five

Eindrapportage archeologisch verkennend en karterend booronderzoek (9125.005) Bloemenbuurt te Didam

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-07-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XWG-RF9X
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) blijkt dat het gehele plangebied in de oeverzone van de Waal ligt, maar een groot deel van het pakket oeverafzettingen is door moderne ingrepen aangetast/verstoord, tot minimaal 75 en maximaal 150 cm -mv, gemiddeld tot 110 cm -mv. De oeverafzettingen lopen door tot een diepte van gemiddeld 190 cm -mv. Voor de komst van de Waal heeft het plangebied voor een langere periode een ligging gehad in een komgebied, waarbij komklei werd gesedimenteerd. In het pakket komklei, tussen gemiddeld 190 en 250 cm -mv, komt een laklaag/vegetatiehorizont (Ab-horizont) voor en geeft aan dat er sprake is geweest van een periode van non-sedimentatie/zeer beperkte sedimentatie. De vrij zware textuur en kalkloosheid is een aanwijzingen dat dit oude loopniveau heeft bestaan in een gebied dat relatief nat/drassig was, vermoedelijk ergens in de periode van de Bronstijd. Tijdens het Laat-Glaciaal en Vroeg-Holoceen had het plangebied waarschijnlijk een ligging binnen een terrasopduiking (zeer grindrijk, grof zand) van het Laagterras uit het Midden-Weichselien en afgedekt is met Laatglaciale en Vroeg-Holocene Laag van Wijchen (stugge, matig zandige klei), maar duidelijke aanwijzingen dat het plangebied in deze perioden beduidend hoger lag en daarmee een geschiktere locatie vormde voor tijdelijke bewoning (nomadisch bestaan van Jagers-Verzamelaars), zijn niet aangetroffen.</p><p>Het antropogeen materiaal in het geroerde deel van de bodemopbouw betreft sloopafval, in de vorm van resten bouw-, betonpuin, baksteen en zelfs ijzerdraad. Dit in de grond verwerkte sloopafval fungeert ook deels als halfverhardingslaag. Waarschijnlijk is het sloopafval door de vorige eigenaar in de grond verwerkt, wat veelvuldig voorkomt bij agrarische erven in het buitengebied. Het is niet archeologisch relevant. In de onverstoorde bodem zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. <br> <br>Conclusie<br>Op basis van de aangetroffen bodemopbouw en de daarbij aangetroffen archeologische indicatoren, wordt geconcludeerd dat er menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden binnen het plangebied vanaf de Late-Middeleeuwen en wellicht al vanaf het einde van de Vroege-Middeleeuwen, en duidt op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats binnen alle vier de deelgebieden. Meest waarschijnlijk gaat het om een vindplaats met sporen en resten van bewoning (houtbouw/steenbouw) in combinatie met landgebruik, waarbij vooral gedacht moet worden aan boerenerven (huisplattegronden van boerderijen met een omliggend erf waar diverse activiteiten werden ontplooid). De top van de vondstenlaag ligt direct onder het plaggendek (vondststrooiing in de oude akker-/cultuurlaag), vanaf gemiddeld 70 cm -mv. Archeologische sporen zullen goed zichtbaar zijn op de overgang van de BC- naar de C-horizont, op een diepte van circa 100 cm -mv. Ook ondiep doorlopende sporen intact zullen worden aangetroffen, aangezien bodemverstorende ingegrepen zich in het algemeen beperkt hebben tot het plaggendek. Ook onder de bestaande funderingen van de bebouwing die op een diepte liggen van circa 1 m -mv, kunnen archeologische sporen nog (deels) intact worden aangetroffen. Door de voorgenomen ingreep (nieuwbouw van een woning, waarbij fundering geplaatst zullen worden op het “gele” zand (bouwen op staal) zal binnen de deelgebieden de mogelijk verschillende aanwezige archeologische vindplaats verstoord worden. </p><p>Advies<br>Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Behoud van de mogelijk aanwezige archeologische vindplaats zal niet mogelijk zijn bij een niet aangepaste uitvoering van de huidige plannen. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Door middel van dit proefsleuvenonderzoek kan het noordoostelijke deel van deelgebied C ook onderzocht worden op de aan-/afwezigheid van een loopgraaf uit de Tweede Wereldoorlog.</p><p>Voor het proefsleuvenonderzoek (IVO-P) dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit PvE dient te worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Montferland).</p><p>Behoud in situ is alleen maar mogelijk als bodemingrepen niet dieper gaan dan 40 cm -mv. Van het plaggendek dient een laag van 30 cm behouden te blijven als bufferzone en conserveringslaag van de onderliggende vondsten- en sporenlaag in de top van de dekzandafzettingen.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2019-05-20
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务