Transect-rapport 2077: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende en karterende fase. Rijswijk, Dorpsstraat 42. Gemeente Altena.
收藏DANS Data Station Archaeology2020-04-27 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZXT-FR2V
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In februari 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Dorpsstraat 42 in Rijswijk (gemeente Altena). De aanleiding voor het onderzoek is de realisatie van een uitbouw van de bestaande bebouwing, waarvoor een omgevingsvergunning noodzakelijk is. </p><p>In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan een dubbelbestemming Waarde Archeologie 1. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 35 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is.</p><p>Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende en karterende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd.</p><p>Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). De karterende fase van het onderzoek is gericht op het vaststellen van de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied, door het opsporen van archeologische indicatoren of een cultuurlaag in de archeologisch relevante niveaus. </p><p>Op basis van het vooronderzoek bestond oorspronkelijke een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Deze verwachting is gebaseerd op het vermoedelijke voorkomen van oeverwalafzettingen op komafzettingen, aan te treffen vanaf maaiveld. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat deze oeverafzettingen inderdaad in het plangebied aanwezig zijn, vanaf een diepte van 30-45 cm -Mv. Tot een diepte van 80-90 cm -Mv is in deze oeverafzettingen sprake van een oude bouwvoor of cultuurlaag. Deze laag is aanvullend bemonsterd om de aan- of afwezigheid van een vindplaats in het plangebied vast te kunnen stellen. Dit heeft echter geen archeologische indicatoren opgeleverd, waardoor het onwaarschijnlijk is dat in het plangebied sprake is van een archeologische vindplaats. Daarom is de oorspronkelijke middelhoge verwachting naar een lage verwachting bij te stellen</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2020-04-28



