Stadsrandzone Zuid te Enschede
收藏DANS Data Station Archaeology2011-06-20 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XMS-BC57
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Synthegra heeft in opdracht van de Gemeente Enschede een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein ten zuiden van de wijk Helmerhoek in Enschede (afbeelding 1.1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herinrichting van het terrein, ook wel Stadsrandzone Zuid genoemd. Hier is een beekloop gepland met bijbehorende overstromingszone, die ontgraven zal worden en tevens zal een fietspad worden aangelegd.<br>De natuurlijke veldpodzolgrond en/of beekeerdgrond is in het grootste deel van het plangebied verstoord door ploegwerkzaamheden. Vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien de bodem is verstoord, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. Mede op grond van het feit dat vuursteenvindplaatsen vooral op de dekzandruggen worden aangetroffen is de middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen in het centrale en oostelijke deel van het plangebied bijgesteld naar laag. In het noordwestelijke deel (boring 17-19) zijn deels tot geheel intacte podzolen aangetroffen waardoor hier de hoge verwachting op het aantreffen van vuursteenvindplaatsen kan worden gehandhaafd. Aangezien de vuursteenvindplaatsen vooral op de dekzandruggen en de rituele deposities en afvaldumps in de daaraan grenzende laagtes worden verwacht en vaak uit puntlocaties bestaan kan niet worden uitgesloten dat deze in het centrale deel, waar de dekzandruggen liggen, aanwezig zijn. Daarom wordt de hoge verwachting voor rituele deposities en afvaldumps behorende bij vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum voor het noordwestelijke en centrale deel gehandhaafd. Gezien het landschap en de verstoring van de bodem is het zuidoostelijke deel een minder gunstige locatie om rituele deposities en afvaldumps aan te treffen. Vandaar dat hier de middelhoge verwachting voor deze type vindplaatsen naar laag wordt bijgesteld.<br>Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de Chorizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Gezien de landschappelijke situatie van het plangebied en de beperkte intactheid van de bodem worden deze vooral verwacht in het noordwestelijke deel (boring 17-19) van het plangebied en zullen waarschijnlijk vooral bestaan uit periferiesporen, rituele deposities en afvaldumps gerelateerd aan eventuele nederzettingen die zich mogelijk op de dekzandruggen bevinden, die grotendeels buiten het plangebied liggen. De middelhoge verwachting om nederzettingen vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen aan te treffen wordt voor het gehele plangebied bijgesteld naar laag. Voor het centrale deel (boring 10-16) en het noordwestelijke deel (boring17-19) wordt de middelhoge verwachting op het aantreffen van periferiesporen, rituele deposities en afvaldumps uit het neolithicum en de vroege middeleeuwen gehandhaafd en voor het zuidoostelijke deel bijgesteld naar laag.<br>De lage verwachting voor nederzettingssporen uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd voor het gehele plangebied kan op grond van de vastgestelde landschappelijke ligging worden gehandhaafd.<br>Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het centrale en noordwestelijke deel van het plangebied vervolgonderzoek geadviseerd en voor het zuidoostelijke deel wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd (bijlage 3).<br>Op basis van de resultaten van het booronderzoek worden in het centrale en noordwestelijke deel van het plangebied voornamelijk periferiesporen, rituele deposities en afvaldumps uit het laat-paleolithicum tot en met de vroege middeleeuwen verwacht, die door middel van een booronderzoek niet of nauwelijks zijn op te sporen. Voor dit deel van het plangebied wordt een archeologische begeleiding van de werkzaamheden voorgesteld onder het protocol opgraven. Voor deze archeologische begeleiding is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid.</p>
创建时间:
2011-06-21



