Archeologisch Bureauonderzoek MJPG - Oosterhout T049_01_SN
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-2z4-qrzj
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In april - mei 2020 heeft Antea Group in opdracht van de opdrachtgever is een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied ‘T049_01_SN’ te Oosterhout, gemeente Oosterhout. Het onderzoek heeft bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek.Een bureauonderzoek is de eerste stap in de AMZ-cyclus (zie bijlage 2). Het archeologisch bureauonderzoek is uitgevoerd conform de BRL 4000, deelprotocol 4002 en de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1.MJPGRijkswaterstaat(RWS) is voornemens een groot aantal geluidsschermen te realiseren in het hele land. Antea Group werkt in opdracht van Rijkswaterstaat (RWS) aan het “Meerjarenprogramma Geluidsanering” (MJPG). Dit is een programma van maatregelen tegen geluidoverlast van rijkswegen. Binnen het programma MJPG is Nederland opgedeeld in drie verschillende percelen. Antea Group heeft van RWS de opdracht gekregen om de geluid- en conditionerende onderzoeken voor perceel 1 uit te voeren.Tot perceel 1 behoren drie regio’s, namelijk het beheergebied van Rijkswaterstaat Noord-Nederland, Zuid-Nederland en Zee & Delta.Archeologie is één van deze conditionerende onderzoeken en wordt uitgevoerd door Antea Group.Bij aanvang ging het om meer dan 70 locaties. Door middel van een nut- en noodzaakanalyse, uitgevoerd door Antea Group, is het aantal locaties waarvoor archeologisch onderzoek noodzakelijk is, samen met onze opdrachtgever teruggebracht naar 23 concrete locaties. Voor deze 23 locaties dient in eerste instantie een archeologisch bureauonderzoek opgesteld te worden.Onderhavig rapport behandelt locatie T049_01_SN, gelegen langs de Rijksweg A27 bij de oprit Oosterhout-Zuid.Locatie T049_01_SNHet plangebied is gelegen in een gebied waar dekzandruggen en terrasafzettingswelvingen kunnen voorkomen. Deze liggen mogelijk begraven onder een plaggendek. Op het dekzand kunnen archeologische resten uit het laat paleolithicum tot en met de middeleeuwen aangetroffen worden. Op basis van de aanwezigheid van bebouwing op de historische kaart van 1870 kunnen er ook archeologische waarden uit de nieuwe tijd worden verwacht. Deze kunnen direct onder de bouwvoor aangetroffen worden.Omdat er een middelhoge kans is op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk in de delen van het plangebied waar eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd worden.Het noordelijke deel van het plangebied is bij de aanleg van de rijksweg destijds opgehoogd met een pakket van ten minste 2 meter dik. Aangezien de aanleg van de betonnen poeren de bodem tot 1,5m –gemeten vanaf het maaiveld verstoord, bereikt deze verstoring niet de oorspronkelijke bodem . Eventueel aanwezige archeologische resten worden hier derhalve niet bedreigd. Dit deel van het plangebied kan derhalve vrijgegeven worden voor de geplande werkzaamheden.In het zuidelijke deel van het plangebied, waar geen of onvoldoende ophoging (minder dan 2m dik) aanwezig is, adviseert Antea Group om binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, (archeologisch onderzoek type 2,booronderzoek) uit te voeren. In voorbereiding van het booronderzoek dient, conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie) voor het protocol 4003 (inventariserend veldonderzoek), een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld te worden, dat ter kennisgeving wordt aangereikt aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Een archeologisch PvE als protocol 4001 onder de BRL 4000 is voor een verkennend booronderzoek geen verplichting.De methode – een verkennend booronderzoek bestaande uit 6 boringen per hectare of 1 boring per 50m1tracé - is er niet primair op gericht om archeologische resten aan te treffen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om:1) de aard van bodemopbouw en;2) de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw inclusief de archeologischesporendragende niveaus te bepalen.Het resultaat van het verkennend booronderzoek is een advies aan RWS als opdrachtgever en de bevoegde overheid in hoeverre de bodemingrepen tot 1,5 meter minus bestaand maaiveld wel of niet de top van de C-Horizont bereiken, en of verwacht mag worden dat de top van de C-Horizont nog de oorspronkelijke top van de C-Horizont betreft.De te onderzoeken zones hebben een gezamenlijke lengte van circa 100m hetgeen neer komt op een archeologisch booronderzoek bestaand uit 3 boringen op een lijn.Mocht blijken dat op basis van de boringen niet uitgesloten kan worden dat de top van de C-horizont nog (deels) aanwezig is, dan is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk ten behoeve van het uitvoeren van een archeologische begeleiding ten tijde van het plaatsen van de funderingen voor de schermen in het kader van het MJPG.Het advies over te gaan tot een booronderzoek ten einde de aard van de bodemopbouw vast te stellen is een advies; het hierop nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze de gemeente Oosterhout.Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk archeoloog kan ook.Het rapport is op 17 februari 2021 beoordeeld door het bevoegd gezag. Zij stemden nog niet in met de onderhavige rapportage, maar vroegen om een duidelijker beeld van met name de geplande verstoring van de bodem en de dikte van het aanwezige ophoogdek. Deze informatie is echter niet beschikbaar.
创建时间:
2024-01-31



