five

Plangebied Merellaan te Leende gemeente Heeze-Leende archeologisch vooronderzoek een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase)

收藏
DataCite Commons2025-06-14 更新2025-06-14 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zr3-fk6z
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Het plangebied ligt op een uitloper van een uitgestrekt stuifzandgebied (Groote Heide/Leenderbos), dat waarschijnlijk in de loop van de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd is ontstaan. Kenmerkend Voorafgaand aan het veldwerk waren geen archeologische vindplaatsen uit het plangebied bekend. Wel zijn in de directe omgeving van het plangebied archeologische resten aangetroffen.Met name de vindplaats circa 100 m ten noordoosten van het plangebied is in dit kader van belang.Op deze locatie zijn 2 fragmenten aardewerk aangetroffen uit respectievelijk het Neolithicum- IJzertijd en de Romeinse tijd-Middeleeuwen. Mogelijk wijzen deze fragmenten aardewerk op een nederzettingsterrein ter plaatse. Nederzettingsterreinen konden een behoorlijke omvang hebben, waardoor ook in het plangebied met de aanwezigheid hiervan rekening moet worden gehouden.Gespecificeerde archeologische verwachting op basis van bureauonderzoek: Jager-verzamelaars: vanwege het esdek en eventueel stuifzandpakket is het lastig om vast te stellen of ten tijde van de jager-verzamelaars een gradiëntzone in het plangebied aanwezig is geweest. Voor aanvang van het veldwerk gold een onbekende archeologische verwachting voor steentijdvindplaatsen. Landbouwers: uit historische gegevens blijkt dat het gebied pas relatief laat in cultuur is gebracht.Dit betekent echter niet automatisch dat de gronden ook in vroegere tijden minder geschikt voor landbouw zouden zijn geweest. De minder gunstige omstandigheden zijn namelijk pas als gevolg van de verstuivingen (in de loop van de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd) ontstaan. Op basis hiervan gold voor aanvang van het veldwerk een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen (nederzettingen) van landbouwers.Veldwerk:Het booronderzoek heeft verrassende resultaten opgeleverd. In het zuidoostelijke deel van het plangebied is een vennetje aangetroffen. Het ven is opgehoogd met materiaal van elders, waardoor uiteindelijk een lage enkeerdgrond is ontstaan. In het noordelijke deel van het plangebied zijn lemige, goed ontwaterde gronden aangetroffen. Net als in het zuidelijke deel zijn deze gronden afgedekt met een esdek, waardoor hier een hoge (droge) enkeerdgrond is ontstaan. In de ondergrond zijn resten van het oorspronkelijke podzolprofiel (B-horizont), al dan niet verploegd, aangetroffen. De C-horizont is (vrijwel) niet verstoord. Tijdens het veldwerk is een aantal archeologische indicatoren aangetroffen. Met name de verbrande leem en het fragment aardewerk uit de Late Middeleeuwen zijn interessant. Ze bevinden zich mogelijk in situ en kunnen daardoor een aanwijzing vormen voor een vindplaats ter plaatse.Evaluatie gespecificeerde archeologische verwachting n.a.v. veldwerk:Naar aanleiding van het veldwerk kan de gespecificeerde archeologische verwachting worden bijgesteld: - Het zuidelijke deel van het plangebied is waarschijnlijk in de loop van de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd uitgestoven, waarna in de depressie een vennetje is ontstaan. Het gebied kán voorafgaand aan de verstuivingen een interessante bewoningslocatie zijn geweest. Eventuele archeologische resten zullen, na verstuiving van de gronden, echter als een zogenaamde ‘desert pavement’ zijn achtergebleven. De verticale verspreiding van de resten is daardoor niet meer te achterhalen, waardoor een eventuele vindplaats van lagere wetenschappelijke waarde is. Op basis hiervan kan de archeologische verwachting voor intacte vindplaatsen van jagerverzamelaars en/of landbouwers naar beneden worden bijgesteld tot een lage verwachting. - De bodems in het noordelijke deel van het plangebied zijn lemig en goed ontwaterd, wat ze geschikt maakt voor akkerbouw en bewoning. De C-horizont is vrijwel niet verstoord; in een deel van het gebied is zelfs de B-horizont nog (deels) aanwezig. Op basis van deze goed ontwaterde, lemige bodems in combinatie met de reeds aangetroffen archeologische resten zowel in als nabij het plangebied, kan de archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwers naar boven worden bijgesteld tot een hoge archeologische verwachting. Met name dieper ingegraven grondsporen kunnen goed bewaard zijn gebleven. Eventuele archeologische resten worden vanaf de basis van het esdek (55-90 cm -Mv) verwacht. Intacte vuursteenvindplaatsen worden, gezien de verstoringen in de bovengrond (afwezigheid E-horizont; deels afwezigheid B-horizont; deels verploegde podzolen), niet meer verwacht.Uiteindelijke conclusie:Op basis van de onderzoeksresultaten en de voorgenomen bodemingrepen kan worden geconcludeerd dat bij de realisering van de plannen archeologische waarden kunnen worden verstoord. Dit geldt met name voor het noordelijke deel van het plangebied.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2015-06-12
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务