Elburg t Harde N309 Bureau-onderzoek
收藏DANS Data Station Archaeology2025-06-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2AQ-ND4J
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de provincie Gelderland heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied N309 't Harde ? Flevoland (gemeente Elburg). In het plangebied zal een weg worden aangelegd. Er is een brede zone onderzocht waarbinnen vijf voorkeurstracés gelegen zijn.</p><p>Voorkeurstracé 2 kent drie deeltrajecten. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een verkennende studie naar deze tracés en was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.</p><p>In het onderzoeksgebied komen aan maaiveld gestuwde pleistocene formaties al dan niet bedekt met dekzand en dekzandafzettingen voor. Het reliëf loopt af van zuidoost (gestuwde formaties) naar noordwest (dekzandruggen en "-vlakten). Archeologische waarnemingen duiden op menselijke aanwezigheid in met name de periodes Meso-/Neolithicum en Middeleeuwen/Nieuwe tijd.</p><p>Het zuidoostelijk deel van het onderzoeksgebied is pas in de 20e eeuw in cultuur gebracht. Daarvoor vonden hier zandverstuivingen plaats. Het overige deel van het onderzoeksgebied was grotendeels in gebruik als bouwland. De historische bebouwing concentreerde zich in de kernen. Daarnaast is een aantal verspreid liggende boerderijen aanwezig die teruggaan tot de 18e eeuw.</p><p>In het onderzoeksgebied zijn vier verwachtingszones onderscheiden, die zijn gebaseerd op de geomorfologische kaart: dekzandruggen al dan niet met plaggendek (zone A, hoge verwachting), verstoven gronden (zone B, middelhoge verwachting), lage gronden (zone C, lage verwachting) en opgehoogde en afgegraven gebieden (zone D, geen verwachting).</p><p>Archeologische waarden kunnen worden aangetroffen vanaf maaiveld tot in de top van de C-horizont, naar verwachting binnen maximaal 150 cm -mv. De waarden dateren vanaf het Laat-Paleolithicum. Op basis van waarnemingen worden met name waarden uit de periodes Meso-/Neolithicum en Middeleeuwen/Nieuwe tijd verwacht. In afgegraven gebieden worden geen archeologische waarden meer verwacht.</p><p>Omdat de exacte ligging en constructie van de wegtracés niet bekend is, is het in dit stadium alleen mogelijk om op basis van kwalitatieve gegevens een voorkeurstracé te bepalen. Indien de verbreding van de bestaande weg beperkt blijft en bovendien geconcentreerd is in zones met een lage of middelhoge verwachting luidt de aanbeveling dat tracé 1 de voorkeur heeft boven de andere tracés. Wij gaan er vanuit dat het bestaande wegprofiel bij de keuze voor dit tracé wordt verbreed. Dit leidt tot een relatief beperkte bodemverstoring, waardoor mogelijk slechts lokaal vervolgonderzoek hoeft te worden uitgevoerd. Tracé 4 leidt tot de meeste risico's voor het verstoren van archeologische waarden: ondanks dat het voor een relatief klein deel door een zone met een hoge verwachtingswaarde loopt, doorkruist het tracé twee bekende archeologische terreinen en loopt het vrijwel geheel over nog ongeroerde grond, waaronder op twee plaatsen een dekzandrug met plaggendek. De overige tracés scoren tussen deze twee tracés in waarbij variant A van tracé 2 als beste scoort na tracé 1.</p><p>In de tabel op de volgende bladzijde is een overzicht opgenomen met daarin de lengtes van de tracés/deeltrajecten. Per zone is aangegeven hoeveel meter resp. welk percentage van het traject de diverse verwachtingszones doorsnijdt. Uiteraard brengt een kort tracé minder onderzoek met zich mee dan een lang tracé, en is de kans op het aantreffen van archeologische waarden in tracés die voor een groot deel lopen door een gebied met een hoge archeologische verwachting hoger, dan door gebieden die grotendeels door een zone met een lage verwachting lopen.</p><p>Wij adviseren het definitieve tracé in een zo vroeg mogelijk stadium nader te onderzoeken, zodat achtereenvolgens verkennend, karterend en (eventueel) definitief onderzoek stapsgewijs kan plaatsvinden. De geadviseerde onderzoeksstrategie is voor alle tracés, op basis van de nu bekende gegevens, gelijk. Het eerste onderzoek (verkennend) dient om de gegevens van dit bronnenonderzoek te valideren en om nader inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kan de strategie voor eventueel vervolgonderzoek nader worden vastgesteld. De exacte invulling van de werkzaamheden voor booronderzoek dient te worden vastgelegd in een Plan van Aanpak (PvA). De invulling van de overige werkzaamheden moeten worden vastgelegd in een Programma van Eisen (PvA) dat door de bevoegde overheid dient te worden goedgekeurd.</p>
创建时间:
2010-08-02



