Archeologisch onderzoek Scheepswerf De Punt, gemeente Tynaarlo
收藏DataCite Commons2025-11-10 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/J6GVZ6
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van de provincie Drenthe heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd naar de locatie scheepswerf De Punt bij Yde-De Punt, gemeente Tynaarlo. De aanleiding is de aanleg van een fietspad en de herontwikkeling van scheepswerf Beuving.
Op basis van de resultaten uit het bureauonderzoek kan worden opgemaakt dat in het plangebied rekening moet worden gehouden met een brede archeologische verwachting van archeologische resten vanaf het Laat Paleolithicum tot in de Nieuwe Tijd. Deze resten kunnen direct onder de bouwvoor/verstoorde toplaag aanwezig zijn, en voor de periode Laat Paleolithicum-Mesolithicum in de top van het pleistocene dekzand. De oever/kade van het kanaal bestaat tevens uit opgebracht baggerslib. De diepteligging van het pleistocene zand ligt hier waarschijnlijk tussen 1 en 1,5 m -mv.
Het is niet bekend in hoeverre er in het plangebied verstoringen aanwezig zijn van eerdere bodemingrepen en graafwerkzaamheden. Het graven en later verruimen van het Noord-Willemskanaal heeft een sterk verstorend gevolg gehad voor de eventueel aanwezige archeologische waarden. Het is tevens onbekend tot welke afstand vanaf de huidige wateroever graafwerkzaamheden zijn uitgevoerd. In het plangebied-tracé liggen waarschijnlijk diverse kabels en leidingen en een deel van het plangebied is verhard. Dit heeft zeer waarschijnlijk tot verstoringen geleid van de bodem tot een nog onbekende diepte. Het terrein van de scheepswerf is waarschijnlijk tot onbekende diepte verstoord.
Het veldwerk voor het inventariserende veldonderzoek is verricht op 21 januari. Hierbij zijn 28 handmatige grondboringen verricht met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een guts van 3 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot 0,3 m in de C-horizont en/of tot een maximale diepte van 1,5 m beneden maaiveld. De boringen zijn gezet in een grid van 40 bij 50 m of in een lijnsegment van om de 50 m.
In het plangebied zijn er vele verstoringen waargenomen, waarvan er velen tot op de maximale diepte of nog dieper. Vermoedelijk zijn daarna delen weer opnieuw opgehoogd, mogelijk deels met materiaal uit het nabijgelegen Noord-Willemskanaal.
In het noorden van het plangebied zijn er veenlagen waargenomen die bestaan uit gyttja veen. Mogelijk behoren deze tot de moerassige afzettingen van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Singraven.
Onder de ophoogpakketten, geroerde lagen en veen is er in een aantal boringen de
C-horizont van het dekzand aangetroffen. Enkel in boring 17 en 28 zijn er nog verstoorde podzol horizonten aangetroffen. De hoogte van het dekzand in deze boringen doet vermoeden dat het plangebied grotendeels is afgegraven. Tussen boring 12 en 17 zit een verschil van meer dan 50 cm. De top van de verstoorde BC-horizont bevindt zich zelfs op een NAP hoogte van +1,82 m. Hetzelfde geldt voor de boringen in het zuiden van het plangebied. In boring 28 is de C-horizont aangetroffen op 2,27 m +NAP terwijl de C-horizont in boring 21 meer dan 100 cm lager ligt.
Tijdens het booronderzoek zijn er geen indicaties aangetroffen voor historische bebouwing ter hoogte van boring 7, 9 en 14. In boringen 9 en 14 is er wel baksteenpuin met ander bouwpuin aangetroffen op 40 tot 80 cm onder maaiveld. Maar deze baksteenresten zijn vrij hard en waarschijnlijk recent van aard.
De archeologische verwachting kan worden bijgesteld naar een lage verwachting. De vele verstoringen in het plangebied hebben de bodem op een dusdanige manier geroerd dat de kans klein is op het aantreffen van archeologische resten.
Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het
plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. De voorgenomen bodemingrepen kunnen zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-11-04



