Archeologisch vooronderzoek in het kader van de geplande aanleg van een zonnepark aan de Ruigendijk te Westvoorne, gemeente Westvoorne
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/WCIVAQ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied op het adres Ruigendijk 4 te Tinte, gemeente Westvoorne. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 7,3 hectare. Momenteel is het plangebied in gebruik als (woon)boerderij met erf en agrarische grond. Deze grond is momenteel in gebruik als fruitboomgaard. Binnen het plangebied is men voornemens een zonnepark aan te leggen. Voor de funderingen waarop de zonnepanelen rusten worden palen in de grond geperst tot 2,0 m-mv. Verder zullen er een transformator- en substation aan de noordzijde van het plangebied geplaatst worden. Het zonnepark zal omringd worden door een hekwerk, dat in een betonnen fundering verankerd zal worden. Aan de randen van het plangebied zullen groenstroken aangelegd ter bevordering van de flora en fauna. Aan de westzijde van het plangebied (tussen de Ruigendijk en de Westerlandseweg) is een recreatieve verbinding/doorsteek voorzien. Het definitieve ontwerp dient nog te worden opgesteld. De bodemingrepen in detail: • Substation: aantal 1, omvang 4,2 x 4,3 m2, diepte 1,6 m-mv; • Transformator Station: aantal 2, omvang vergraving 10 x 6 m, diepte 1,1 m-mv; • Funderingspalen zonnepanelen: aantal 2770 (bij het huidige ontwerp), diameter 5x10 cm, diepte 2,0 m-mv; • Hek fundering: rondom, om de 3 m, diameter 5x5 cm, diepte 1,10 m-mv; • Kabels: aan het einde van iedere panelenrij worden de kabels verzameld en gaan de kabels circa 0,70 m de grond in richting de transformatorhuisjes (zie afbeelding 6). Op basis van het bureauonderzoek kan de volgende gespecificeerde archeologische verwachting worden opgesteld: Van onder naar boven wordt op basis van eerdere onderzoeken in de omgeving en DINO-gegevens de volgende bodemopbouw verwacht: kwelderafzettingen van het Laagpakket van Wormer (tot ongeveer 3,25 m-mv, 6000-3500 v. Chr.), en daarboven Duinkerke I (Walcheren-afzettingen) vanaf de IJzertijd/Romeinse Tijd, en/of Duikerke III met mogelijk met enkele dunne Hollandveenlagen. Het oorspronkelijk aanwezige Hollandveen-pakket kan zijn geërodeerd. De dunne veenlaagjes tussen de Duinkerke I en III lagen, behorende tot het Hollandveen-laagpakket kunnen, indien intact, archeologische resten bevatten uit de IJzertijd en/of de Romeinse tijd. De kans dat hierin resten aanwezig wordt als klein ingeschat aangezien het hier naar verwachting om een dunne lagen gaat. In de top van de Afzettingen van Duinkerke I (Laagpakket van Walcheren, vanaf 3,25 m-mv) kunnen bewoningssporen aangetroffen worden uit de IJzertijd/Romeinse tijd en Middeleeuwen. In de top van de Afzettingen van Duinkerke III kunnen resten worden aangetroffen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. De top van de Afzettingen van Duinkerke I kan al binnen een diepte van een meter beneden maaiveld voorkomen. Eventuele middeleeuwse sporen kunnen teruggaan tot de vroegste ontginningsperiode. Er geldt een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor resten vanaf de IJzertijd tot de Vroege Middeleeuwen. In de veraarde top(pen) van het Hollandveen Laagpakket kunnen archeologische vindplaatsen aanwezig zijn die dateren uit perioden vanaf de IJzertijd tot Romeinse tijd. De resten in de top van het veen kunnen nederzettingssporen (inclusief aardewerk) betreffen of anderszins sporen van exploitatie van het landschap. In de top van de Duinkerken afzettingen kunnen archeologische waarden uit de IJzertijd/Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn. De vondstenlaag van deze potentieel archeologische niveaus zal zich naar verwachting manifesteren als een archeologische laag. Deze zal bestaan uit een vermenging van ondermeer kleine fragmenten aardewerk, houtskool en bot met het oorspronkelijke substraat. De meeste typen archeologische resten (bot, houtskool, aardewerk, metaal) zullen door de natte en zuurstofloze condities goed zijn geconserveerd. Ze kunnen bovendien afgedekt zijn