Aanvullend archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de aanleg van twee overkappingen aan de Edelhertweg 1 te Lelystad, gemeente Lelystad. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek
收藏DANS Data Station Archaeology2017-07-12 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZDD-N4FC
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Huls Architecten heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie een aanvullend archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Edelhertweg 1 te Lelystad, gemeente Lelystad (afbeelding 1). Hier zullen twee overkappingen worden gerealiseerd. De overkappingen hebben een oppervlak van respectievelijk ca. 1330 m2 (51,0 x 26,2 m – overkapping A) en ca. 1750 m2 (71,0 x 24,6 m – overkapping B). De twee overkappingen zullen worden onderheid tot in het pleistocene zand (max. 15,5 m –mv). Voor overkapping A zullen 22 heipalen worden geslagen; voor overkapping B 26 palen (totaal 48 stuks). De heipalen hebben een diameter van respectievelijk 21,9 (33 palen) en 32,3 cm (15 palen). Op het terrein van Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) aan Edelhertweg 1 heeft Vestigia in 2013 reeds een archeologisch bureau- en veldonderzoek uitgevoerd voor een ander bouwplan. Het bureauonderzoek gold het hele terrein van PPO; het veldonderzoek alleen een bepaalde nieuwbouwlocatie. De betreffende nieuwbouwlocatie (ca. 800 m2) is daarbij vrijgegeven voor verdere ontwikkeling (Vestigia-rapport V1102). De gemeente heeft aangegeven dat zij ook graag de twee nieuwe bouwlocaties door middel van een archeologisch onderzoek onderzocht wil zien. Het uitgevoerde booronderzoek sluit dan ook aan op het eerder uitgevoerde bureauonderzoek. Op basis van het bureauonderzoek is er sprake van drie verschillende archeologische verwachtingslagen binnen het plangebied, te weten (van onder naar boven): 1. het pleistocene dekzand, met een hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit het Mesolithicum en Neolithicum/Bronstijd; 2. de kreekafzettingen behorend tot het Laagpakket van Wormer, met een hoge archeologische verwachting voor sporen uit het Neolithicum; 3. de Zuiderzee- en Almere-afzettingen met een verwachting voor het aantreffen van scheepswrakken of resten van schepen, zoals dat in geheel Flevoland het geval is. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek kan worden gesteld dat in het dekzand geen bodemvorming is aangetroffen. De archeologische verwachting voor het dekzand kan daarom naar beneden worden bijgesteld tot laag. Op het dekzand heeft zich de Basisveen Laag gevormd (dikte 0,2 tot 0,6 m) met daarop komafzettingen van het Laagpakket van Wormer. De dikte van de laatstgenoemde afzetting varieert tussen 0,02 m tot 1,0 m. In de klei zijn geen sporen van rijping of bodemvorming aangetroffen. Gezien de relatief lage en natte ligging van deze komafzetting, heeft het Laagpakket van Wormer hier een zeer lage verwachting voor het aantreffen van archeologische resten. Het Laagpakket van Wormer is afgedekt door het Hollandveen Laagpakket, waarvan de top door erosie is verdwenen. De overige jongere afzettingen in de ondergrond van het plangebied zijn nooit geschikt geweest voor bewoning. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van scheepswrakken of scheepsresten. Hoewel hiermee niet kan worden uitgesloten dat zich binnen het plangebied toch scheepsresten of – wrakken bevinden, blijft de verwachting hiervoor ook na het booronderzoek gelijk, dwz. niet hoger dan in de rest van Flevoland. Gezien de voor bewoning relatief ongunstige ligging van het plangebied ten tijde van de vorming van de archeologische verwachtingslagen, de bekende verstoringen door de bestaande bebouwing en het ontbreken van archeologische indicatoren in de boringen, kan worden gesteld dat de kans op het aantreffen van een (intacte) archeologische vindplaats zeer klein is.</p>
提供机构:
Vestigia BV
创建时间:
2017-05-01



