Bureauonderzoek Hoogstraat Gastel
收藏DataCite Commons2026-02-23 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/IPH5JK
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In mei 2023 is in opdracht van de provincie Noord-Brabant door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de Hoogstraat 15 in Gastel (gemeente Cranendonck). Aanleiding voor het onderzoek is het verwijderen van zinkassen en de sanering ten behoeve van de aankoop door de provincie van een veehouderij op de locatie. Er zal tot 1 à 1,5 m-mv worden ontgraven.
</p><p>
Het plangebied ligt in de archeoregio Noord-Brabants Zandgebied. Binnen deze regio valt het in het zandgebied De Roerdalslenk. Dit is een verzakkingsgebied dat parallel loopt tussen twee afschuivingsbreuken. Door deze tektonische dalingen kunnen er op de slenk aardbevingen plaatsvinden. In het Pleistoceen wisselde het klimaat tussen zeer koude perioden (ijstijden/glacialen) en warmere perioden (interglacialen). In het begin van het Weichselien was er nog vrij veel vegetatie, waardoor de zandverstuivingen slechts een lokaal karakter hadden. In het Midden-Weichselien was de vegetatie vrijwel geheel verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving van zand kon optreden. Dit door de wind afgezette zand wordt dekzand genoemd. Het materiaal dat op dekzanden werd afgezet, bestaat in het algemeen uit fijn zand met enkele grovere zand- of grindlaagjes. Door de dekzanden heen konden in de laaggelegen delen beekdalen ontstaan. Gedurende het Vroeg- en Midden-Pleniglaciaal trad er op grote schaal verspoeling van het toen aanwezige dekzand op, waardoor zandlagen afgewisseld met leemlagen gevormd werden, die samen fluvioperiglaciale afzettingen genoemd worden. Gedurende de latere perioden van de ijstijd was het klimaat droger dan in voorgaande perioden. Deze droogte in combinatie met een schaars begroeid landschap zorgde ervoor dat de wind wederom vrij spel had, waardoor er op grote schaal dekzand kon worden afgezet. Zo ontstonden de Oude Dekzanden en de Jonge Dekzanden. Deze dekzanden vormden ruggen in een langgerekte, Zuidwest naar Noordoost georiënteerde richting. De dikte van deze dekzanden varieert tussen de 15 tot 45 m. Dekzanden waren in de prehistorie aantrekkelijke plekken voor bewoning door hun hoge en droge ligging. In de middeleeuwen werden de dekzanden middels mest opgehoogd om zo de landbouw te bevorderen. Het resultaat is dat er hierdoor hoge en lage enkeerdgronden konden ontwikkelen.
</p><p>
Vanaf de middeleeuwen behoorde Gastel ook tot de parochie van Budel. In de hoge Middeleeuwen was Dirk van Altena de goederenbezitter in de omgeving van Maarheeze, en daarmee ook Gastel, dat in het gebied Hugten lag. In 1242 erfde zijn neef de goederen en liet hij tussen Maarheeze en Soerendonk een kasteel bouwen. In Gastel zelf stond vanaf de 15e eeuw een katholieke kapel die gewijd was aan Maria en de vier noodhelpers Sint-Cornelius, Sint-Quirinus, Sint-Hubertus en Sint-Antonius in het centrum van het dorp. Na 1926 kreeg Gastel een grotere rol in het geloofsleven, omdat de verering van St. Cornelius een grotere rol ging spelen. Dit zorgde voor meer missies en de kinderzege trok veel gelovigen, waardoor het dorp groeide.
</p><p>
Binnen het plangebied is ook een kasteel/buitenhuis te vinden, namelijk het kasteel in de Burgskens in de zuidoostenlijke hoek van het plangebied. Dit kasteel was eigendom van Johan van Pelt. Zijn vrouw Maria Besoyen verkocht de lusthof na zijn dood. Het verhaal doet de ronde dat er een gangenstelsel van dit verblijf naar kasteel Cranendonk zou hebben gelopen, maar bewijs hiervoor is tot op heden uitgebleven. Op historisch kaartmateriaal is af te lezen dat het plangebied, behalve de burcht Burgskens, vrijwel onbebouwd is gebleven. Er is bekend dat er niet op het terrein van de lusthof gesaneerd zal worden.
</p><p>
Onderzoeken uit de omgeving hebben aangewezen dat er vooral sporen en vondsten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd zijn aangetroffen. In veel gevallen is er ook een leeflaag ontdekt in de vorm van een podzolbodem.
</p><p>
Op de verwachtingskaart van de gemeente Cranendonck is te lezen dat er voor het plangebied een middelhoge tot hoge verwachting geldt. In het noorden en zuiden van het plangebied is er mogelijk een esdek aanwezig, dat vondsten uit de Romeinse Tijd en eerder mogelijk goed heeft kunnen conserveren.
</p><p>
Omdat er een hoge/middelhoge kans is op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied, adviseert Antea Group om binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, uit te voeren op de plekken waar uiteindelijk een sanering zal plaatsvinden.
</p><p>
Indien uit het archeologisch booronderzoek blijkt dat de niveaus niet intact zijn dan kan vrijgave voor het plangebied volgen. Mocht blijken dat dit niet met zekerheid kan worden vastgesteld, dan kan een vervolgonderzoek noodzakelijk zijn op die locaties waar deze niveaus bereikt worden. In overleg met de opdrachtgever kan dan worden gekeken naar de meest praktische vorm van vervolgonderzoek, zijn proefsleuven of een archeologische begeleiding van de uit te voeren graafwerkzaamheden.
</p><p>
Selectiebesluit juli 2024</p><p>
In juli 2024 heeft mevrouw Ria Berkvens het rapport goedgekeurd. Wel blijven is de omgevingsdienst van mening dat verkennende boringen als vervolgonderzoek niet efficiënt is. Er kunnen hiermee geen archeologische waarden worden gekarteerd, enkel informatie over de bodemopbouw. Uit enkele boringen die in het plangebied zijn gezet door Vestigia, is al duidelijk geworden dat er volop beekafzettingen aanwezig zijn. Ons advies is dan ook om het vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van proefsleuven en/of opgraven onder de variant archeologische begeleiding.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2024-07-08



