Bureauonderzoek en verdieping Beekherstel Kwistbeek, gemeente Peel en Maas
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/ZTQNF4
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Bureauonderzoek uitgevoerd in het kader van het project ‘Water in Balans’ In dit plan wordt gestreefd naar een klimaatbestendig watersysteem. Dit vraagt een integrale blik op een watersysteem, waarbij aandacht is voor wateroverlast, klimaatbestendige beekdalontwikkeling, ecologische functies, onderhoud van waterlopen en het aanleggen en verbeteren van retentiegebieden en hoogwaterbescherming. In een eerdere fase zijn een aantal onderzoeken uitgevoerd om de aanwezige waarden en gegevens van de omgeving in beeld te krijgen. Eén van deze onderzoeken betrof een archeologische bureauonderzoek conform KN 4.1 op basis waarvan de zones werden bepaald waarin archeologisch vervolgonderzoek dan wel of niet noodzakelijk was. Inmiddels zijn de voorgenomen maatregelen nader en concreet uitgewerkt in ligging en diepte die in het kader van het project ‘Water in Balans’ zullen worden uitgevoerd. In overleg met opdrachtgever en de bevoegde overheid heeft de adviseur van laatstgenoemde de opdrachtgever verzocht om het bestaande bureauonderzoek nader te verdiepen. Dit onder andere met een studie van historische kaarten en een studie naar het AHN-kaartbeeld. Onderhavig rapport is hiervan de verslaglegging. De maatregelen zoals deze bepaald zijn variëren doorheen het gehele plangebied. In enkele zones zijn hierbij geen graafwerkzaamheden noodzakelijk. In andere variëren de maatregelen (aanpassen van het talud, realiseren van stapelmuurtjes, realiseren van een retentiegebied, verleggen en/of realiseren van het beekdal,?) en de graafdiepte (van circa 25cm tot circa 2,2m). Onderhavig onderzoek is uitgevoerd conform de BRL 4000, protocol 4002 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 en de aanvullende vragen vanuit de bevoegde overheid. Het plangebied ligt in de vigerende bestemmingsplannen ‘Omgevingsplan Kwistbeek’ en ‘Kern Baarlo’, waarin dubbelbestemmingen waarde archeologie opgenomen zijn. Wanneer in hetzelfde plangebied verschillende dubbelbestemmingen met verschillende vrijstellingsgrenzen gelden, worden in de norm de strengste vrijstellingsgrenzen voor het gehele plangebied gehanteerd. De geplande bodemingrepen overschrijden deze vrijstellingsgrenzen. Het gebied rond het beekdal van de Kwistbeek kenmerkt zich door dekzandruggen die vaak een lange bewoningsgeschiedenis vanaf de (late) prehistorie tot in de late middeleeuwen kennen. Derhalve herbergen zij vaak een rijk archeologisch bodemarchief, waarvan Helden en het grafheuvelveld van De Meeren bij Baarlo goede voorbeelden zijn. Tussen deze dekzandruggen door slingert de Kwistbeek en vloeit vervolgens over naar het gebied van de Maasterrassen in het oosten. De geplande maatregelen in het kader van het project ‘Water in Balans’ verstoren nergens historische wegen, waardoor op deze locaties verwachte voorden, bruggen en dijken waarschijnlijk gevrijwaard blijven van verstoring. In beekdalen kunnen ook “rituele deposties” verwacht worden. Deze worden vaak aangetroffen op specifieke locaties, zoals voorden en oversteken, samenvloeiingen en ‘knijpende’ beekdalen. Ook restanten van jacht en visvangst, en van vervoer over water kunnen aangetroffen worden. De locaties waar deze te verwachten zijn, zijn echter niet te voorspellen. Deze categorieën van archeologische vondsten kunnen overal in het beekdal voorkomen en worden derhalve over het algemeen als ‘toevalsvondsten’ aangetroffen. Er is geen methode om deze vooraf betrouwbaar te prospecteren om ze vervolgens met zekerheid in de realisatiefase uit te kunnen sluiten. In deelgebied 1, langs de zuidelijke rand van deelgebied 2 en het zuidwestelijke deel van deelgebied 3 kunnen op basis van de ligging in de gradiëntzone van de hogere gelegen dekzandrug naar de laagte van het beekdal resten verwacht worden vanaf het laat paleolithicum tot de middeleeuwen. Aangezien het plangebied hier echt tegen het beekdal aan ligt is het eerder onwaarschijnlijk dat het hier resten van langdurige bewoning zal betreffen. Wel kan het resten van off site activiteiten van bewoningsclusters hoger op de helling of bovenop de dekzandrug betreffen of eventuele tijdelijke kampementen uit de steentijd. Ook resten en/of sporen van de 16e eeuwse Onderse Schans