Verkennend booronderzoek De Hulsen. Nieuwe Dukenburgseweg 15, gemeente Nijmegen
收藏DANS Data Station Archaeology2022-06-26 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XHA-9FEA
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen (BABN) op 9 februari 2022 een verkennend booronderzoek (IVO-O) uitgevoerd in het plangebied aan de Nieuwe Dukenburgseweg 15 te Nijmegen (gemeente Nijmegen). In het plangebied wordt nieuwbouw van het daklozencentrum 'De Hulsen' gerealiseerd. Bij de daarbij behorende graafwerkzaamheden bestaat de mogelijkheid dat eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaan.</p><p>Op basis van het bureauonderzoek bestaat voor het grootste deel van het plangebied een 'basisverwachting'. Dat wil zeggen, een algemene verwachting op nederzettingssporen en direct gerelateerde sporen (erfsporen) vanaf het neolithicum tot en met de (vroege) middeleeuwen. Een klein deel van het gebied kent een hoge verwachting met betrekking tot dezelfde soort resten. Op basis van het vooronderzoek kon een dun pakket dekzand worden verwacht, waarin zich nog resten van de B-horizont bevinden. Aan alle kanten rondom het plangebied zijn eerder uitgevoerde waarnemingen of proefsleuvenonderzoeken bekend. Geen van deze onderzoeken heeft echter archeologische resten opgeleverd. De verwachting voor het onderhavig plangebied is daarmee dan ook niet hoog. Een gedeelte van het huidige gebouw is onderkelderd. De overige gebouwen zijn voorzien van een vrij diepe kruipruimte.</p><p>Doel van het verkennend inventariserend veldonderzoek is allereerst het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek en, indien nodig, het aanvullen of wijzigen daarvan. Tijdens het verkennend inventariserend veldonderzoek wordt de bodemopbouw en mate van gaafheid (waaronder verstoringen) van de bodem in kaart gebracht, om zo de archeologische potentie van het plangebied vast te stellen. Tot slot heeft het onderzoek als doel een advies te formuleren over welke maatregelen dienen te worden getroffen in het plangebied in het kader van de gemeentelijke archeologische monumentenzorg.</p><p>Binnen het plangebied zijn in totaal negen boringen gezet. De boringen zijn gezet tot minimaal 0,3 m in de C-horizont en uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De maximale boordiepte bedroeg 1,4 m -mv. Op deze manier kon de diepte van een potentieel sporenvlak en mogelijke vondstlagen worden bepaald, alsmede bestaande bodemverstoringen worden vastgesteld. Deze methodiek is geschikt voor het vaststellen van de bodemopbouw en hieraan te relateren archeologische verwachtingen.</p><p>Uit het booronderzoek blijkt dat overal binnen het plangebied sprake is van een AC-profiel. De C-horizont bevindt zich op een diepte van 0,45-0,90 m -mv (11,60-12,39 m +NAP). Vanaf dit niveau zouden in principe nog archeologische resten verwacht kunnen worden. Bij bodemingrepen dieper dan dit worden deze resten dan bedreigd. Van een vondstlaag is geen sprake. De scherpe overgang van de A- naar de C-horizont, gecombineerd met het ontbreken van natuurlijke horizonten doet echter vermoeden dat een groot deel van eventueel aanwezige archeologische resten minder goed geconserveerd, dan wel verdwenen is. Onder het onderkelderde bouwblok in het noordwesten worden sowieso geen resten meer verwacht.</p><p>De verwachting mag dan ook voor alle perioden naar beneden worden bijgesteld. Als daarbij ook nog het ontbreken van archeologische resten in alle rondom het plangebied gelegen waarnemingen en onderzoeken in acht wordt genomen, kunnen we spreken van een lage verwachting. Onder de bestaande bebouwing is de verwachting op archeologische resten zelfs zeer laag te noemen. Samenvattend is de archeologische potentie van het plangebied dus laag. Om deze reden adviseert BABN voor onderhavig plangebied geen verder vervolgonderzoek.</p>
提供机构:
gemeente Nijmegen
创建时间:
2022-04-07



