five

Plangebied Peuzelaar (ong.) in Geertruidenberg, gemeente Geertruidenberg.

收藏
DataCite Commons2026-02-06 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/E0BFUT
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
</p> In opdracht van LC Energy Grid Services heeft RAAP in april 2025 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Peuzelaar (ong.) te Geertruidenberg in de gemeente Geertruidenberg. Het onderzoek vond plaats in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de realisatie van een batterijopslag- systeem. </p></p> Het veldonderzoek heeft aangetoond dat in een groot deel van het plangebied dekzanden aanwezig zijn met daarin een (grotendeels) intacte podzolbodem. Deze bodems worden afgedekt door een dikke Ap -horizont of een dek van veen-, klei- en opgebracht zand. Het ongeroerde dekzand wordt aangetroffen tussen 50 en 170 cm -mv. Daar waar een podzolbodem aanwezig is, ligt het ongeroerde dekzand tussen 50 en 100 cm -mv (-1,03 en -0,1 m NAP). Deze delen hebben een hoge verwachting voor resten van jagers-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en mesolithicum. </p></p> Alhoewel de aard, omvang en diepte van de grondwerkzaamheden nog niet bekend is, is het waarschijnlijk dat de intacte top van de dekzanden en daarmee het potentiële archeologische niveau door de voorgenomen werkzaamheden worden geroerd, al is het alleen maar door heiwerkzaamheden. </p></p> Het veldonderzoek kan geen uitspraken doen over de aan- of afwezigheid van restanten van fortificaties van de belegering van Geertruidenberg uit 1593. Deze verwachting blijft bestaan. Resten worden in vanaf het maaiveld verwacht. </p></p> Wanneer er binnen de delen van het plangebied met een hoge archeologische verwachting voor jagersverzamelaars vergunningplichtige bodemroerende werkzaamheden plaatsvinden, die tot in het ongeroerde dekzand reiken, dan is vervolg onderzoek nodig. In Figuur 1figuur 6 is dit gebied met een hoge verwachting weergegeven met de dikte van de afdekkende lagen. De dikte van de afdekkende lagen varieert van 50 tot 125 cm. Rekening houdend met een in de archeologie gebruikelijke onzekerheidsmarge van 30 cm boven het potentiële archeologische niveau, betekent dit dat vervolgonderzoek nodig is bij ingrepen dieper dan 20 à 95 cm -mv. </p></p> Het vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd als een inventariserend veldonderzoek, karterende fase. Omdat resten worden verwacht in de vorm van een vondstlaag met strooiing van vuursteen en houtskool, kan dit onderzoek het best worden uitgevoerd als karterend booronderzoek. Uitgaande van middelgrote vindplaatsen met een matig tot hoge vondstdichtheid zou dit onderzoek volgens methode A3 uit de Leidraad Karterend Booronderzoek kunnen worden uitgevoerd (Tol et al., 2012). Hierbij worden boringen in een grid van 13 x 15 m geplaatst. De A- en B-horizonten worden bemonsterd en gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 2 mm. De residuen worden onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. </p></p> Ten aanzien van de mogelijke aanwezigheid van resten van het beleg van 1593 adviseert RAAP het volgende. Aan de hand van historisch kaartmateriaal is niet vast te stellen waar het plangebied ligt ten opzichte van de fortificaties. Eerder onderzoek naar dergelijke fortificaties heeft uitgewezen dat ze een beperkte indruk achter laten op het archeologisch archief; vaak zijn alleen de gedempte greppels en grachten terug te vinden. Omdat er geen zekerheid is ten aanzien van de ligging van het plangebied ten opzichte van de fortificaties en de benodigde onderzoeksinspanning leidt tot beperkte kenniswinst, adviseert RAAP om geen vervolgonderzoek uit te voeren naar de verdedigingswerken. </p></p> Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Geertruidenberg, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit. </p></p> Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Geertruidenberg wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. </p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-01-28
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务