Oosterwolde, Rijweg 115, Gemeente Ooststellingwerf (Fr.). Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)
收藏DANS Data Station Archaeology2018-06-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZKT-BJV7
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In verband met de geplande uitbreiding van een loopstal is een archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Rijweg 115 te Oosterwolde, gemeente Ooststellingwerf, provincie Fryslân. De bestaande stal zal aan de noordzijde worden verlengd over een oppervlak van twintig bij vijfentwintig meter. Onder het uit te breiden deel komt een mestkelder van twee meter diep. Door de aanleg van deze kelder zullen eventueel aanwezige archeologische waarden in de bodem verloren gaan. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het inventariserend onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (protocol 4002) en een veldonderzoek, verkennende en karterende fase (IVO-O; protocol 4003). Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Tijdens het veldonderzoek zijn twaalf boringen geplaatst om de opbouw en gaafheid van de bodem te bepalen en om te zoeken naar archeologische materialen. Plangebied Rijweg 115 ligt op de noordelijke rand van een dekzandrug. De dekzandrug raakte tijdens het holoceen geleidelijk omringd door veenmoeras, maar is er waarschijnlijk niet volledig in verdronken. Het plangebied maakt deel uit van een AMK-terrein waar in het verleden sporen van bewoning gevonden zijn uit de periode neolithicum, bronstijd, ijzertijd. Op kaarten uit de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw maakt het plangebied deel uit van een uitgestrekt akkercomplex. Tussen 1982 en 1993 is de oostelijke loopstal gebouwd die men nu wil verlengen ter plaatse van het plangebied. De top van het dekzand ligt op dieptes beneden maaiveld variërend van 1,65 tot 2,5 meter. Het zand loopt in noordoostelijke richting ruim een meter af. In het noordoostelijke deel is de top van het zand goed bewaard gebleven, maar is er niet of nauwelijks bodemvorming in opgetreden. Op basis daarvan lijkt het daar tijdens de prehistorie te nat te zijn geweest voor bewoning of begraving. In het zuidwestelijke deel is de top van het zand aangetast door graafwerk, waarschijnlijk ten behoeve van de bouw van de stal. Daardoor zullen eventueel aanwezige archeologische sporen daar sterk zijn aangetast. Op het zand ligt een veenlaag die in het noordoosten een maximaal vastgestelde dikte heeft van 105 centimeter. In het veen kunnen geïsoleerde archeologische resten bewaard gebleven zijn zoals bewoningsafval of ritueel ingeworpen voorwerpen. Op het veen volgen een opgebrachte plaggenlaag en meer recent opgebrachte grond ten behoeve van uitbreiding van het erf. Het onderzoek heeft geen indicatoren opgeleverd van bewerkt vuursteen of scherven aardewerk. </p><p>Het selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G. Bongers luidt: 'Aangezien in het veen archeologische resten kunnen liggen geassocieerd met prehistorische bewoning op de naast gelegen dekzandrug, adviseren wij om het graafwerk ten behoeve van de aanleg van de mestkelders te laten uitvoeren onder archeologische begeleiding. Een dergelijke begeleiding dient te worden uitgevoerd door een daartoe bevoegd bureau volgens een vooraf door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Tenslotte wijzen wij erop dat voor al het graafwerk geldt dat als archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Ooststellingwerf.' De gemeente Ooststellingwerf volgt dit advies niet op. Er zal geen nader archeologisch onderzoek hoeven worden uitgevoerd.</p>
提供机构:
De Steekproef
创建时间:
2018-06-01



