Grachten kasteel Rhijnestein te Cothen, gemeente Wijk bij Duurstede
收藏DANS Data Station Archaeology2018-09-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-27Q-97S2
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in juni 2016 een Inventariserend Veldonderzoek uitgevoerd op het terrein van kasteel Rhijnestein te Cothen, gemeente Wijk bij Duurstede. Aanleiding betreft het voornemen om de gracht rondom het kasteel uit te baggeren zodat deze weer watervoerend wordt.<br>Het doel van het Inventariserend Veldonderzoek betrof het verwerven van inzicht in de laagopbouw van de gracht om op die manier te kunnen bepalen of en wanneer de voorgenomen baggerwerkzaamheden schade zouden kunnen opleveren voor eventueel aanwezige archeologische waarden.<br>Tijdens het onderzoek zijn totaal dertien boringen in het midden van de buitengracht geplaatst, deels met een onderlinge afstand van ongeveer 25 m. Gebruik is gemaakt van een Edelmanboor met een diameter van 7 centimeter en een gutsboor met een diameter van 3 centimeter. De boringen zijn waar mogelijk tot maximaal 3 m –mv verdiept tot in de ongestoorde natuurlijke ondergrond met beddingzand. Vier boringen zijn op korte afstand van elkaar gezet in het gedempte deel aan de noordwestzijde.<br>Op basis van de resultaten van de boringen kon geconcludeerd worden dat ter plaatse van de boringen 1 t/m 9 het bovenste deel van de grachtvulling bestaat uit een 70-90 cm dik, licht zandig, donkerbruin bladerendek . In het zuidoostelijke deel van de gracht (boringen 5 en 6) is deze organische bladerlaag meer een slappe, sterk humeuze sliblaag, aangezien zich hier meer water in de gracht bevindt. Dit bovenste bladerdek dateert uit de periode na 1970 aangezien toen de gracht voor het laatst is opgeschoond. In dit dikke bladerdek zijn dan ook geen archeologische indicatoren aangetroffen. Onder het bladerenpakket bevindt zich een circa 55 cm dikke, losse, sterk siltige, matig humeuze verspoelde zandlaag. Dit betreft de oorspronkelijke grachtvulling. In deze zandlaag bevinden zich kleine fragmentjes puin. Op een gemiddelde diepte van 125 cm –mv bevindt zich vervolgens de ongestoorde ondergrond, bestaand uit beddingafzettingen behorende tot de Formatie van Echteld.<br>Het reeds gedempte deel van de gracht (boringen 10 t/m 13) vertoont een iets ander beeld. Hier is sprake van een maximaal 160 cm dik dempingspakket, bestaand uit van elders aangevoerd zand.<br>Het pakket is relatief ‘schoon’, alleen in boring 10 bevat de laag veel puinbrokken. Mogelijk is hier de laag van een latere oorsprong. Hieronder bevindt zich een 20 tot 50 cm dikke kleilaag, die plaatselijk (boring 12) wat puinfragmenten bevat. In boring 10 is locaal onder dit kleipakket een 10 cm dun laagje, zwak zandig veen aangetroffen. Mogelijk duidt dit laagje op de eerste verlanding van de gracht na het buiten gebruik stellen. Onder dit klei- en veenpakket bevindt zich vervolgens in alle boringen een 30- 60 cm dikke verspoelde zandlaag. Dit betreft de oorspronkelijke grachtvulling. In de zandlaag bevinden zich kleine fragmentjes puin. Op een diepte van circa 225 tot 250 cm – mv bevindt zich de top van de ongestoorde natuurlijke beddingafzettingen.<br>Samenvattend kan gesteld worden dat binnen de gehele gracht nog sprake is van een originele grachtbodem. Bij boring 1 t/m 9 is deze direct onder een blader- en humeuze sliblaag gesitueerd en bij boring 10 t/m 13 onder het dempingspakket. Het aanbrengen van dit dempingspakket ter plaatse van boring 10 t/m 13 dateert al van voor het begin van de 19e eeuw. Niet uitgesloten kan worden dat ter hoogte van het gedempte deel resten van een bruggenhoofd of beschoeiing aanwezig zijn.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2018-09-12



