Archeologische begeleiding bij de hervormde kerk van Hiaure, gemeente Dongeradiel (FR)
收藏DANS Data Station Archaeology2016-08-28 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XZM-MP7E
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Van de afgebroken middeleeuwse kerk zijn enkel uitbraaksleuven aangetroffen, ontstaan bij de afbraak van de kerk in 1869. Er zijn geen muurresten aangetroffen. De locatie van de uitbraaksleuven toont aan dat de toren van de 12e-eeuwse kerk op vrijwel dezelfde locatie heeft gelegen als de huidige toren uit 1869. De uitbraaksleuven zijn aangetroffen langs de gevel van de huidige toren. De westelijke gevel van de 12e-eeuwse kerk lijkt net iets verder naar het westen te hebben gestaan. Er was al bekend dat voor de 12e-eeuwse kerk naast kloostermoppen (laatmiddeleeuwse bakstenen) ook tufsteen was gebruikt. Het in het kader van de archeologische begeleiding uitgevoerde aanvullend bouwhistorisch onderzoek in combinatie met de hoeveelheid bij de archeologische begeleiding waargenomen tufsteen leidt tot de conclusie dat de bouw van de kerk iets nauwkeuriger te dateren is. Omdat rond 1200 de meeste kerken in de omgeving al volledig uit kloostermoppen waren opgebouwd, moet de kerk van Hiaure enige jaren eerder dan 1200 gebouwd zijn, globaal tussen 1100 en 1175. Van de oude, middeleeuwse fundering van de kerk zijn in de uitbraaksleuven tevens veldkeien en kloostermoppen teruggevonden. Ook zijn kloostermoppen van de middeleeuwse kerk hergebruikt in de fundering van de huidige kerk uit 1869. Op deze kloostermoppen zijn nog resten van de kalkmortel terug te zien waarmee ze oorspronkelijk zijn gevoegd. In de huidige fundering zijn ze opnieuw gevoegd met harde mortel. Voor het hergebruik in de nieuwe fundering zijn waarschijnlijk de beste stenen uitgekozen. Het betreft de relatief hardst gebakken stenen, zoals te zien is aan de verglazing van de stenen. </p><p>Tijdens de archeologische begeleiding is ook de wijze waarop de huidige kerk gefundeerd is, gedocumenteerd. De fundering bestaat uit de hergebruikte kloostermoppen, gevolgd door diverse lagen kleinere, harder gebakken baksteen. De kloostermoppen zijn deels bekapt en ze liggen in koppenverband, een metselverband dat vaak bij hergebruik wordt toegepast. Bij de kleinere bakstenen uit 1869 wisselen de lagen met strekken en lagen met koppen elkaar af. Het betreft een getrapte fundering: de lagen springen naar onderen toe naar voren. Bij de zuidwesthoek van de toren is op de fundering een versnijding te zien van de bovenliggende pilasters (muurpijlers), een muurverzwaring die gebruikt werd om de fundering te verstevigen. Tenslotte is een werkvloer aangetroffen die gebruikt is bij de bouw van de kerk uit 1869. De restanten hiervan bestaan uit een rij estriken (plavuizen), los gelegd langs de westgevel van de kerk. Ook is langs de westgevel van de toren een vlijlaag te zien onder de fundering, gebruikt als versteviging voor deze fundering. Binnen in de toren zijn twee leemlagen aangetroffen. Het kan hierbij gaan om vlijlagen of om een werkvloer. Bij de bovenste van de twee lagen kan het ook gaan om een verstevigde onderlaag van de recent verwijderde vloer van het ‘baarhok’, waar in de kerk de overledenen werden opgebaard, alvorens deze op het kerkhof werden begraven.</p><p>Er zijn enkele terplagen gedocumenteerd van de terp waarop de kerk staat. Dit zijn lagen die zijn ontstaan door ophoging van de terp. De oudste lagen bevinden zich het diepst onder het maaiveld. Er zijn vier terplagen gedocumenteerd, op twee verschillende plekken. Gezien het verloop van de hoogte van de lagen en de hoogte van het maaiveld liggen de sporen 905 en 906 (werkput 6) onder de sporen 18 en 19 (werkput 5 en 7) en zijn deze ouder, hoewel niet met zekerheid te zeggen valt of de terplagen in de sporen 18 en 19 hebben doorgelopen naar het westen en nu door recente verstoring zijn verdwenen of dat deze terplagen alleen in het centrum van de terp voorkomen. De terplagen in de sporen 905 en 906 betreffen vrij schone ophogingspakketten. In de onderste van de twee, spoor 906, zijn de plaggen terug te zien die gebruikt zijn voor de ophoging. De sporen 18 en 19 liggen meer naar het centrum en het hoogste deel van de terp, nabij de kerk. Deze lagen bevatten zowel middeleeuws puin als puin uit de nieuwe tijd. Aangezien de huidige kerk in 1869 is gebouwd, stamt het nieuwetijdse puin waarschijnlijk uit deze periode. Omdat de terp na de bedijking in de middeleeuwen niet meer zal zijn opgehoogd, zullen de terplagen uit de middeleeuwen of eerder stammen en in de nieuwe tijd zijn vergraven. De toplaag in het onderzoeksgebied, spoor 904, kan beschouwd worden als (sub)recent verstoorde terplaag. Dit is de laag waarin ook de graven van het kerkhof zijn ingegraven.</p>
提供机构:
MUG Ingenieursbureau
创建时间:
2016-08-26



