five

Wieringermeer Plangebied Wieringermeerdijk / Omgelegde Stonteldijk

收藏
DANS Data Station Archaeology2009-09-29 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XYR-XHRD
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Witteveen & Bos heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in het plangebied Wieringermeerdijk en Omgelegde Stonteldijk in de gemeenten Wieringermeer en Wieringen (provincie Noord-Holland) en Wieringen. De huidige bekleding van de dijken is aan de buitendijkse kant afgekeurd en moet vervangen of verstevigd worden. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe deze dijkverbetering uitgevoerd zal worden. In het kader van de milieueffectrapportage zijn, naast het vervangen en verstevigen van de bekleding nog twee alternatieve oplossingen aangedragen. Dit zijn het aanleggen van een steenbestorting aan de teen van de dijk en het aanleggen van een vooroeverdam in het IJsselmeer, op ca. 60 m van de dijk.<br>Vooralsnog zijn geen graafwerkzaamheden en bronbemaling voorzien. Bij het weghalen van de stenen bekleding kan zeer ondiep (< 30 cm) de bodem op de dijk verstoord worden. Mogelijk beïnvloedt het gewicht van de kranen en de mogelijk aan te leggen stortsteenberm archeologische waarden. In deze bureaustudie is uitgegaan van een maximale bodemverstoring van 30 cm.</p><p>Uit het bureauonderzoek bleek dat het plangebied ligt in een gebied dat vanaf de zestiende eeuw tot in het tweede kwart van de twintigste eeuw onder water heeft gelegen. Beide deelgebieden zijn dan ook gelegen op een vlakte van getij-afzettingen (Zuiderzee-afzettingen). In deze vlakte kunnen evenwel nog grondmorene, kreekruggen en wadplaten in de ondergrond aanwezig zijn, waarop wel bewoning mogelijk was. Op het AHN is zo'n zone zichtbaar in de zuidelijke helft van het deelgebied Wieringermeerdijk. Deze heeft een hoge en middelhoge trefkans op de IKAW.<br>Op basis van het bureauonderzoek geldt voor de rest van het plangebied een hoge specifieke verwachting op het aantreffen van vondsten en/of sporen uit de Steentijd in het geval van een intact profiel in de begraven pleistocene dekzanden. Het kunnen vondsten en/of sporen betreffen van kleine Steentijd jachtkampementen (basisnederzettingen en/of huisplaatsen met een omvang van 200 m2 tot 1000 m2). Ook een groter Steentijd basiskamp kan niet worden uitgesloten. Bij dergelijke vindplaatsen betreft het vondstmateriaal voornamelijk een strooiing van overwegend (bewerkt) vuursteen, hazelnootdoppen en houtskool.<br>Voor de jongere sedimenten (Zuiderzee-afzettingen) geldt op basis van de bureaustudie een middelhoge specifieke verwachting voor het aantreffen van scheepswrakken vanaf de middeleeuwen. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog is de Wieringermeerdijk op twee plaatsen opgeblazen. Door de kracht van het binnenstromende water zijn daar twee wielen ontstaan. De kans op het aantreffen van nog intacte archeologische waarden is daar dan ook zéér klein te noemen. Het is niet bekend in hoeverre de bodem is verstoord bij de aanleg van de dijken en tot hoe diep.</p><p>Afhankelijk van het feit of er bij de werkzaamheden dieper dan 30 cm beneden<br>maaiveld aan de voet van de Wieringermeerdijk zal worden ontgraven wordt een verkennend booronderzoek aanbevolen om de intactheid van het bodemprofiel en de diepteligging van eventuele vondstlagen te bepalen. Dit onderzoek dient zich toe te spitsen op de delen van de plangebieden met een hoge en middelhoge verwachting op de IKAW, aangezien daar wadplaatafzettingen en eventueel kreekruggen kunnen voorkomen waarop archeologische waarden op niet al te grote diepte beneden maaiveld aanwezig zijn. Indien er bij de werkzaamheden in de zones met een (middel)hoge verwachting geen ontgravingen dieper dan 30 cm beneden maaiveld plaatsvinden aan de voet van de dijk wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht.<br>Normaal gezien zullen in het plangebied geen ontgravingen dieper dan 30 cm beneden maaiveld worden uitgevoerd. Bij bodemingrepen in het dijklichaam zelf zullen geen archeologische waarden worden verstoord, dus hiervoor is geen inventariserend veldonderzoek noodzakelijk. In de zones met een lage verwachting is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Door de te grote diepteligging van de daar eventueel aanwezige archeologische waarden valt niet te verwachten dat deze door de werkzaamheden zullen worden verstoord. Op het tracé van de Omgelegde Stonteldijk zijn geen bodemingrepen gepland. Mochten deze wel plaatsvinden en dieper zijn dan 30 cm dan wordt een vervolgonderzoek noodzakelijk geacht.</p>
创建时间:
2009-09-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务