kunnen verwacht worden. Deelgebied 2 (uitgezonderd de zuidelijke rand), en het noordwestelijke en oostelijk deel van deelgebied 3 en deelgebied 4 liggen geheel in de laagte. Gezien de in deelgebied 2 voorkomende moerige bodemtypes kan geconcludeerd worden dat dit terrein te nat was voor bewoning. In deelgebied 3 en 4 hebben in de middeleeuwen veenontginningen plaatsgevonden waarna hier een plaggendek ontstaan is. Er zijn derhalve geen bewoningssporen te verwachten. In deelgebied 3 en 4 was op basis van historische kaarten waarschijnlijk ook geen sprake van een beekloop, waardoor ook de kans op toevalsvondsten afneemt. Deelgebieden 5, 6 en 7 liggen in een vallei tussen twee hoger gelegen zones met dekzandruggen. Op de hoger gelegen rug ten zuiden zijn veel archeologische resten van begraving uit de prehistorie bekend. Voor de dekzandruggen, en de gradiëntzones ten noorden van de Kwistbeek geldt derhalve een hoge archeologische verwachting op bewoningsresten uit deze periode. Op basis van het AHN kan vastgesteld worden dat de zone in het oostelijke deel van deelgebied 6, waar een accoladeprofiel gevormd wordt door een tweede fase toe te voegen, mogelijk in het verleden ontgrond is. Oorspronkelijk lag deze zone waarschijnlijk in de gradiëntzone en kan derhalve aantrekkelijk geweest zijn voor bewoning. De overige zones van deelgebieden 5, 6 en 7 liggen in de laagste zones, net naast het beekdal en zijn, op basis van de hier voorkomende bodems waarschijnlijk vaak (te) nat geweest waardoor ze niet erg aantrekkelijk waren voor bewoning. Er zijn op zeer korte afstand voldoende hoger gelegen gronden aanwezig die hiervoor geschikter waren. Het kan niet uitgesloten worden dat op deze locaties gedurende de droge seizoenen (een) extractiekamp(en) uit het paleolithicum en mesolithicum aanwezig geweest is (zijn), bijvoorbeeld voor de verwerking van de vangst van vis. Bovendien kan het ‘knijpende’ beekdal wel een interessante locatie zijn voor rituele deposities. Deelgebied 8 was op basis van de hier gekarteerde poldervaaggronden waarschijnlijk eveneens te nat. Wel ligt het zuidelijke deel van dit deelgebied binnen de contouren van de oude dorpskern niet kan worden uitgesloten. Op basis van de historische kaarten is het onwaarschijnlijk dat er bewoningsresten uit de nieuwe tijd verwacht dienen te worden, aangezien bewoning in de nieuwe tijd een zekere continuïteit kent en zich bovendien voornamelijk langs de wegen bevond. De ligging van deelgebieden 9 en 10 op het dalvlakterras en het voorkomen van een (droge) podzolbodem duiden op gunstige omstandigheden voor bewoning. Derhalve is er een verwachting op archeologische waarden vanaf het laat-paleolithicum. De oude dorpskern van Baarlo lag vlakbij, evenals het kasteel d’Erp met de daarbij horende watermolen. Ook op basis van de historische kaarten waren er vlakbij het plangebied al enkele bewoonde zones aanwezig. Het is niet uit te sluiten dat deze bebouwing verder terug gaat tot in de (late) middeleeuwen of mogelijk zelfs vroeger. Advies. Gezien de middelhoge en hoge verwachting in enkele delen van het plangebied en de mogelijkheid op het aantreffen van toevalsvondsten in het gehele plangebied adviseert Antea Group om de geplande werkzaamheden archeologisch te begeleiden. Deze archeologische begeleiding kan actief/intensief of passief/extensief zijn. Een actieve of intensieve archeologische begeleiding houdt in dat een archeoloog toezicht houdt op de graafwerkzaamheden en deze aanstuurt, en waar nodig tijdelijk kan stilleggen om eventuele archeologische waarden te onderzoeken en te documenteren, en veilig te stellen. Bij een passieve of extensieve archeologische begeleiding inspecteert de archeoloog de werkzaamheden nadat deze uitgevoerd zijn. Voor de werkzaamheden in het kader van het project ‘Water in Balans’ in het beekdal van de Kwistbeek zijn een aantal zones waarin een actieve archeologische begeleiding geadviseerd wordt (Afbeelding 101, Afbeelding 102, Afbeelding 103 en Tabel 9). In de overige zones kan volstaan worden met een passieve archeologische begeleiding. Het is hierbij wel van belang dat de uitvoerder van de werkzaamheden (en de betrokken graafkraanmachinisten en grondwerkers) bij de graafwerkzaamheden alert is (zijn) op eventuele toevalsvondsten en dat deze bij het aantreffen hiervan gelijk contact opneemt met de begeleidend archeoloog.
创建时间:
2024-01-31



