Aanleg N23 tussen Lelystad en Dronten
收藏DANS Data Station Archaeology2006-10-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XCT-HWVM
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de provincie Flevoland Afdeling Wegen, Verkeer en Vervoer heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in oktober en november 2006 een inventariserend veldonderzoek (IVO) uitgevoerd ten behoeve van de voorbereiding van de aanleg van de provinciale weg N23 tussen Lelystad en Dronten. Uit het inventariserend archeologisch onderzoek blijkt dat de bodem op de onderzoekslocaties 1 tot en met 3 tot 325 m à 62 m -Mv uit meerafzettingen bestaat (Flevomeer-, Almere- en Zuiderzee Laag). De diepere ondergrond bestaat uit rivierzand (Formatie van Kreftenheye) en dekzanden (Formatie van Boxtel). Veelal liggen de meerafzettingen direct op de pleistocene afzettingen. Op een aantal plaatsen worden beide afzettingen echter van elkaar gescheiden door een laag basisveen, getijdeafzettingen (Laagpakket van Wormer) of verspoeld dekzand. Voor het dekzand en oeverafzettingen van het Laagpakket van Wormer (mits van voldoende dikte en hoog gelegen) geldt een hoge kans op het aantreffen van archeologische resten. Laagpakket van Wormer Alleen op onderzoekslocatie 1 zijn afzettingen van het Laagpakket van Wormer aangetroffen. De monsters van de top van de getijdeafzettingen hebben geen archeologische indicatoren opgeleverd. Er zijn hier naar verwachting geen archeologische vindplaatsen aanwezig. Dekzand In het oosten van onderzoekslocatie 1 bevindt zich een (pleistocene) geul die ook tijdens het Hanzelijn-onderzoek is aangetroffen. Ten oosten en westen van de laagte ligt het pleistocene oppervlak hoger. Het hier aanwezige dekzand is in meer of mindere mate verstoord. Het booronderzoek op locatie 2 heeft aanwijzingen voor 2 (mogelijke) vindplaatsen opgeleverd (vindplaatsen 1 en 2). Het pleistocene oppervlak is in het centrale en westelijke deel van onderzoeks- locatie 2 licht golvend en ligt relatief laag; in het oosten bevindt zich een hoger gelegen dekzandflank. In het westen en het oosten is sprake van een hoge gaafheid van de dekzandprofielen. In beide zones zijn in totaal 3 vindplaatsen aangetroffen (vindplaatsen 3, 4 en 5). Op onderzoekslocatie 3 is een aanzienlijke erosie van het dekzandlandschap vastgesteld. Op grond hiervan is het niet waarschijnlijk dat op deze locatie waardevolle archeologische resten aanwezig zijn. De aanleg van de N23 zal gepaard gaan met bodemverstoringen die naar verwachting niet dieper dan 25 m -Mv zullen reiken. Uitgaande van deze verstoringsdiepte wordt alleen vindplaats 5 bedreigd door de aanleg van de N23. Op grond hiervan worden de volgende aanbevelingen gedaan: Locatie 1: Geen vervolgonderzoek. Alleen indien de bodemingrepen ter hoogte van vindplaatsen 1 en 2 dieper blijken te gaan dan 40 m dient een booronderzoek uitgevoerd te worden om de waarde van beide vindplaatsen zo exact mogelijk te bepalen. Locatie 2: Voor het centrale en westelijke deel wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Alleen indien de bodemingrepen dieper blijken te gaan dan 34 m (ter hoogte van vindplaats 3) respectievelijk 31 m (ter hoogte van vindplaats 4), dient een booronderzoek uitgevoerd te worden om de waarde van beide vindplaatsen zo exact mogelijk te bepalen. Vindplaats 5 is de enige vindplaats die door geplande bodemingrepen bedreigd wordt. Aanbevolen wordt om de waarde van vindplaats 5 door middel van een booronderzoek zo exact mogelijk te bepalen. Locatie 3: Geen vervolgonderzoek. De planontwikkeling kan hier, voor wat betreft de archeologie, zonder beperkingen worden uitgevoerd.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2006-10-10



