Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Pim Mulierstraat 7 te Sneek, gemeente Sûdwest-Fryslân (FR) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Pim Mulierstraat 7 te Sneek, gemeente Sûdwest-Fryslân (FR)
收藏DataCite Commons2026-04-08 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/ZTRUVR
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in juni-augustus 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase uitgevoerd aan de Pim Mulierstraat 7 te Sneek. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van de huidige bebouwing en de nieuwbouw van 150 woningen.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Het plangebied ligt in het Fries-Gronings kleigebied. Uit geraadpleegde paleogeografische kaarten blijkt dat tussen 5500 v. Chr. en 3850 v. Chr. het plangebied bedekt raakte met veen. Tussen 3850 v. Chr. en 100 n. Chr. vinden meerdere kleiafzettingen plaats ten westen en zuidwesten van het plangebied. Pas tussen 100 en 800 na Chr. wordt ook klei afgezet op het veen in het plangebied en verwordt hiermee tot kweldergebied. Omdat het plangebied zich in de omgeving Sneek-Tinga, Pasveer en De Hemmen bevindt betreft het hier waarschijnlijk een zogenaamd Tinga klei pakket. Deze Tinga klei betreft een dun, veelal kleiig veenlaagje. De vorming van de Tinga laag wordt in verband gebracht met overstromingen als gevolg van veenontginningen in de Romeinse Tijd en Vroege Middeleeuwen. Tussen 700 en 1000 n. Chr. ontstond een nieuw groot getijsysteem, het zogenaamde Middelzee-systeem. Door de herhaaldelijke overstromingen die het gevolg waren van bodemdaling werd een kleilaag afgezet die de Middelzee afzettingen worden genoemd. Dit blijft zo tot tussen 800 en 1500 na Chr. het gebied en haar omgeving worden ingedijkt.<br>Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een vlakte van getij-afzettingen. Bodemkundig ligt het gebied in een zone met kalkarme poldervaaggronden. Op het AHN is te zien dat het plangebied en omliggende bebouwing op lichte verhogingen ligt. Het plangebied ligt overwegend nog net onder zeeniveau.<br>In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het Mesolithicum tot en met de Late Middeleeuwen bekend. De resten uit het Mesolithicum ? Bronstijd zijn gevonden op dekzandopduikingen op 460 meter ten zuidwesten van het plangebied. De resten uit de IJzertijd ? Late Middeleeuwen zijn gevonden bij een onderzoek ten noorden van het plangebied waarbij de meest relevante vindplaatsen zich op ongeveer 460 meter ten noordwesten van het plangebied bevinden.<br>Op de kaart van Schotanus uit 1718 is het plangebied onbebouwd en bevindt zich tussen twee (water)wegen naar verschillende woningen. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als weiland. Op de kaart van Eekhoff uit 1849 is te zien dat op de oude kadastrale grens die midden door het plangebied loopt een kanaal is weergegeven. Het plangebied bleef onbebouwd tot 1994. Toen werd een manege in het plangebied gebouwd. Deze manege is waarschijnlijk begin 2024 gesloopt.<br>Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor IJzertijd tot Middeleeuwen en is geen onderzoek noodzakelijk voor de steentijd-Bronstijd volgens FAMKE vanwege de lage archeologische verwachting.<br>Het uitgevoerde karterende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen en om eventuele archeologische vindplaatsen aan te tonen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied karterende boringen gezet. In dit stadium is karterend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is een onverstoorde ondergrond aangetoond maar konden er geen archeologische vindplaatsen worden aangetoond. Er is algemeen een intacte profielopbouw aangetroffen onder een of meerdere opgebrachte grondlagen bestaande uit kwelderafzettingen-op-mogelijke Tingalaag-(meestal) op-Hollandveen. Omdat het terrein volgens de vroegste historische kaarten onbebouwd was, worden alleen resten van ontginning en een kanaal verwacht uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. Het archeologisch belang hiervan is laag. Verder worden de diepere niveaus (Tingalaag en top Hollandveen) waarschijnlijk niet vergraven en slechts heel beperkt verstoord door het aanbrengen van paalfunderingen. Eventueel kan een archeologievriendelijk bouwplan worden toegepast om eventueel aanwezige archeologische waarden op de diepere niveaus te waarborgen.<br>Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven.<br>De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Sûdwest-Fryslân, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw Y. Boonstra.<br>Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).<br>?</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-08



