Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Veursestraatweg 215 te Leidschendam, Gemeente Leidschendam-Voorburg
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x3z-4vuh
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van de heer J.J.C.M. Kuin uit Leidschendam een archeologisch bureauonderzoek en karterend booronderzoek uitgevoerd voor de geplande nieuwbouw van een woning aan de Veursestraatweg 215 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg. Het perceel heeft een omvang van ca. 1.500m² (zie Afbeelding 1 en Bijlage 1). De exacte verstoringsdiepte van de voorgenomen bodemingreep is op voorhand nog niet voorzien, maar aangenomen wordt dat deze minimaal ca. 0,80m-mv1 bedraagt. Buiten de fundering van de nieuw te bouwen woning is ook sprake van de aanleg van een kelder, met een oppervlak van 170m2. In de ‘Verordening Ruimte’, van toepassing voor het onderhavige plangebied, staat dat archeologisch onderzoek in ieder geval noodzakelijk is bij werken of werkzaamheden waarbij de bodem tot meer dan 30cm-mv wordt geroerd. 2 Op de Beleidskaart Archeologie Herijking (2013) van de gemeente Leidschendam-Voorburg is het plangebied gelegen in een terrein met een hoge archeologische verwachting. Dit houdt in dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen dieper dan 30 cm minus maaiveld en groter dan 100m². De voorgenomen ontwikkeling overschrijdt de vastgestelde ondergrenzen. Ten behoeve van het nieuw op te stellen bestemmingsplan is een archeologisch onderzoek noodzakelijk om de archeologische verwachting nader te specificeren.Voor de toetsing op archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek (AMZ-cyclus). In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een KNA3 -conform bureauonderzoek.Conclusie Het bureauonderzoek toont aan dat voor het plangebied een hoge verwachting geldt op archeologische vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Deze verwachting is grotendeels gebaseerd op een gunstige landschappelijke ligging, op de top van een strandwal. Daarnaast tonen de historische gegevens aan dat de wijdere omgeving van het plangebied van oudsher bewoond is.Archeologische vindplaatsen worden relatief ondiep in de bodem verwacht, tot op een maximale diepte van 2m-mv. Deze vindplaatsen kunnen zich uiten door archeologische cultuurlagen, met daarin spoorcomplexen en vondstmateriaal. Ook kan er sprake zijn van enkel vondstmateriaal, dat vooral van toepassing is op het Neolithicum. De verstoring van eventueel aanwezige vindplaatsen wordt op basis van naburig uitgevoerd onderzoek klein geacht.Door de aanleg van de nieuwe woning, met daaronder een kelder ter grootte van 170m2, wordt in ieder geval een deel van het plangebied verstoord. De exacte diepte van deze verstoring is nog niet bekend, maar aangenomen wordt, op basis van vorstvrije fundering en Nutsvoorzieningen, dat deze minimaal 80cm bedraagt. Op locatie van de kelder bedraagt de verstoring ca. 200 cm. Uit de landschappelijke gegevens blijkt dat archeologische vindplaatsen binnen deze 80-200cm voor kunnen komen. Met de geplande bodemingreep worden mogelijk aanwezige archeologische vindplaatsen verstoord.Uit het uitgevoerde karterende booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw ter plaatse bestaat uit een subrecente deels opgebrachte, deels verstoorde laag van bruingrijs fijn humeus puinhoudend zand. Deze laag varieert in dikte van 75 cm in boring 4 tot 120 cm bij boring 5 (ter plaatse van de voormalige kas). Onder de verstoorde bovenlaag is sprake van oude duinafzettingen van matig grof zand die door sterk fluctuerende grondwaterstanden deels roestkleurig zijn (oxidatie). De duinafzettingen zijn kalkloos en bevatten geen schelpresten. De duinafzettingen gaan vanaf een diepte van 120 cm-mv geleidelijk over in strandwalafzettingen die matig kalkhoudend zijn en zeer fijne schelpresten bevatten. Er is geen gelaagdheid te herkennen, beide horizonten gaan geleidelijk in elkaar over. De zandkorrels in het opgeboorde substraat zijn gelijkmatig gesorteerd.Selectieadvies Er zijn onder de subrecent verstoorde toplaag in de intacte bodem geen archeologische indicatoren, cultuurlagen of ontkalkte bodems aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied. Er is sprake van een natuurlijk profielverloop met vervlakte duinen op de strandwal, waarin geen gelaagdheid of antropogene kenmerken te herkennen zijn. Daarom achten wij vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Selectiebesluit Het conceptrapport en het selectieadvies zijn op 5 maart 2016 beoordeeld door mw. drs. K. van der Kant namens gemeente Leidschendam-Voorburg. Behoudens enkele tekstuele en inhoudelijke opmerkingen die in deze definitieve rapportage verwerkt zijn, gaat de gemeente akkoord met het selectieadvies. In het kader van de geplande ontwikkeling is geen vervolgonderzoek nodig.Voorbehoud Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijk beleidsadviseur archeologie van de Gemeente LeidschendamVoorburg.
创建时间:
2024-01-31



