five

Westeinde 28 en 28a te Wijngaarden (gemeente Molenlanden)

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-03-25 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XFB-7NE6
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in maart 2019 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Westeinde 28 en 28a te Wijngaarden, gemeente Molenlanden. De aanleiding van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning in verband met de voorgenomen renovatie en herstel van het boerderijerf van Westeinde 28 en sloop en nieuwbouw op het erf van Westeinde 28a.</p><p>Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hieruit blijkt dat in de ondergrond van het plangebied mogelijk rivierduinafzettingen voorkomen. Rivierduinen vormden vanwege de hogere ligging in het landschap een gunstige vestigingslocatie vanaf het Mesolithicum, totdat deze, vermoedelijk in het Neolithicum, met veen bedekt raakten. In het plangebied zal de top van een eventueel aanwezig rivierduin zich dieper dan 5 m –mv bevinden.</p><p>Vanaf het Neolithicum vernatte het landschap en waren de omstandigheden ongunstig voor bewoning. Het plangebied maakte deel uit van een uitgestrekte rivierkom die werd opgevuld met klei en veen. In de periode van ca. 300 v. Chr. tot 300 n. Chr. werd ten noorden van het plangebied de Papendrechtse stroomgordel actief. Mogelijk zijn tijdens de actieve fase van deze stroomgordel in het plangebied oeverafzettingen afgezet. Op basis van het model van het DINOloket bevindt deze stroomgordel zich op 6 m –NAP (ca. 4,5 tot 6 m –mv). In de top van de van de oeverafzettingen kunnen archeologische waarden vanaf de IJzertijd verwacht worden. Een eventuele vindplaats zal zich manifesteren als een archeologische laag: een humeuze en/of ontkalkte laag met daarin kleine aardewerkfragmenten, resten van dierlijk botmateriaal en houtskool. De oeverafzettingen van deze stroomgordel raakten na de actieve fase bedekt met komklei en veen.</p><p>In de 12e eeuw n. Chr. werd de Alblasserwaard op grote schaal ontgonnen en ontstond het ontginningsblok van Wijngaarden. Langs de Westeinde ontwikkelde zich een bewoningslint bestaande uit een reeks opgehoogde woonplaatsen (huisterpen). Een huisterp wordt op basis van de maaiveldhoogte en de ligging van de huidige boerderij in het oosten van het plangebied verwacht. Vanaf de 14e eeuw verbeterde de waterhuishouding en was het niet meer nodig om de woonplaatsen op te hogen. Het ter plaatse van het plangebied aanwezige erf is op grond van de datering van de huidige boerderij in ieder geval ouder dan 1725. Uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd worden in het plangebied funderingsresten, resten van beer- en waterputten en concentraties met vondstmateriaal verwacht, zoals baksteenfragmenten, resten aardewerk en dierlijk botmateriaal. De resten bevinden zich waarschijnlijk in de ophogingslagen van de huisterp of andere direct onder het maaiveld aan te treffen ophogingslagen.</p><p>Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de ondergrond van het plangebied uit mineraalarm veen bestaat. Het veenpakket wordt afgedekt door een 85 tot 260 cm dik heterogeen ophogingspakket. In het oosten van het plangebied bestaat dit pakket uit terphogingslagen, gevolgd door recente ophogingslagen. In de terphogingslagen zijn fosfaatvlekken en schelpen aanwezig. In boring 4 is tevens een fragment kogelpotaardewerk uit de Late Middeleeuwen aangetroffen. In het westen van het plangebied bestaat het ophogingspakket enkel uit recent opgebrachte (zand)lagen.</p><p>In het plangebied zijn geen rivierduinafzettingen of oeverafzettingen van de Papendrechtse stroomgordel aangetroffen. Indien aanwezig bevinden genoemde afzettingen zich beneden de maximale boordiepte (4 m –mv).</p><p>In het oosten van het plangebied worden vanwege de aanwezigheid van terpophogingslagen archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd verwacht. Om de op het bureauonderzoek gebaseerde gespecificeerde verwachting voldoende te kunnen aanvullen en toetsen, adviseert ADC ArcheoProjecten om in dit deel van het plangebied in geval van bodemingrepen dieper dan 50 cm –mv archeologisch gravend onderzoek uit te voeren. Vooralsnog is dit niet nodig omdat de bodemingrepen volgens de huidige plannen (de bouw van een hooimijt) niet dieper dan ca. 40 cm –mv zullen reiken. De invulling van het eventueel uit te voeren gravend 6 onderzoek hangt af van de aard, omvang en diepte van de toekomstige bodemingrepen. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2020-03-23
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务