five

Onderzoek en advies ZAMEN, zaaknr.: 31115468 Werkpakket 5.10 Archeologisch bureauonderzoek

收藏
DANS Data Station Archaeology2016-12-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZY7-J837
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Het project ZAMEN bestaat uit werkzaamheden van Rijkswaterstaat voor variabel onderhoud en aanleg voor de jaren 2018-2019 van de rijkswegen in de regio Oost-Nederland. Het gehele project ZAMEN bestaat uit de werkpakketten ‘Integraal groot onderhoud (IGO)”, “Meer Veilig 3 maatregelen” en “Ecoducten”. </p><p>Ter voorbereiding op het uitvoeringstraject worden diverse onderzoeken, technisch en omgeving gerelateerd, uitgevoerd door Antea Group, in opdracht van Rijkswaterstaat. In dit onderzoeksproject worden onderzoeken voor het eerste werkpakket “Integraal groot onderhoud” en, beperkt, voor het tweede werkpakket ‘Meer veilig 3 maatregelen’ uitgevoerd.</p><p>Onderdeel van de werkzaamheden is het aanleggen van een filedetectiesysteem op drie plaatsen van de A15. De locaties liggen ter hoogte van HRL 141 – 129,4 (gemeente Tiel, Neder-Betuwe en Buren) en HRR 120,1 – 117,4 (gemeente Geldermalsen). Voor de aanleg van de filedetectie worden graafwerkzaamheden uitgevoerd naast de huidige rijstroken van de A15. Dat betekent dat eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem vernietigd of beschadigd kunnen raken.</p><p>Op basis van de verzamelde gegevens in het archeologisch bureauonderzoek blijkt dat de plangebieden door gebieden gaan met een rijk archeologisch bodemarchief. Met uitzondering van de komgebieden blijken de oeverwallen en crevasse-afzettingen in het rivierengebied goede locaties te zijn geweest voor de mens om zich te vestigen. Het gaat met name om vindplaatsen vanaf het neolithicum tot en met de middeleeuwen. </p><p>Indien de graafwerkzaamheden beperkt blijven tot het graven van een smalle (0,5 m breed) en ondiepe leidingsleuf (max. 0,5 m diep), adviseren wij deze werkzaamheden vrij te geven wat betreft archeologie en geen vervolgonderzoek uit te laten voeren. Uit milieukundige boringen langs het tracé blijkt dat de eerste 0,5 m van de bodem veelal verstoord / opgebracht is. </p><p>Mocht bij uitwerking van de plannen blijken dat een bredere en diepere leidingsleuf is vereist (diepere en breder dan 0,5 m), is onderstaand advies van toepassing. Dit advies is ook van toepassing voor de locaties waar uitleggers worden geplaatst in zones met een (middel)hoge verwachting (ter hoogte van hectometers HRL 139,5; 133,7 en HRR 119; 120,1). </p><p>Uit het archeologisch bureauonderzoek blijkt dat de zones die zijn gelegen op oever- of crevasse-afzettingen een (middel) hoge archeologische verwachting kennen. Voor deze zones is, voor zover daar bodemverstoring zal plaatsvinden, vervolgonderzoek noodzakelijk. Wij adviseren in eerste instantie een booronderzoek, verkennende fase (elke 50 m langs het plangebied een boring tot max. 2 m –mv), uit te (laten) voeren. Op deze wijze wordt duidelijk welke bodemopbouw aanwezig is, of nog sprake is van een intact bodemprofiel en of er eventuele intacte archeologische lagen aanwezig zijn. De exacte locatie en diepte van de bodemingrepen is echter nog niet bekend, wanneer dit bekend is kan worden bekeken waar een dergelijk onderzoek daadwerkelijk noodzakelijk is.</p><p>Voor de delen van de plangebied waar geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk is (komgebieden) bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.</p>
提供机构:
Antea Group
创建时间:
2016-12-23
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务