door recentere kleiafzettingen en daarmee buiten het bereik van (sub)recente bodemverstorende activiteiten gebleven. Direct onder het maaiveld kunnen archeologische resten worden verwacht uit perioden vanaf de Late Middeleeuwen. De kans op het voorkomen van nederzettingsresten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd lijkt klein. Er zijn op basis van de historisch-cartografische gegevens geen aanwijzingen voor bewoning of andere intensieve menselijke activiteit binnen het plangebied. Advies. Verstoring Verstoring van de ondergrond zal plaatsvinden bij het slaan van de funderingspalen van de zonnepanelen (tot 2 m-mv), en bij de funderingspalen van hek (tot 1,10 m-mv). Echter, de verstoringen door deze funderingspalen gerelateerd aan de totale oppervlakte van het project, vormen geen disproportionele verstoring van de potentieel in de ondergrond aanwezige archeologie: - Funderingspalen van de zonnepanelen: 0,005 m2 per paal x 2770 = 13,85 m2 op circa 60.000 m2 aan zonnepanelen is 0,023 % van het totaal oppervlakte aan zonnepanelen. - Funderingspalen van het hek: De fundering rondom zal maximaal een verstoring van 0,016 % van het totaal oppervlakte van het aan te leggen hek betekenen (uitgaande van een breedte van het hek van 5 cm2). Uitgaande van een normaal verdubbeling van het verstoorde oppervlak als gevolg van het uitstralingseffect van het aanbrengen van de funderingspalen is de verstoring minder dan 2% van het totaaloppervlakte van de nieuwbouw. Op basis van het huidige palenplan voor de zonnepanelen is de verstoring circa 0,05 %, van de funderingspalen voor het hek is dat circa 0,03 %. In Nederland wordt een verstoringsgraad van minder dan 2% als acceptabel gezien vanuit het perspectief van de archeologische monumentenzorg. Gezien de voorgenomen ontwikkeling worden in het kader van het aanbrengen van de funderingspalen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) niet noodzakelijk geacht. De aanleg van groenstroken zal slecht een beperkte verstoring van de ondergrond betekenen, waarbij de kans klein is dat er een behoudenswaardige vindplaats wordt geschaad; er zullen geen diepwortellende bomen worden gepland. Echter, de ingrepen gerelateerd aan de substations, transformator stations en kabels kunnen wel tot een verstoring van mogelijk relevante archeologische lagen leiden. Wanneer de definitieve plannen bekend zijn adviseert Vestigia Cultuurhistorie & Archeologie op deze locaties het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van een verkennend/karterend booronderzoek. Door middel van dit booronderzoek worden de fysisch-geografische en bodemkundige gegevens getoetst (verkennend booronderzoek). Tevens heeft het booronderzoek tot doel vast te stellen in hoeverre de natuurlijke bodemopbouw verstoord is, en of er archeologische indicatoren in de ondergrond aanwezig zijn. De boringen dienen te worden gezet met een edelmanboor van 7 cm (onder grondwaterniveau met een guts van 3 cm), in een verspringend grid met een dichtheid van 10 boringen per hectare, conform de richtlijnen van de provincie Zuid-Holland. De boringen worden doorgezet tot 25 cm in de top van de Wormerafzettingen, die in het plangebied verwacht worden vanaf 3,25 m-mv, en maximaal tot 4 m-mv. Iedere 10e boring dient tot 4,0 m-mv te worden doorgezet, conform de richtlijnen van de provincie Zuid-Holland. Er dienen ook enkele controlerende boringen te worden gezet in de rest van het plangebied. Op basis van dit booronderzoek kan worden bepaald of het plangebied, inclusief de delen waarbinnen de geplande verstoring zo beperkt is dat er geen booronderzoek nodig is, kan worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Westvoorne, om op basis van dit rapport en het hierin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek of het beëindigen van het archeologisch onderzoeksproces. Ook wanneer het plangebied op enig moment op basis van de resultaten van archeologisch onderzoek wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Westvoorne, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
创建时间:
2024-01-31



