Archeologisch vooronderzoek in het kader van woningbouw aan het Zwaluwpad te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x64-y99p
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen verricht in het kader van de voorgenomen woningbouw aan het Zwaluwpad in Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.De opdrachtgever is betrokken bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor de nieuwbouw van 17 woningen aan het Zwaluwpad in Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam. Het plangebied ligt tussen het Zwaluwpad in het noorden en de Buitendams in het zuiden en heeft een oppervlakte van circa 0,8 hectare. Het plangebied is momenteel grotendeels onbebouwd.De gemeente Hardinsveld-Giessendam beschikt over een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart ligt het plangebied deels in een zone met een lage archeologische verwachting, deels in een zone met een middelmatige verwachting met betrekking tot sporen uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd, en deels in een zone met een hoge archeologische verwachting aan of nabij het oppervlak. Het plangebied grenst aan een historische dijk (Buitendams).In het bestemmingsplan Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied (2017) heeft het plangebied deels een maatschappelijke en deels een agrarische bestemming. De zone met een lage archeologische verwachting op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart heef de dubbelbestemming ‘waarde – archeologische verwachting 9’ gekregen. Voor gronden met deze dubbelbestemming geldt dat bodemroerende ingrepen dieper dan 0,3 meter beneden maaiveld vergunningplichtig zijn vanuit de archeologie, wanneer deze een oppervlakte beslaan van 10.000 m2 of meer. De zone met een middelmatige archeologische verwachting (Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd) heeft de dubbelbestemming ‘waarde – archeologische verwachting 2’ gekregen. Voor gronden met deze dubbelbestemming geldt dat bodemroerende ingrepen dieper dan 0,3 meter beneden maaiveld vergunningplichtig zijn vanuit de archeologie, wanneer deze een oppervlakte beslaan van 100 m2 of meer. De zone met een hoge archeologische verwachting aan of nabij het oppervlak heeft de dubbelbestemming ‘waarde – archeologische verwachting 4’ gekregen. Voor gronden met deze dubbelbestemming geldt dat bodemroerende ingrepen dieper dan 0,3 meter beneden maaiveld vergunningplichtig zijn vanuit de archeologie, wanneer deze een oppervlakte beslaan van 250 m2 of meer.Doel van het archeologisch vooronderzoek was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid. Hiertoe is een bureauonderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Vervolgens is dit verwachtingsmodel in het veld getoetst door middel van een verkennend booronderzoek. Tenslotte is een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), protocol 4002 Bureauonderzoek en protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek.Binnen het plangebied worden met name komafzettingen en veen verwacht in de ondergrond, in het zuidelijk deel van het plangebied eventueel afgedekt met oeverafzettingen van de Merwede. Er worden binnen het plangebied geen bedding- of oeverafzettingen van oudere stroomgordels verwacht. Vanwege de landschappelijke ligging in een komgebied, geldt voor het noordelijk deel van het plangebied een lage archeologische verwachting voor alle archeologische perioden. Omdat de Buitendams als ontginningsas de kern vormt van het langgerekte rivierdijkdorp Giessendam, geldt langs deze dijk een middelhoge archeologische verwachting voor de Volle en Late Middeleeuwen (vanaf het begin van de 12e eeuw) en de Nieuwe tijd. Resten en sporen uit deze tijd worden verwacht in de top van de oeverafzettingen van de Merwede, die in het gebied zijn afgezet voorafgaand aan de bedijking. De oeverafzettingen van de Merwede strekken zich verder naar het noorden uit, buiten het bewoningslint van het dorp Giessendam. Voor deze oeverafzettingen geldt een hoge archeologische verwachting voor de Romeinse tijd en de Middeleeuwen. De oeverafzettingen van de Merwede bevinden zich direct onder de bouwvoor of een eventueel antropogeen ophogingspakket.De dikte van de geroerde bovengrond binnen het plangebied varieert sterk (25-190 cm), en is gemiddeld 85 cm dik. Deze variatie is waarschijnlijk indicatief voor bodemroerende ingrepen in het plangebied in het recente verleden. In boring 4107001 bestaat het opgeboorde profiel tot 180 cm uit opgebracht zand, vermoedelijk het resultaat van de sanering die hier heeft plaatsgevonden. Onder de geroerde bovengrond werden slappe komkleiafzettingen en veen aangetroffen. Het veen was niet veraard en de komklei ongerijpt. De klei is afgezet en het veen is gevormd in een laag gelegen, drassig gebied, en hebben niet langdurig aan het oppervlak gelegen. Tot aan de ontginning van het gebied in de Late Middeleeuwen is het onaantrekkelijk geweest voor bewoning. Ongeroerde oeverafzettingen van de Merwede van vóór de bedijking, zijn binnen het plangebied niet aangetroffen. Deze, en daarmee eventuele sporen van bewoning uit de Late Middeleeuwen langs de ontginningsas (Buitendams), zullen zijn verdwenen of zijn opgenomen in de geroerde bovengrond, als gevolg van bouw- en saneringswerkzaamheden in het recente verleden.AdviesOp basis van de resultaten van het onderzoek kan de archeologische verwachting voor het hele plangebied worden bijgesteld naar ‘laag’. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ).Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Hardinxveld-Giessendam, om op basis van dit rapport en het daarin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van de beëindiging van het onderzoeksproces.Ook nadat het archeologisch onderzoek is afgerond, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Hardinxveld-Giessendam, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
创建时间:
2024-01-31



