Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Frank van Borselenstraat te Vlaardingen, gemeente Vlaardingen
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/SXTF5L
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd voor een plangebied aan de Frank van Borselenstraat te Vlaardingen in de gemeente Vlaardingen. Het plangebied is momenteel gedeeltelijk bebouwd met twee woongebouwen en twee sporthallen. Deze gebouwen worden gesloopt. De gesloopte gebouwen zullen plaats maken voor de bouw van nieuwe woningen. Op dit moment is er nog geen definitief ontwerp, maar men is voornemens ca. 180 woningen te realiseren in een parkachtige setting. De exacte diepte van de grondwerkzaamheden is nog onbekend, maar er zijn vooralsnog geen plannen voor ondergrondse voorzieningen zoals ondergrondse parkeer mogelijkheden. Doel van het archeologisch vooronderzoek is vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid. Hiertoe is eerder een bureauonderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Vervolgens is deze verwachting in het veld getoetst door middel van een verkennend booronderzoek. Het plangebied had op basis van het bureauonderzoek de volgende gespecificeerde archeologische verwachting: Op de oeverwallen van de oudere kreken kunnen sporen van bewoning uit het Neolithicum worden aangetroffen in de vorm van haardplaatsen, vuurstenen artefacten of productieafval, dierlijk bot en aardewerk. Naar verwachting liggen dergelijke kreken met oeverwallen echter buiten het onderhavige onderzoeksgebied. Nederzettingsresten uit de IJzertijd en de Romeinse tijd worden met name verwacht op de oude kreekruggen en in de top van het veen langs de veenkreken (latere doorbraken van de zee): kreekruggen van het Vlaardingenstelsel. Deze bevinden zich in/bovenop het Hollandveen. Deze resten kunnen onder andere bestaan uit constructiehout, vlechtwerk, haardplaatsen, perceleringsgreppels, metaal en aardewerk. In principe geldt voor het gehele onderzoeksgebied een (middel)hoge verwachting op resten uit de IJzertijd en de Romeinse tijd. Op de verlande kreken (getij-inversieruggen) kunnen ten slotte bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen worden verwacht bestaande uit (verhoogde) huisplaatsen (onder andere constructiehout, aardewerk). Hier worden ook huisplaatsen uit de Nieuwe Tijd verwacht, maar op basis van het beschikbaar historisch kaartmateriaal worden uit deze periode binnen het onderzoeksgebied geen bewoningssporen verwacht. Op het veen kunnen sporen worden verwacht van het ontginning van het veengebied in de Late Middeleeuwen (greppels, toemaakdek). Om deze verwachting te toetsen is een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd. Tijdens het veldonderzoek zijn in totaal 24 boringen gezet. Een geplande boring kon niet worden gezet i.v.m. de aanwezigheid van dicht struikgewas en de aanwezigheid van kabels en leidingen rond het struikgewas. De boringen zijn voor zover mogelijk doorgezet tot in het Hollandveen met een minimale diepte van 3 meter beneden maaiveld. 4 boringen zijn doorgezet tot een diepte van 4 meter beneden maaiveld om de diepere ondergrond in kaart te brengen. Doordat het plangebied ten tijde van het veldonderzoek nog bebouwd was, zijn deze boringen rond de bestaande bebouwing geplaatst. Binnen het plangebied zijn getijdeafzettingen van het Laagpakket van Walcheren aangetroffen boven Hollandveen. De getijdeafzettingen hebben in het merendeel van de boringen echter een verstoorde top. In het uiterste zuiden en oosten van het plangebied zijn de getijdeafzettingen echter minder diep verstoord. Het is hier mogelijk om te differentiëren tussen Duinkerke I en III. In het uiterste zuiden is de top van Duinkerke I echter verstoord door een kreek van Duinkerke III (welke zelf geen aanwijzingen voor een leeflaag bevat). In het oostelijk deel van het plangebied zijn in twee boringen een laklaag / houtskool aangetroffen. Deze laklaag kan worden geïnterpreteerd als de top van Duinkerke I waarmee er een datering van de Late IJzertijd tot en met de Romeinse Tijd aan kan worden gegeven. Het aangetroffen houtskool zou met de laklaag geassocieerd kunnen worden. Advies. Op basis van de resultaten van dit onderzoek en in het licht van de geplande bodemverstorende werkzaamheden adviseert Vestigia Cultuurhistorie & Archeologie voor het uiterste oosten van het plangebied vervolgonderzoek uit te voeren in het kader van de AMZ-cyclus in de vorm van proefsleuven. De proefsleuf of -sleuven dienen diametraal op de verwachte noordoost-zuidwestelijk gelegen kreek te worden gepositioneerd. Er kan voor worden gekozen om de aanwezige laklaag/het voorkomen van houtskool eerst nader te karteren door middel van een aanvullend booronderzoek, door middel van karterende boringen in een gelijkmatig grid van 15 x 20 m (33 boringen per hectare); gezien de omvang van het gebied geselecteerd voor vervolgonderzoek – 1600 m2 – betreft dit ongeveer 6 boringen. De archeologische verwachting binnen het overige plangebied kan worden bijgesteld naar ‘laag’; hier is geen vervolgonderzoek noodzakelijk.
创建时间:
2024-01-31



