Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase Ruyterhof te Rijsbergen, gemeente Zundert
收藏DANS Data Station Archaeology2021-07-11 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XHZ-47S2
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Bureauonderzoek<br>In september 2018 en januari 2019 heeft Antea Group een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied ‘de Ruyterhof’ aan de Lagestraat te Rijsbergen, gemeente Zundert. Het onderzoek heeft bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek.</p><p>Aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. De opdrachtgever is voornemens de bestaande bebouwing binnen het plangebied te slopen en vervolgens een woongebouw met circa 13 appartementen te realiseren. De sloop van de bestaande bebouwing en de bouw van het woongebouw zal gepaard gaan met bodemverstorende werkzaamheden, waarvan voorzien wordt dat deze dieper zullen reiken dan 0,4 m – mv.<br>In het vigerende bestemmingsplan is voor het plangebied een dubbelbestemming archeologie opgenomen. Deze dubbelbestemming is gebaseerd op de archeologische beleidskaart. Het plangebied overschrijdt deze vrijstellingsgrenzen waardoor een archeologisch vooronderzoek noodzakelijk is conform het gemeentelijk beleid.</p><p>Uit het archeologisch bureauonderzoek komt naar voren dat er voor het plangebied een brede archeologische verwachting geldt. Er kunnen niet met zekerheid resten uit specifieke perioden op voorhand worden uitgesloten. In de directe omgeving komen, langs het beekdal, vuursteenvindplaatsen voor. Gelet op de ligging van voorliggend plangebied op enige afstand van de steentijdbewonings- danwel verblijfslocaties, is de verwachting op intacte archeologische resten uit de steentijd niet als hoog aan te merken. Eerder moet gedacht worden aan archeologische resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd, maar resten uit de ijzertijd kunnen ook niet worden uitgesloten.</p><p>Op basis van de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek is het advies van Antea Group om in het plangebied een vervolgonderzoek uit te voeren, in de vorm van een inventariserend veldonderzoek, d.m.v. boringen (verkennende fase). Er dienen in totaal vier boringen gezet te worden binnen het plangebied. Het booronderzoek dient om de mate van intactheid van de bodemopbouw vast te stellen. Mocht blijken dat de bodemopbouw intact is kunnen er in het plangebied daadwerkelijke behoudenswaardige resten voorkomen. Mocht in het booronderzoek worden vastgesteld dat de bodemopbouw tot voorbij het archeologisch sporenniveau geroerd is kan het plangebied worden vrijgegeven voor het onderdeel archeologie.</p><p>Booronderzoek<br>Er is sprake van een (lage) enkeerdgrond die, waarschijnlijk in de tweede helft van de 20eeeuw is opgehoogd. De overgang van de oorspronkelijke A-horizont naar de C-horizont is scherp en er zijn geen (resten van) podzol –horizonten aanwezig.</p><p>Conclusie<br>Op basis van de bodemopbouw wordt de kans op het aantreffen van resten van jager- verzamelaar samenlevingen klein ingeschat en op basis van de lage landschappelijke ligging wordt kans op resten van landbouw samenlevingen klein ingeschat.</p><p>Advies<br>Het advies van Antea Group luidt dan ook om de archeologische verwachting voor het plangebied bij te stellen naar laag en het plangebied zonder verder archeologisch onderzoek vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.</p><p>Selectiebesluit gemeente Zundert<br>Op 23-1-2020 heeft de gemeente Zundert een afwijkend selectiebesluit genomen ten opzichte van het gegeven advies. Het bevoegd gezag is van mening dat het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel een vergelijkbare opbouw kent als die in de historisch kern van Rijsbergen en dat de overgang van de A-horizont naar de C-horizont zich op 0,8 tot 1,00 m – de top van de A-horizont bevindt. Omdat er geen indicaties zijn van (grote) verstoringen binnen het plangebied kan niet worden uitgesloten dat er zich in en/of direct onder de A-horizont vondsten bevinden en (resten van dieper ingegraven) sporen aangetroffen kunnen worden.<br>Het advies is om op basis van de resultaten van het booronderzoek de vrijstellingsgrens te verruimen van 0,40 m – m tot 1,70 m – mv. Dit houdt in dat als de bodemingrepen groter zijn dan 100 m2en dieper gaan dan 1,70 m – mv vooraf nader onderzoek dient plaats te vinden. Dit vervolgonderzoek dient te bestaan uit een proefsleuvenonderzoek.1</p>
创建时间:
2021-05-18



