five

Plangebied ontsluitingsweg Clauscentrale fase 1, gemeente Maasgouw; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek

收藏
DANS Data Station Archaeology2012-10-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2XT-QC2A
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Ten noorden van Brachterbeek heeft men het voornemen een nieuwe ontsluitingsweg voor de Clauscentrale aan te leggen. De bodemingrepen die hiermee gepaard gaan zijn mogelijk bedreigend voor eventuele archeologische resten. In het kader van de Archeologische Monumentenzorg is conform de richtlijnen van de bevoegde overheid een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de archeologische resten die in het plangebied verwacht worden, en de (eventuele) mate van gaafheid daarvan.<br>Het plangebied ligt deels in het holocene dal van de Maas en deels op het 5 m hoger gelegen zogenaamde terras van Maasmechelen. Uit het bureauonderzoek blijkt dat binnen de grenzen van het plangebied geen vindplaatsen geregistreerd staan. In de omgeving van het plangebied (straal 500 m) liggen vindplaatsen uit diverse perioden. Een van de bekendste is de Romeinse villa van Maasbracht die circa 400 m ten zuidoosten van het plangebied ligt. Uit historische kaarten blijkt dat het plangebied vrijwel altijd als akkerland in gebruik is geweest. Kleine delen direct ten noorden van de terrasrand zijn ook in gebruik geweest als weiland. Aanwijzingen voor bebouwing binnen het plangebied zijn op historische kaarten niet te vinden.<br>Uit het veldonderzoek blijkt dat op het terras van Maasmechelen (zuidelijke deel plangebied) zandige horstpodzolen voorkomen. In boring 2 is een verrommelde bovengrond aangetroffen en in boring 8 is het hele bodemprofiel verdwenen; verder is het bodemprofiel intact. In het noordelijke deel, dat in het holocene Maasdal ligt, komen kleiige poldervaaggronden en ooivaaggronden voor. Hier is het bodemprofiel intact. Voor het zuidelijke deel geldt een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode Paleolithicum t/m Middeleeuwen. Vindplaatsen uit het Paleolithicum en Mesolithicum zullen echter een lage gaafheid hebben omdat deze grotendeels in de bouwvoor opgenomen zullen zijn. Voor de ooivaaggronden in het noordelijke deel van het plangebied geldt een hoge verwachting voor vindplaatsen uit de periode Neolithicum t/m Vroege Middeleeuwen.<br>Voor de poldervaaggronden geldt een lage verwachting voor vindplaatsen uit alle perioden.<br>Het wordt aanbevolen op het terras in het zuidelijke deel (deelgebied A: boringen 1 t/m 9) een nader archeologisch onderzoek uit te laten voeren. Dit onderzoek dient meer inzicht te verschaffen in de aanwezigheid, aard, omvang, datering, diepteligging, gaafheid, conservering en waarde van eventuele archeologische resten. Dit onderzoek kan bestaan uit een proefsleuvenonderzoek. Voor de ooivaaggronden in het noordelijke deel (deelgebied B: boringen 11 t/m 20) wordt aanbevolen de plannen zodanig aan te passen dat de verwachte archeologische resten in de bodem behouden kunnen blijven. Indien de bodemingrepen beperkt blijven tot 0,7 m -Mv, wordt een vervolgonderzoek niet nodig geacht. Het gebied dient dan een dubbelbestemming ‘waarde-archeologie’ te krijgen. Is dit niet mogelijk, dan wordt ook hier een proefsleuvenonderzoek aanbevolen. Voor het deel met de poldervaaggronden (deelgebied C: boringen 10 en 21 t/m 29) gelden geen restricties ten aanzien van de planvorming. In deelgebied D zijn geen bodemingrepen gepland, waardoor hier op dit moment geen onderzoek hoeft plaats te vinden. Het wordt aanbevolen aan dit deel een dubbelbestemming ‘waarde-archeologie’ toe te kennen.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2012-10-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务