five

Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (booronderzoek), verkennende fase Achtseweg Noord 52-56 te Eindhoven. Gemeente Eindhoven.

收藏
DataCite Commons2026-04-17 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/9KTG3N
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de nieuwbouwplannen.</p><p> Op de gemeentelijke archeologische verwachtingen- en waardenkaart is aan een groot deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting toegekend. Naar aanleiding van de resultaten van het bureauonderzoek is deze verwachting nader gespecificeerd per periode en deels bijgesteld.</p><p> Op basis van de landschappelijke ligging in een dekzandvlakte zonder een natuurlijke waterbron in de buurt is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum. Het plangebied ligt aan de rand van de oude middeleeuwse kampontginningen van Nieuw Acht. In deze randzone zijn sporen gevonden van huiserven uit de IJzertijd (mogelijk doorlopend tot in de Romeinse tijd). Deze prehistorische vindplaats ligt op ca. 80 m ten westen van het plangebied en is nog niet begrenst. Het bewoningsgebied strekt zich zeker uit in noordelijke richting, want ter plaatse van de oude kampontgingen ligt een grafveld uit de IJzertijd – Romeinse tijd en zijn meerdere losse vondsten gedaan. Het plangebied kan dus onderdeel uitmaken van dit bewoningsgebied en daarom is een hoge verwachting toegekend voor een vindplaats uit de IJzertijd – Romeinse tijd. Vooralsnog zijn geen oudere bewoningssporen uit het Neolithicum - Bronstijd teruggevonden, maar ook die kunnen in het gebied aanwezig zijn. Op basis van deze gegevens is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het Neolithicum – Bronstijd. Het potentiële archeologische niveau wordt onder het humeuze cultuurdek in de top van de oorspronkelijke podzolbodem verwacht (vanaf ca. 50 – 100 cm beneden maaiveld). In het plangebied worden diepe bodemverstoringen verwacht als gevolg van het gebruik als bedrijventerrein. Het gaat onder andere om voormalige bedrijfsbebouwing, rioleringen, tankstation, olieleidingen en ondergrondse tanklocatie. Het archeologische bodemarchief zal dus in delen van het plangebied zijn verstoord.</p><p> Restanten van middeleeuwse erven worden op basis van de bewoningsdynamiek eerder op de hoger gelegen kampontginningen verwacht dan aan de rand. De huidige boerderijen die een oorsprong in de Late Middeleeuwen (vanaf de 14e eeuw) kunnen hebben, liggen aan de rand van de kampontginningen. De oudere middeleeuwse voorgangers waren niet plaats vast en verplaatsen zich door het hoger gelegen dekzandgebied, in dit geval waarschijnlijk de oude kampontginningen. Ten westen van het plangebied lag een boerderij. Oudere voorgangers van de bebouwing hoeven niet exact op de huidige locatie te liggen, maar kunnen wat verschoven zijn. Daarom is op de gemeentelijke kaart een hoge verwachtingszone (buffer) van 100 m rondom het erf aangegeven, waarbinnen het plangebied valt. Op basis van historisch kaartmateriaal wordt de kans echter laag ingeschat dat binnen het plangebied sporen van een boerenerf aanwezig zijn. Het plangebied ligt namelijk grotendeels aan de overkant van een pad en watergang in een strook die vermoedelijk later is ontgonnen dan de kampontginningen ten noorden van de boerderij. Wel kunnen sporen van perceelsindeling worden aangetroffen, zoals greppels of paalkuilen van een hekwerk.</p><p> Op basis van de ligging van het plangebied is aan de drie verwachte (bom)kraters een lage archeologische verwachting toegekend voor de Tweede Wereldoorlog.</p><p> Uit het booronderzoek is gebleken dat het archeologische bodemarchief in het grootste deel van het plangebied is verdwenen. Vermoedelijk heeft bij de aanleg van het bedrijventerrein egalisatie plaatsgevonden, waarbij de hogere welvingen zijn afgetopt/-gegraven. Ook is de bodem verstoord bij de bouw/sloop van de voormalige bebouwing en aanbrengen van het verhardingspakket. Op basis daarvan is de middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit het Neolithicum – Bronstijd en de hoge verwachting voor de IJzertijd – Romeinse tijd naar laag bijgesteld. Voor dit gedeelte is daarom geen vervolgonderzoek geadviseerd. </p><p> In het noordelijke deel van het plangebied is vanaf 90 cm beneden maaiveld een intact archeologisch bodemarchief aangetroffen. Deze bestaat uit een restant van het humeuze cultuurdek met daaronder een lichtbruine overgangslaag met daaronder de top van de C-horizont die uit lemig, zeer fijn dekzand bestaat. Op basis van de diepteligging van de top van de C-horizont betreft het noordelijke deel vermoedelijk een lager deel / flank van een welving, waardoor hier een dun restant van het cultuurdek bewaard is gebleven. Voor dit deel van het plangebied blijft de middelhoge tot hoge archeologische verwachting gehandhaafd. Het verwijderen van de verhardingslagen kan zonder archeologisch vervolgonderzoek. Het verhardingspakket is ca. 50 cm dik en daaronder liggen recente ophogings-/verstoringslagen die een ruime buffer vormen (> 30 cm) tot aan het potentiële archeologische niveau. De onderzijde van de fundering van de nieuwe hal wordt op 80 cm beneden maaiveld aangelegd, waardoor het archeologische bodemarchief niet wordt aangetast. Voor de aanleg van de fundering is dan ook geen vervolgonderzoek geadviseerd. De palen waar de fundering op komt te liggen, gaan wel door het archeologische bodemarchief heen. Dit is echter een zeer geringe verstoring, waarbij de verstoringsgraad uitkomt op 1,7%. Aangezien de verstoringsgraad door de palenfundering beneden de 2% blijft, wordt die als archeologie-vriendelijk beschouwd en is geen vervolgonderzoek geadviseerd.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-15
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务