Rotterdam Maasbode. Een bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/ULLPA7
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van BPD Ontwikkeling heeft het team Onderzoek en Rapportage van Archeologie Rotterdam (BOOR) in november-december 2021 een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied Maasbode te Rotterdam, in de gelijknamige gemeente. Dit onderzoek bestond uit het verrichten, beschrijven en analyseren van vijf mechanische boringen. Er is geboord vanaf het maaiveld tot maximaal 18,96 m - NAP (19,00 m - mv). Voorafgaand aan het veldonderzoek is voor het gebied in maart 2021 een bureauonderzoek gedaan. De onderzoeken zijn verricht, omdat in het plangebied nieuwbouw zal worden gerealiseerd. Hierbij zullen grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd. Indien archeologische waarden aanwezig zijn, kunnen deze bij de werkzaamheden worden aangetast of vernietigd. Uit het bureauonderzoek, waarbij onder meer is gekeken naar de bodemopbouw ter plaatse, de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie, komt naar voren dat voor het gehele plangebied een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting geldt voor vindplaatsen uit het Mesolithicum en het Neolithicum. Dit hangt samen met de mogelijke aanwezigheid van een fossiele rivierloop in de diepere ondergrond. De stroomgordelafzettingen die zijn afgezet door deze oude waterloop worden gerekend tot de Formatie van Echteld (voorheen Afzettingen van Gorkum). Vindplaatsen uit de Bronstijd worden in het geheel niet verwacht op de locatie en voor vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen geldt in principe een lage archeologische verwachting. Aangezien het plangebied deels op de voormalige Schiedamse Vest en deels op de kade of wal van deze gracht uit het eind van de 16e eeuw ligt, geldt wel een zeer hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Nieuwe tijd. Bewoningsresten uit het begin van de Nieuwe tijd worden echter niet verwacht. Vermoedelijk pas in de loop van de 17e eeuw komt in het noordwestelijke deel van het plangebied, aan de buitenzijde van de wal, bebouwing voor. Uit het verkennend inventariserend veldonderzoek is gebleken dat de diepe ondergrond bestaat uit komafzettingen van de Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen. De intacte top is op 16,98 m - NAP (17,02 m - mv) aangetroffen. Hierboven bevindt zich een dunne veenlaag, die gerekend kan worden tot de Formatie van Nieuwkoop, Basisveen Laag. De (licht) geërodeerde top van het organische niveau is op 16,88 m - NAP (16,92 m - mv) aangeboord. Naar boven toe gaat het veen abrupt over in een kleipakket, dat vermoedelijk geïnterpreteerd kan worden als zogenaamde zoetwatergetijdenafzettingen van de Formatie van Echteld, Terbregge Laagpakket (voorheen Afzettingen van Gorkum). De aangetaste top is waargenomen op 15,24 m - NAP (15,28 m - mv). Hierboven bevinden zich de stroomgordelzettingen (opnieuw Formatie van Echteld), waarvoor een verhoogde archeologische verwachting geldt. In de kansrijke afzettingen zijn echter geen duidelijke niveaus waargenomen, zoals bijvoorbeeld oeverafzettingen, die voor bewoning geschikt zijn geweest. Ook zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen op dit niveau. De intacte top van de stroomgordelafzettingen is op een gemiddelde diepte van 10,84 m - NAP (11,01 m - mv) aangetroffen. Deze wordt afgedekt door komafzettingen van dezelfde Formatie van Echteld. De intacte top van dit klastische pakket is waargenomen op een gemiddelde diepte van 8,38 m - NAP (8,57 m - mv). Hierboven is vanaf gemiddeld 6,63 m - NAP (6,82 m - mv) een pakket veen van de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket aangeboord. De top van de natuurlijke sequentie bestaat uit komafzettingen van een jongere fase van de Formatie van Echteld (voorheen Afzettingen van Tiel I-II). De top van het pakket, dat alleen in boring 2 is gezien, bevindt zich op 5,62 m - NAP (5,63 m - mv). Zowel het veen als de komafzettingen zijn aangetast door (grotendeels) menselijke activiteiten. Op de natuurlijke ondergrond zijn inderdaad verschillende antropogene pakketten aangetroffen, die gerelateerd kunnen worden aan de inrichting en het gebruik van de locatie vanaf het eind van de 16e eeuw (BOOR-vindplaatscode 12-112). Zo is in boring 4 vermoedelijk de (water)bodem van de voormalige Schiedamse Vest aangeboord. In boring 5 is een kluiterig niveau waargenomen, dat waarschijnlijk geïnterpreteerd kan worden als de wal aan de buitenzijde van de gracht. Direct hierboven is in dezelfde boring een tweede antropogeen pakket aangetroffen, dat mogelijk een jongere ophoging of uitbreiding van de wal betreft. Wellicht kan het pakket zelfs gerelateerd worden aan het pad of de weg in de top van de wal. Ook zou het ophogingspakket kunnen samenhangen met de bebouwing, die in de loop van de 17e eeuw aan de buitenzijde van de wal voorkomt. Tot slot is in boring 2 mogelijk de vulling van een gedempte sloot aangeboord. Deze interpretatie is echter onzeker. De archeologisch relevante stratigrafische niveaus bevinden zich tussen een maximale diepte van 6,47 m - NAP (6,57 m - mv) en een minimale diepte van 3,02 m - NAP (3,12 m - mv). De top lijkt in ieder geval in boringen 2 en 5 te zijn aangetast door latere bodemingrepen. De bovengrond in het plangebied bestaat tot slot uit een metersdik (sub)recent opgebracht zandpakket. Concluderend kan gesteld worden, dat de kans groot is dat bij de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied archeologische resten uit de Nieuwe tijd verstoord zullen worden. Gelet op de diepteligging van de archeologisch relevante stratigrafische niveaus zijn er echter praktische beperkingen om deze nader te onderzoeken (pragmatische keuze). Daarnaast wordt aangenomen dat de aangetroffen archeologische resten, zoals de Schiedamse Vest met bijbehorende wal, ook buiten het plangebied nog in de ondergrond aanwezig zullen zijn en daarmee voor eventueel toekomstig archeologisch onderzoek beschikbaar zijn. Het gaat immers om zogenaamde lijnelementen. Het is dus niet noodzakelijk om deze resten op dit moment nader te onderzoeken (inhoudelijke keuze). Op grond van het bureauonderzoek en het verkennend inventariserend veldonderzoek luidt het (selectie)advies voor het plangebied Maasbode te Rotterdam dat er geen voorzieningen hoeven te worden getroffen om archeologische waarden te behouden of te ontzien. Vervolgonderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg wordt niet aanbevolen.
创建时间:
2024-01-31



