five

Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Van den Woudestraat 1a, Warmond Gemeente Teylingen

收藏
DANS Data Station Archaeology2016-08-28 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2CY-ZTAB
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Rho Adviseurs zijn in januari 2016 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan de Van den Woudestraat 1a in Warmond, gemeente Teylingen. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen op de overgang van een strandwal in het oosten naar een strandvlakte met mogelijk veen in het westen. Op basis hiervan heeft het plangebied verschillende archeologische verwachtingen. Op de strandwal geldt een hoge archeologische verwachting voor archeologische waarden vanaf het Neolithicum. Deze waarden kunnen worden aangetroffen in de strandwal of in de oude duinafzettingen die voorkomen bovenop de strandwal. De archeologische resten kunnen voorkomen op verschillende niveaus vanaf het maaiveld tot ongeveer 2 tot 3 m –mv omdat mensen gebruik maakten van de laagtes tussen de duinen die in latere periodes weer overstoven. De oudste resten zullen zich bevinden op het diepste niveau en de jongste resten juist nabij het maaiveld. De resten nabij het maaiveld kunnen ook het sterkst verstoord zijn door omwerking en graafwerkzaamheden in met name de Nieuwe tijd. Archeologische waarden uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd kunnen behoren tot bewoning, religie, infrastructuur en landbouw en zullen bestaan uit paalsporen, funderingsresten, water- of afvalputten, haardplaatsen, crematie- of begravingsresten, paden, wegen, sloten of greppels en akker- of mestlagen. Vindplaatsen van nederzettingen kunnen variëren in omvang van enkele tientallen tot enkele duizenden vierkantenmeters, datzelfde geldt voor resten van vindplaatsen van religieuze of infrastructurele aard. Vindplaatsen met resten van landbouw kunnen een omvang hebben van duizenden vierkantenmeters tot meerdere hectaren. Met name de overgangsgebieden tussen de strandwallen en de strandvlaktes zijn aantrekkelijk geweest voor de mens. In de tijd van de jagers/verzamelaars (Neolithicum) was dit de overgang tussen het bos op de strandwal en de moerassen in de strandvlakte. Voor de (eerste) boeren (Bronstijd tot en met de Middeleeuwen) was dit de overgang tussen de droge gronden op de strandwal voor akkers en de natte gronden in de strandvlakte voor weilanden. Deze overgang was daarmee de uitgelezen plaats voor bewoning. In de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd werden op deze overgang ook de kastelen en versterkte huizen gebouwd. De ligging van het plangebied op de overgang van de strandwal naar de strandvlakte betekend dan ook dat er een hoge verwachting is in het hele plangebied voor de aanwezigheid van archeologische resten. De verwachte archeologische vindplaatsen zijn daarbij hetzelfde als voor de strandwal zelf. Indien het plangebied gebruikt is voor de bloembollenteelt mogen er diepe bodemverstoringen worden verwacht. Dit kon echter niet met zekerheid worden vastgesteld. Lokale verstoringen worden verwacht ter plaatse van de voormalige bebouwing in het plangebied. Op basis van het booronderzoek wordt aangenomen dat het plangebied ligt op de overgang van een strandwal met oude duinen in het oosten naar een strandvlakte met veen en ingestoven zand in het westen. Ter plekke van de gemeentewerf is de top van deze strandwal met duinen en van de strandvlakte met veen afgegraven en daarna opgehoogd. Door deze intensieve verstoringen komen op de gemeentewerf geen archeologische resten meer voor tot een diepte van 1,2 tot 1,6 m –mv ofwel gemiddeld tot -1,2 m NAP. Ook de verwachting op intacte archeologische resten onder deze verstoringen is zeer klein. Buiten de gemeentewerf is de strandwal met duinen nog deels intact aanwezig. Er is een bouwvoor aanwezig, ontstaan door land(bouw)bewerking, en onder deze laag van 0,4 tot 0,7 m dik geldt nog een hoge verwachting voor archeologische resten. Door de geëgaliseerde hoogteverschillen in het duinlandschap kunnen deze resten voorkomen onder de bouwvoor op een diepte van 0,5 tot 1,5 m –mv, ofwel -0,3 tot -1,3 m NAP. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren op het terrein van de voormalige gemeentewerf. Voor de terreindelen buiten de gemeentewerf geldt dat vervolgonderzoek noodzakelijk is bij ingrepen die dieper reiken dan de aanwezige bouwvoor. Op basis van de huidige plannen worden dergelijke ingrepen echter niet verwacht. Voor de groenstrook geldt dat aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk is indien er graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan 0,5 m –mv of dieper dan -0,3 m NAP. Voor de oprit naar de gemeentewerf geldt dat aanvullend archeologisch onderzoek nodig is bij ingrepen die dieper reiken dan 1,5 m –mv ofwel -1,3 m NAP.</p>
提供机构:
IDDS Archeologie
创建时间:
2016-06-10
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务