AM23601 - Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase door middel van boringen Pannenschuur te Oisterwijk (gemeente Oisterwijk)
收藏DataCite Commons2026-03-30 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/Z3YPOV
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In april 2024 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Pannenschuur te Oisterwijk (gemeente Oisterwijk). Aanleiding voor het laten uitvoeren van dit archeologisch onderzoek betreft de aanvraag van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) ten behoeve van de nieuwbouw van woningen. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering, zal de bodemverstoring tot ten minste 80 centimeter (vorstvrije diepte) beneden maaiveld reiken. De verwachting is dan ook dat bij het uitgraven van de bouwputten, ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw, de bodem tot in het archeologische niveau verstoord zal worden en eventueel aanwezige archeologische waarden daardoor verloren zullen gaan. De bevoegde overheid, de gemeente Oisterwijk, heeft op gemeentelijk niveau een archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Verwachtings- of Beleidsadvieskaart. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Oisterwijk (2018) deels in de zone Waarde – Archeologie 5 (middelhoge archeologische verwachting). Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm beneden maaiveld. Het ligt ook deels in de zone ‘geen voorschriften; meldingsplicht; eventueel toelaten begeleiding’ (lage archeologische verwachting). Binnen het bestemmingsplan Buitengebied geconsolideerd (2017) geldt alleen voor de zone met de middelhoge archeologische verwachting op de beleidskaart een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4 met dezelfde ondergrenzen. De hoogste waarde is leidend. Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is. Van oudsher vestigde de mens zich op de overgang van nat naar droog (gradiëntzones). Het zuidelijk deel van het plangebied ligt op een dekzandwelving en het noordelijk deel ligt in een dalvormige laagte. Indien de dalvormige laagt watervoerend was ten tijde van de jager-verzamelaars is dan is het noordelijk deel van het plangebied vermoedelijk te nat voor bewoning. In het overige deel van het plangebied is er sprake van een gradiëntzone. Op basis hiervan geldt voor het zuidelijk deel van het plangebied een middelhoge verwachting. Ter hoogte van de dalvormige laagte (noordelijk deel) is de kans op het aantreffen van de nederzettingen is door de lage en natte ligging middelhoog. Echter kunnen eventueel off-site verschijnselen worden aangetroffen. De ligging van het plangebied in een relatief laaggelegen deel van dekzandwelvingen niet nabij watervoorzieningen zal voor latere landbouwende samenlevingen niet direct een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn geweest. Toch kan zeker niet uitgesloten worden dat de omgeving van het plangebied als vestigingslocatie zijn gekozen. Voor dit deel van het plangebied geldt daarom een middelhoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. In het noordelijk deel van het plangebied trad rond deze periode vernatting op waardoor zich in dit deel van het plangebied zich een gooreerdgrond ontwikkelde. Deze gronden ontstaan ten gevolge van vochtige omstandigheden in het gebied. Voor dit deel van het plangebied geldt een lage verwachting voor de periode neolithicum tot en met vroege middeleeuwen. Het plangebied ligt aan de weg Hoog Heukelom, tussen de historische keren van Berkel-Enschot en Oisterwijk. Op historisch kaartmateriaal is ten oosten van het plangebied een hoeve weergegeven. Het noordelijke en centrale deel van het plangebied zijn onderdeel van een heideveld en dennenbos geweest. Het gebied is sinds tenminste circa 1800 onbebouwd geweest. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Wegens de verwachte aanwezigheid van hoge zwarte enkeerdgronden in het zuidelijk deel van het plangebied en daarmee een eerdlaag zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. In het noordelijk deel worden gooreerdgronden verwacht. Deze gronden worden van nature gevormd onder natte omstandigheden. Wat betreft eventueel aanwezige organische resten is het afhankelijk hoe diep het grondwater zit. Bij hoge enkeerd- en gooreerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de lage grondwaterstand (GWT Vb en VI) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een AC-bodemprofiel. Op basis van de boringen blijkt dat het plangebied in een natte omgeving ligt en daarmee niet aantrekkelijk was voor bewoning. Op basis van de landschappelijke ligging (natte omstandigheden) worden er geen archeologische sporen meer verwacht in het plangebied. Om deze reden wordt de kans op het aantreffen van archeologische resten laag geacht en zullen de voorgenomen graafwerkzaamheden geen bedreiging vormen voor het archeologisch bodemarchief. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. De resultaten van dit onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Oisterwijk), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Dit rapport is in april 2024 verstuurd naar de opdrachtgever om het ter goedkeuring voor te leggen aan de bevoegde overheid (gemeente Oisterwijk). Hier is nooit een reactie op ontvangen. Aangezien de tweejaarstermijn is verstreken, is besloten om dit rapport in Archis te uploaden zonder het selectiebesluit toe te voegen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-03-25



