five

Transect-rapport 2110: Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Zeist, Krakelingweg 19. Gemeente Zeist (UT).

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-04-14 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XNM-5VHH
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In maart 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Krakelingweg 19 in Zeist (gemeente Zeist). De aanleiding van het onderzoek is de bouw van twee appartementen. Het onderhavige onderzoek vindt plaats in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning. </p><p>Vanuit het bestemmingsplan ‘Austerlitz-Zeisterbosch (2012)’ heeft het plangebied een archeologische waarde (‘dubbelbestemming waarde-archeologie middelhoog’). Gezien de omvang van de voorgenomen bodemingrepen kan deze archeologische waarde met de geplande ingrepen worden aangetast. Hierom is archeologisch vooronderzoek nodig om inzicht te krijgen of en in hoeverre de werkzaamheden van invloed zijn op de archeologische waarde in het plangebied. Daarom is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd, bestaande uit een bureauonderzoek en een booronderzoek (BO + IVO-O). </p><p>Het doel van het archeologisch bureauonderzoek (BO) is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Het doel van het inventariserend veldonderzoek (IVO-O) is het toetsen, en waar mogelijk, bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Dit rapport beschrijft de resultaten van een archeologisch vooronderzoek in het plangebied en voorziet in de onderzoeksplicht.</p><p>Conclusie<br>• Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een theoretische middelhoge archeologische verwachting op vondsten en/of sporen uit de periode Laat-Paleolithicum - Vroege Middeleeuwen. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging op een sandr aan de voet van de stuwwal en het ontbreken van bebouwing op historisch kaartmateriaal.</p><p>• Uit het veldonderzoek blijkt dat in het grootste deel van het plangebied een intact bodemprofiel aanwezig is. Hier heeft vanaf het Laat-Paleolithicum theoretisch bewoning kunnen plaatvinden. In de ondergrond zijn grindige afzettingen aangetroffen die afkomstig zijn van een sandr. Binnen deze afzettingen heeft bodemvorming heeft plaatsgevonden. De top van de intacte bodem bevindt zich op een diepte tussen 40 -50 cm -Mv (11,82 - 11,37 m +NAP). In een boring gezet in het noordelijke hoek van het plangebied is de bovengrond bij de aanleg van de huidige bebouwing verstoord geraakt en geldt er een lage verwachting. Vooralsnog is hier sprake van een middelhoge verwachting, omdat aan de hand van het bureauonderzoek vooral de hogere gelegen gebieden bewoond lijken te zijn.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-04-15
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务