Archeologisch onderzoek Clauscentrale te Maasbracht
收藏DANS Data Station Archaeology2012-09-05 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XWC-63YM
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Grontmij Nederland B.V. heeft in opdracht van Essent Business Development B.V in september 2012 een archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van boringen uitgevoerd in verband met een bestemmingsplanwijziging in het plangebied Clauscentrale te Maasbracht in de gemeente Maasgouw. Het archeologisch onderzoek bestond uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO) verkennende fase door middel van boringen. Doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische vindplaatsen, binnen een omschreven gebied. Doel van het IVO is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde verwachting, dat gebaseerd is op het bureauonderzoek. </p><p>Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat het plangebied ligt op een relatief hoger gelegen deel binnen het holocene Maasdal, dat door een verlandde geul gescheiden is van het hoger gelegen, uit het Laat-Saalien daterende, terras van Eijsden-Lanklaar. Op de Bodemkaart ligt het plangebied grotendeels in de eenheid ooivaaggronden in oude rivierklei (lichte zavel). Het booronderzoek laat echter zien dat de ondergrond eerder als lemig zand kan worden beschreven, dan als een lichte zavel. De bodemopbouw kon evenmin eenduidig als een ooivaaggrond worden getypeerd. Duidelijk is echter wel dat oorspronkelijke maaiveld van het plangebied hoger heeft gelegen dan dat van de omringende voormalige geulen van de Maas. Er zijn geen archeologische vindplaatsen bekend uit het plangebied, of uit de aangrenzende delen van het holocene Maasdal. Wel zijn archeologische resten gerelateerd aan bewoning en gebruik aangetroffen op het nabijgelegen terras. De nabijheid van dit terras alsmede het (beperkte) risico op overstromingen in de laag gelegen gebieden in het Maasdal, maken de kans dat er binnen het plangebied bewoning heeft plaatsgevonden gedurende tijden met een hoger overstromingsfrequentie (met name in de Romeinse tijd en vanaf de middeleeuwen), minder waarschijnlijk. Wel zullen (kortdurende) activiteiten gerelateerd aan jacht, visserij en aanverwante activiteiten (met name in de prehistorie) alsmede vanaf de late prehistorie van activiteiten gerelateerd aan landbouw en veeteelt en het exploiteren van een breed scala aan grondstoffen, hebben plaatsgevonden binnen het plangebied. </p><p>Pas aan het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw vinden, met de aanleg van de Claus centrale, grote ingrepen binnen het plangebied plaats. Deze betreffen binnen het onderzoeksgebied vooral het ophogen van die delen van het terrein waarop gebouwd zou gaan worden, om de bebouwing en de daarmee gerelateerde infrastructuur boven het maximaal te verwachten overstromingsniveau te kunnen realiseren. Dit ophoogpakket is circa 1,3 tot 2,0 m dik. Het oorspronkelijke maaiveld is daardoor binnen een groot deel van het plangebied nog aanwezig. Voorafgaand aan de ophoging lijkt het oorspronkelijk bodemprofiel niet verstoord te zijn, uitgezonderd door het mogelijk verwijderen van de bouwvoor, daar een begraven A-horizont alleen aangetroffen is in de boringen die gezet zijn in de periferie van het plangebied.</p><p>De aanwezigheid van een intact oorspronkelijk bodemprofiel onder een ophoogpakket met een dikte van circa 1,3 tot 2,0 m, betekent dat de kans dat eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen niet verstoord zijn, als reëel moet worden ingeschat. Of archeologische vindplaatsen inderdaad aanwezig zijn, is tijdens dit onderzoek niet vastgesteld en was ook niet het doel van dit onderzoek. Op basis van bovenstaande afwegingen wordt voorgesteld het plangebied vrij te geven voor ontwikkeling voor zover deze althans niet dieper reikt dan de onderzijde van het ophoogpakket. De gekozen opzet voor het uitgevoerde booronderzoek maakte het echter niet mogelijk om de dikte van het ophoogpakket binnen het gehele plangebied voldoende nauwkeurig in kaart te brengen. Geadviseerd wordt daarom om de dikte en verloop van het ophoogpakket en de aanwezigheid van verstorende elementen zoals bestaande funderingen en kabel- en leidingsleuven, alsmede de uitbraaksleuven van gesloopte of geruimde elementen, in kaart te brengen door middel van een karterend booronderzoek aangevuld met een inventarisatie van de (voormalige) bebouwing en boven- en ondergrondse infrastructuur. Aan de hand van de verkregen data kan dan een advieskaart worden opgesteld, waarop wordt aangegeven waar en tot welke diepte het plangebied vrij is voor ontwikkelingen, of waar nader onderzoek vereist is. Dit betekent wel dat voor het gehele plangebied een dubbelbestemming in het op te stellen bestemmingsplan moet worden opgenomen.</p>
提供机构:
Grontmij B.V.
创建时间:
2012-09-06



