Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom Gemeente Rheden
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-25a-qvqh
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van ForFarmers FarmConsult namens dhr. E. Uenk een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd en een verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Fraterwaard 2 te Ellecom, gemeente Rheden. Aanleiding voor het onderzoek is het nieuwbouwplan voor een jongveestal met kelder. Hiervoor is een omgevingsvergunning benodigd. De oppervlakte van de stal bedraagt ca. 225 m². De exacte verstoringsdiepte is meer dan 2,61 m-mv.Op grond van de archeologische verwachting “terrein van cultuurhistorische waarde, opgehoogd erf” dient conform de beleidskaart van gemeente Rheden, bij het uitgraven van meer den 100m² en dieper dan 30 cm door de initiatiefnemer een KNA conform archeologisch rapport te worden aangeleverd, waaruit blijkt dat met de geplande bodemingreep geen archeologische waarden worden verstoord. Het plangebied dient door de overschrijding van de vrijstellingsgrens voorafgaand aan de vergunningverlening in het kader van de Omgevingsvergunning te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA 4.1 conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Voorafgaand aan het veldonderzoek is een Plan van Aanpak opgesteld. In 2011 is voor een eerdere ontwikkeling van een melkveestal een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Relevante delen van deze onderzoeken zijn met goedkeuring van de heer J. Habraken opgenomen in deze rapportage.Conclusie bureauonderzoek Op grond van de bestudeerde bronnen kan geconcludeerd worden dat het plangebied een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode Vroege Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd en Tweede Wereldoorlog. Voor de periode van de prehistorie tot Romeinse Tijd is sprake van een lage trefkans door de aanwezigheid van de IJssel. Het plangebied is vanaf 1773 nabij het erf van “Boerderij Cabenter” gelegen. Tegenwoordig is het plangebied tuin en erf maar is nooit bebouwd geweest. Er kan een ondiepe verstoring door agrarische bewerking en tuin- en erfinrichting zijn opgetreden. Er mag worden aangenomen dat deze verstoring niet dieper dan 0,50 m-mv bedraagt. Uit eerder onderzoek is gebleken dat er een oude antropogene ophooglaag op een diepte van 0,90-1,10 m-mv aanwezig kan zijn behorend bij de oorspronkelijke boerderijterp. De nieuwe bebouwing zorgt voor een nieuwe bodemverstoring met een diepte van meer dan 2,61 cm-mv. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek.Conclusie veldwerk Op basis van het verkennend booronderzoek kan geconcludeerd worden dat er in het plangebied geen aanwijzingen zijn aangetroffen voor menselijke bewoning in het verleden. De natuurlijke ondergrond is direct onder de subrecente bouwvoor aangetroffen, op een diepte van maximaal 40 cm-mv. Het plangebied ligt deels op komafzettingen en deels op oever- (op kom)afzettingen van de IJssel, buiten de woonterp. Er is geen sprake van bodemvorming of ontkalking van het bodemprofiel en tijdens het booronderzoek zijn, hoewel dit niet het doel van het onderzoek was, geen archeologische indicatoren aangetroffen.Selectieadvies Hamaland Advies adviseert om wegens het ontbreken van een intacte top van de natuurlijke ondergrond, het ontbreken van bodemvorming, het ontbreken van ontkalking van de bodem door menselijk handelen in het verleden en de ligging buiten de woonterp geen vervolgonderzoek uit te voeren. De kans dat met de geplande bodemingrepen archeologische waarden verloren gaan wordt gering geschat en derhalve adviseren wij het plangebied vrij te geven voor de toekomstige ontwikkelingen.Selectiebesluit Het conceptrapport is op 30 januari 2019 beoordeeld door het bevoegd gezag de heer J. Habraken van de gemeente Rheden. Het rapport is akkoord bevonden, het selectieadvies is overgenomen en het plangebied kan worden vrijgegeven. Vanuit archeologisch oogpunt kunnen de geplande werkzaamheden doorgang vinden want de kans dat door de voorgenomen bodemingrepen intacte vindplaatsen verloren gaan is nihil. Archeologisch vervolgonderzoek is daarom niet noodzakelijk. De heer Habraken adviseert de gemeente Rheden om met dit advies in te stemmen.Voorbehoud Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Rheden), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijke ambtenaar van de gemeente Rheden (mw. M. Sanderman) en diens archeologisch adviseur (dhr. J. Habraken).
创建时间:
2024-01-31



