five

Archeologisch onderzoek Hanzelijn deelgebieden XIV en XV

收藏
DANS Data Station Archaeology2011-09-05 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z4X-ZARZ
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Uit de vooronderzoeken is gebleken dat in een aantal boringen houtskool (soms “veel houtskool”) en in enkele boringen onverbrande visresten zijn aangetroffen. Op basis van de bekende archeologische waarden uit de omgeving, de resultaten van de booronderzoeken en de kennis van de bodemopbouw is een archeologische verwachting opgesteld. Er kunnen archeologische resten verwacht worden die dateren uit/vanaf Steentijd, met name uit het Mesolithicum en Vroeg tot Midden Neolithicum (in de vorm van kleine tot middelgrote, tijdelijke of meer permanente nederzettingen) of andere special activity sites en uit de periode late Middeleeuwen/Nieuwe tijd (in de vorm van scheepswrakken).</p><p>Op basis van de veldwaarnemingen tijdens de archeologische begeleiding en de resultaten van uitgevoerde monsteranalyses kunnen we vaststellen dat er in grote lijnen een landschapsontwikkeling naar voren komt waarin de top van het pleistocene oppervlak op een bepaald moment als gevolg van stijgend grondwater plaatselijk is vernat en afgedekt door veen en later door een detrituspakket. De in het zand wortelende bomen zijn ‘verdronken’ en betrekkelijk snel in de top van het pleistocene oppervlak blijven liggen en door het veen afgedekt, waar ze grotendeels bewaard zijn gebleven. De top van het pleistocene oppervlak is plaatselijk verspoeld waarbij lokaal en lateraal zand is afgezet in de vorm van grijswitte tot lichtgeelgrijze laagjes (spoellaagjes).<br>De slijpplaatanalyses laten de vernatting zien in de vorm van een vernatte top van het dekzand, veengroei met zand-influx en her-afgezet dekzand op het veen. De top van het dekzand blijkt in de onderzochte profielen veelal intact te zijn met een (moder)B-horizont. 14C-dateringen van enkele houtmonsters plaatsen de start van de vernatting in het midden van het Atlanticum: circa 4700-4500 voor Chr. (Laat-Mesolithicum/overgang naar Vroeg Neolithicum). Een groot deel van de top van het potentiële archeologisch relevante traject is aldus in het verleden verstoord door erosieve processen (verspoeling).</p><p>De aangetroffen houtskoolfragmenten, zowel uit de boringen als tijdens de archeologische begeleiding zijn niet in verband te brengen met één of meerdere archeologische vindplaatsen of andere antropogene sporen op deze locaties. Er zijn geen aanwijzingen waargenomen (archeologische indicatoren en/of vondsten/sporen) dat er ter plekke van de beide begeleide uitgegraven sleuven archeologische resten aanwezig zijn. Ten aanzien van de oorsprong en herkomst van de aangetroffen houtskoolfragmenten en met name hun over het algemeen geconstateerde diffuse, geïsoleerde verspreiding is op basis van de resultaten van dit onderzoek geen nadere duiding te geven. De mogelijke verklaring zoals die in het rapport van de tweede fase in het booronderzoek is gepresenteerd, lijkt aannemelijk. Het door middel van afbranden van bosgebieden of oevers voor het stimuleren van de groei van grassen en kruiden kan het gevolg hebben gehad dat grote hoeveelheden houtskoolfragmenten door de wind over een groot gebied verspreid raakten. Het gevolg van dergelijke menselijke ingrepen in het landschap is mogelijk de oorsprong van deze diffuse spreiding van houtskool over het dekzandlandschap. Een andere verklaring voor het voorkomen van houtskool kan de aanwezigheid zijn van (nog niet ontdekte) haardkuilen in de (directe) omgeving van de onderzoekslocaties, zoals ook in deelgebied XVI is aangetroffen. De aanwezigheid van een gefragmenteerd houtskoolbrokje in een van de onderzochte monsters duidt op incidentele betreding door dieren (waarschijnlijk grotere hoefdieren) of door mensen.</p><p>Gezien het feit dat er waarschijnlijk pas sprake is van een proces van vernatting in het Vroeg Neolithicum waren de relatief hogere delen van het gebied rond de onderzoekslocatie in principe tot in die periode geschikt voor bewoning. Voor de directe omgeving blijft de kans op het aantreffen van (onverstoorde) archeologische resten onveranderd, met name op de relatief hogere delen van het pleistocene oppervlak.</p>
创建时间:
2011-02-14
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务