Bureauonderzoek Archeologie en Verkennend Booronderzoek Plangebied Transportleiding tussen Ens en IJsselmuiden, Gemeente Noordoostpolder en Gemeente Kampen
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x4e-hxtn
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Lycens een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek conform de BRL 4002 en BRL 4003 uitgevoerd voor de geplande aanleg van een transportleidingtracé langs de N50 en N765 tussen Ens en IJsselmuiden. Het plangebied doorkruist in het westen de gemeente Noordoostpolder en in het oosten de gemeente Kampen. De lengte van het tracé bedraagt ongeveer 13 kilometer. De aanlegdiepte van de transportleidingtracé is vooralsnog onbekend. Voorlopig wordt uitgegaan van een aanlegdiepte van 1,0 m-mv en een breedte van 65 cm.BureauonderzoekHet plangebied doorkruist verscheidene geomorfologische eenheden die aantrekkelijk zijn geweest voor bewoning vanaf de prehistorie. Het betreft een rivierduin ter plaatse van IJsselmuiden en het geulensysteem van de oer-IJssel. Vanaf de Middeleeuwen zijn ook meerdere terpen aanwezig in de buurt van het plangebied waar resten van bewoning mogen worden verwacht uit de Late Middeleeuwen en/of de Nieuwe tijd. Hetzelfde geldt ter plaatse van IJsselmuiden. Het plangebied dat in de gemeente Noordoostpolder valt is reeds eerder onderzocht. Daaruit bleek dat de ondergrond van het maaiveld tot 5,0 m-mv geen archeologisch relevante niveaus bevatte. Archeologisch onderzoek is ter plaatse van de N50 niet noodzakelijk tenzij bodemverstoring plaatsvindt tot in de top van de pleistocene afzettingen waarin prehistorische waarden kunnen worden verwacht. Deze afzettingen zijn daar ter plaatse aanwezig vanaf ca. 5,0 m-mv. Dit ligt buiten het bereik van de nieuwe verstoring.Het deel van het plangebied dat binnen de gemeente Kampen valt is nog niet afdoende onderzocht. Potentieel archeologische waarden worden met de geplande bodemingrepen bedreigd. Dit geldt ter plaatse van de rivierduin ter hoogte van IJsselmuiden, bij het geulensysteem van de oer-IJssel, ter plaatse van de terpen en, als de ondergrond tot in de top van de pleistocene zandafzettingen verstoord wordt. Het plangebied kent vanaf de historische kaarten een agrarische functie en is gelegen langs de N765. Hierdoor bestaat er een reële kans dat een deel van de bodem door de agrarische werkzaamheden en de aanleg van de Provinciale weg verstoord is. Op basis van het bureauonderzoek is het echter niet mogelijk om vast te stellen tot hoe diep deze verstoring reikt. Verkennend booronderzoek is, ter plaatse van het plangebied dat binnen de gemeente Kampen valt, noodzakelijk om de mate van intactheid van de bodem te onderzoeken, maar ook om vast te stellen waar precies en op welke diepte de in potentie geschikte geomorfologische eenheden zich bevinden. Op basis van het verkennend booronderzoek kan het archeologisch verwachtingsmodel verder gespecificeerd worden.BooronderzoekOp basis van het bureauonderzoek werden er verscheidene geomorfologische eenheden verwacht. Het betreft een rivierduin ter plaatse van IJsselmuiden en het geulensysteem van de oerIJssel. Tijdens het booronderzoek is ter plaatse van IJsselmuiden het verwachte rivierduin niet aangetroffen. De aangetroffen afzettingen in de boringen komen echter wel overeen met de eenheden die verwacht mogen worden bij het geulensysteem van de oer-IJssel. In het plangebied is sprake van restgeul-, oever, bedding- en komafzettingen. De natuurlijke afzettingen zijn afgedekt door ophooglagen en de bouwvoor die scherp overgaan in de natuurlijke ondergrond. De verwachting dat de top van de natuurlijke ondergrond verstoord zou zijn door agrarische of andere bodemverstorende activiteiten blijkt daarmee correct. Ter plaatse van het plangebied werden verscheidene bodemtypen verwacht. De bodem zou kunnen bestaan uit kalkhoudende poldervaaggronden, bestaande uit zavel met profielverloop 2 (Rn52A), kalkhoudende nesvaaggronden, bestaande uit zware klei (Ro40A) en kalkhoudende poldervaaggronden, bestaande uit lichte zavel met profielverloop 5 (Rn15A). Tijdens het booronderzoek is door het ontbreken van bodemvorming vastgesteld dat er ter plaatse van het plangebied inderdaad sprake is van een vaaggrond. Het bleek echter nier mogelijk om vast te stellen, welke van de verwachte typen vaaggronden het meest aannemelijk is. Daar waar aan de oppervlakte oeverafzettingen aangetroffen zijn mag aangenomen worden dat sprake was van ooivaaggronden. Op de overige locaties was oorspronkelijk waarschijnlijk sprake van poldervaaggronden en nesvaaggronden. De middelhoge tot hoge archeologische verwachting die in het bureauonderzoek opgesteld was voor het plangebied, kan voor de eerste 80 cm van het bodemprofiel bijgesteld worden naar laag met als indicatie ‘verstoord’. Hierdoor zal nog hoogstens circa 20 cm in ‘ongeroerde grond’ gegraven worden.Vanwege de waargenomen bodemverstoring, de aanwezigheid van kalkhoudende oeverafzettingen en het ontbreken van bodemvorming als gevolg van menselijk handelen in het verleden en het ontbreken van een ‘vuile laag’ met archeologische indicatoren en vondsten in de natuurlijke bodemlagen wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren in het plangebied.SelectieadviesTijdens het veldonderzoek zijn de verwachtte bodems (oeverafzettingen, beddingafzettingen en komafzettingen) inderdaad aangetroffen op sterk wisselende dieptes. In de natuurlijke ondergrond is geen bodemvorming als gevolg van menselijk handelen in het verleden aangetroffen. Ook zijn er geen laklagen of ontkalkte bodems aangetroffen als gevolg van landbewerking (beakkering).Tevens ontbreken archeologische indicatoren, hoewel het opsporen van vindplaatsen ook niet het primaire doel was van dit onderzoek. Daarnaast is de eerste meter beneden het maaiveld in de boringen veelal verstoord. Dit is tevens de verwachtte nieuwe verstoringsdiepte voor het leidingtracé. Op grond van de onderzoeksresultaten ziet Hamaland Advies vooralsnog niet voldoende aanleiding voor vervolgonderzoek. Aanbevolen wordt dan ook om het plangebied vrij te geven.SelectiebesluitHet conceptrapport is op 26 november 2020 beoordeeld door het bevoegd gezag de heer. A. Jager, gemeentearcheoloog van Kampen. Het rapport is inhoudelijk akkoord bevonden en het selectieadvies is overgenomen Voor het gedeelte van het plangebied, dat binnen de grenzen van de gemeente Kampen valt, geldt vrijstelling van archeologisch onderzoek in verband met planrealisatie. De heer A. Jager adviseert de gemeente Kampen om met dit advies in te stemmen.Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijke ambtenaar van de gemeente Noordoostpolder (mw. M. Marinelli) en de gemeente Kampen (dhr. A. Jager).
创建时间:
2024-01-31



