five

Gemeente Veghel Plangebied Geluckweg 19 te Boerdonk

收藏
DANS Data Station Archaeology2009-03-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZRF-X3Y8
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Theo van Lieshout heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (karterende fase) uitgevoerd in het plangebied Geluckweg 19 te Boerdonk. De plannen voor de planlocatie hebben betrekking op nieuwbouw. De minimale bodemverstoring bij de realisatie van de nieuwbouw is te verwachten tot in de Chorizont van de dekzandafzettingen, waarbij dus een gerede kans bestaat dat eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord of vernietigd worden.</p><p>Op basis van het bureauonderzoek is een specifiek archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. De onderzoeksgebieden liggen allen op een dekzandrug met al dan niet een oud bouwlanddek (esdek). Op de plekken waar het esdek meer dan 50 cm dik is, zijn zwarte enkeerdgronden aanwezig. Op de plaatsen met een dunner esdek zijn laarpodzolgronden aanwezig.Omdat de enkeerdgronden (en in mindere mate de laarpodzolgronden) zijn gevormd onder hoge en droge omstandigheden en vaak gelegen zijn nabij oude nederzettingen of hoeven is de kans op het aantreffen van vindplaatsen zeer hoog. Archeologische vondsten en bewoningssporen kunnen bij een intact bodemprofiel worden verwacht aan de basis van het esdek en in de top (Ah-, E-, Bh- en Bs-horizonten) van een eventueel daar onder begraven bodemprofiel (meestal een humuspodzol). De plaggenbemesting kwam vanaf ongeveer de 13e eeuw in zwang, zodat vooral vindplaatsen van vóór de Middeleeuwen nog intact en goed geconserveerd zullen zijn.</p><p>Door de ligging op een relatief hoge en droge dekzandrug zijn de planlocaties uitermate geschikt geweest voor bewoning vanaf de prehistorie. Op basis van de ouderdom van het dekzand kunnen er in principe archeologische resten worden aangetroffen vanaf het Laat-Paleolithicum.<br>De drie waarnemingen uit de Steentijd die gedaan zijn op dezelfde dekzandrug en in het aangrenzende beekdal van de Boerdonkse Aa tonen aan dat er in de omgeving in de prehistorie menselijke activiteit is geweest. Door de afdekkende werking van een eventueel aanwezig esdek kan een eventuele vindplaats ter plaatse nog gaaf in de ondergrond aanwezig zijn. Op basis van de aangetroffen waarnemingen, de geomorfologie en de bodem geldt vooralsnog voor alle planlocaties een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de Steentijd (complextype: jagers- en verzamelaarskampement).<br>Uit de perioden Bronstijd tot en met de Romeinse Tijd zijn vooralsnog met uitzondering van een grafveld uit de Bronstijd circa 1 km ten westen van Boerdonk (Boshoven 2008) geen aanwijzingen van menselijke activiteit aangetroffen. Derhalve geldt voor deze perioden een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten (complextype: nederzetting). Vanaf de Late Middeleeuwen en vermoedelijk zelfs al vanaf de Karolingische Tijd (725 ? 900 n. Chr., af te leiden van een fragment van een kogelpot) is het dorp Boerdonk ontstaan. De oude dorpskern was gesitueerd rond een voormalige kapel en later rondom de Rooms-katholieke kerk. Het plangebied ligt buiten deze oude dorpskern en rond 1832 geen bebouwing aanwezig. Op basis van de historische gegevens, de bebouwing en het landgebruik geldt er voor de perioden Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten (complextype: nederzetting en in het bijzonder oude huisplaatsen, waterputten, afvalkuilen en aardewerkstrooiing). Er bestaat een hoge kans op het aantreffen van losse vondsten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd in het vanaf de Late Middeleeuwen opgebrachte esdek (mestaardewerk). Deze vondsten geven echter geen vindplaats ter plekke aan.</p><p>Uit het veldonderzoek bleek dat in het plangebied een humeus dek aanwezig was met een dikte van 50-80 cm. In alle boringen rustte het humeuze dek rechtstreeks op het oorspronkelijke moedermateriaal, de C-horizont, bestaande uit fluvioperiglaciaal zand. Aan de onderkant van het humeuze dek was sprake van een vlekkerige menglaag, ontstaan bij de ontginning van het plangebied en kenmerkend voor esdekken van latere oorsprong. Eén van de vier boringen was verstoord tot op een diepte van 160 cm beneden maaiveld, vermoedelijk door de aanleg van een nabijgelegen vijver. In geen enkele boring werden archeologische indicatoren aangetroffen die een aanwijzing kunnen vormen voor de aanwezigheid van vindplaatsen binnen de grenzen van het plangebied. Op grond van het bovenstaande kan de archeologische verwachting voor het plangebied worden bijgesteld naar laag. Vervolgonderzoek wordt voor het plangebied dan ook niet noodzakelijk geacht.</p>
创建时间:
2009-03-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务