Een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van bureau- en booronderzoek aan de Hopweg en het Schoterpad te Kuinre, gemeente Noordoostpolder (Fl.)
收藏DANS Data Station Archaeology2005-05-25 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZAZ-ZDRX
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Waterschap Zuiderzeeland heeft Archaeological Research & Consultancy (ARC bv) opdracht verleend voor het uitvoeren van een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van bureau- en booronderzoek, aan het Schoterpad en de Hopweg te Kuinre, gemeente Noordoostpolder. De aanleiding voor dit IVO is de voorgenomen ontwikkeling van natuurvriendelijke inrichting van de aanvoersloot langs de Hopweg en het Schoterpad. De percelen zijn eigendom van Staatsbosbeheer. De noodzakelijke ontgravingen kunnen leiden tot verstoring van archeologische waarden. Om rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische waarden, dient archeologisch vooronderzoek te worden uitgevoerd. Het bureau–onderzoek is uitgevoerd door dhr. J.W.M. Oudhof van de Provincie Flevoland. Het booronderzoek is op 11 en 14 maart uitgevoerd door ARC bv.</p><p>Conclusie:<br>Uit het IVO blijkt dat de bodem langs het Schoterpad grotendeels intact is. Aangezien hier de lagen met archeologisch potentieel zich overal binnen de maximale verstoringsdiepte van 150 cm bevinden en de resultaten van het bureau-onderzoek wijzen op een hoge archeologische waarde, is een tweede onderzoeksfase door middel van een meer intensief booronderzoek hier noodzakelijk. Enkel in het middendeel (boringen 9–11 en 14–15) zijn de A- en E-horizont plaatselijk afgetopt en is de kans op het aantreffen van archeologische indicatoren klein.<br>Aan de Hopweg wordt op perceel L60, gezien de maximale verstoringsdiepte van 150 cm, de archeologie in de depressies niet bedreigd. De dekzandruggen beschikken echter, door hun goede conservering, over een hoog archeologisch potentieel en worden door de werkzaamheden direct bedreigd. Verder archeologisch onderzoek wordt hier daarom geadviseerd. Hetzelfde geldt voor perceel L53, waar het pleistocene dekzand in boring 29 zeer dicht onder het huidige oppervlak ligt en in boring 32 houtskool, als archeologische indicator, is aangetroffen. Door middel van een meer intensief booronderzoek kan de ligging en het verloop van de dekzandruggen beter worden bepaald en kan een nauwkeuriger inschatting gemaakt worden voor het inplannen van poelen en andere grondverstorende objecten.</p>
创建时间:
2005-05-26



