur, een kelder met schrobput en vloerniveaus bewaard gebleven. Tussen dit pand en het laboratorium was een smalle goot aanwezig die bekleed was met daktegels. Ook hier is dus sprake van vrijstaande bebouwing.Opvallend is dus dat hoewel zowel op de kadastrale kaart als op de registertekening aaneen gesloten bebouwing wordt weergegeven, hiervan op basis van de archeologische resultaten geen sprake is.De eerste en de tweede barak lijken los van elkaar te liggen en ook tussen die tweede barak en het laboratorium is een tussenruimte met een goot aanwezig. Aan de oostzijde van de het laboratorium is ook een goot aanwezig.Verder komt bij de eerste barak in vergelijking tot de kadastrale minuut alleen de ligging van de achtermuur overeen. In vergelijking met de registertekening is ook de aangetroffen latrine waar te nemen. De ligging en de omvang van de tweede barak komt ook niet overeen met de weergave op de kadastrale minuut en de registertekening. Voor de waargenomen verschillen tussen de aangetroffen sporen, de kadastrale minuut en de registertekening is geen verklaring voorhanden. Kort na het vervaardigen van de registertekening in 1901 is de bebouwing gesloopt (1905), te beginnen met de oostelijke barakken. Een registertekening uit 1910 laat zien dat toen alle bebouwing was gesloopt.Op de plaats van de oostelijke barak heeft men, waarschijnlijk in de Eerste Wereldoorlog, toen de vesting weerbaar werd gemaakt, een (houten) loods of een overkapping gebouwd. Deze is waarschijnlijk kort na het einde van de Eerste Wereldoorlog weer gesloopt. Hiervan resten de stiepen waarop de dakdragende stijlen hebben gestaan.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2016-04-22
5,000+
优质数据集
54 个
任务类型
进入经典数据集
二维码
社区交流群

面向社区/商业的数据集话题

二维码
科研交流群

面向高校/科研机构的开源数据集话题

数据驱动未来

携手共赢发展

商业合作